Saltar al contenido

Oral

Practica Speaking para el integration exam A2 (2026) — gratis

Practica A2 Speaking gratis: 10 preguntas de ejemplo con respuestas y explicaciones, más 160 preguntas en series de práctica completas. Datos oficiales sobre formato, duración, puntuación y fechas, con fuentes.

Datos del examen: formato, duración, calificación, coste, fechas

Spreken (Examen de integración A2): En ordenador, en un centro de examen de DUO

  • Duración: 35 min
  • Puntuación: Nota para aprobar y criterios de evaluación no publicados en la página oficial
  • Coste: 50 € por examen. Wi2021, conjunto completo con KNM: 250 €; Wi2013 con KNM y ONA: 290 €. Reembolso si cancelas hasta 1 semana antes. fuente
  • Resultado: En un plazo de 8 semanas por carta, también en Mijn Inburgering.
  • No hay fechas fijas: reservas cualquier fecha y lugar libres en Mijn Inburgering (DigiD) y ves la fecha al momento. Puedes cambiarla hasta 1 semana antes.

Datos oficiales, última comprobación 26 de septiembre de 2026 · guía del examen completa con todas las fuentes

10 preguntas de ejemplo con respuestas

Redactado con ayuda de IA · aún sin revisar por un profesor Son preguntas de práctica al estilo del examen, no preguntas reales del examen.

Pregunta 1Oral

Beantwoord de vraag. Hoe heet u en waar komt u vandaan? Je hebt 20 seconden.

Lista de control y respuesta modelo

Checklist: your name + your country or city; two full sentences. Model answer (Dutch): Ik heet Wei Zhang. Ik kom uit China, uit de stad Guangzhou. Ik woon nu twee jaar in Nederland. Tip: Use 'Ik heet …' and 'Ik kom uit …'. Add one extra sentence if you have time.

Pregunta 2Oral

Beantwoord de vraag. Wat is in Nederland anders dan in uw land? U heeft 20 seconden.

Lista de control y respuesta modelo

Checklist: one or two differences + an example. Model answer (Dutch): In Nederland fietsen veel mensen, ook als het regent. In mijn land gaan de meeste mensen met de auto. Hier eten mensen ook vroeg, om zes uur. Tip: Compare with "In Nederland … In mijn land …". Keep it neutral: "anders" is not "slechter".

Pregunta 3Oral

Beantwoord de vraag. Wat voor werk doet u, of wat voor werk wilt u graag doen? U heeft 20 seconden.

Lista de control y respuesta modelo

Checklist: your job now or the job you want + one detail (where, what you do). Model answer (Dutch): Ik werk in een restaurant in de keuken. Ik maak salades en ik was af. Later wil ik graag kok worden. Tip: No job? Say "Ik werk nu niet, maar ik wil graag … worden." Job words: kok, schoonmaker, chauffeur, verkoper.

Pregunta 4Oral

Beantwoord de vraag. Heeft u broers of zussen? Waar wonen zij? U heeft 20 seconden.

Lista de control y respuesta modelo

Checklist: how many brothers/sisters (or none) + where they live. Model answer (Dutch): Ik heb twee zussen en één broer. Mijn zussen wonen in Turkije. Mijn broer woont ook in Nederland, in Rotterdam. Tip: No siblings? "Ik heb geen broers of zussen, ik ben enig kind." Use "geen" with nouns.

Pregunta 5Oral

Beantwoord de vraag. Hoe lang leert u al Nederlands? Waar leert u het? U heeft 20 seconden.

Lista de control y respuesta modelo

Checklist: how long (al … jaar/maanden) + where (taalschool, thuis, online). Model answer (Dutch): Ik leer al anderhalf jaar Nederlands. Ik zit op een taalschool in het centrum. Thuis oefen ik met een app. Tip: "Anderhalf" = one and a half. Use "al" to show it is still going on: "Ik leer al …".

Pregunta 6Oral

Beantwoord de vraag. Kookt u vaak? Welk gerecht uit uw land kunt u goed maken? U heeft 20 seconden.

Lista de control y respuesta modelo

Checklist: how often you cook + one dish from your country + one detail (what is in it). Model answer (Dutch): Ik kook bijna elke dag. Ik kan goed dumplings maken, want dat heb ik van mijn moeder geleerd. Er zit vlees en kool in. Tip: "Er zit … in" = there is … in it. Frequency words: elke dag, vaak, soms, bijna nooit.

Pregunta 7Oral

Beantwoord de vraag. Welke sport vindt u leuk? Doet u die sport zelf? U heeft 20 seconden.

Lista de control y respuesta modelo

Checklist: a sport + whether you do it yourself (how often / where) or only watch it. Model answer (Dutch): Ik vind badminton leuk. Ik speel elke donderdagavond in een sporthal bij mij in de buurt. Voetbal kijk ik alleen op tv. Tip: Ball games use "spelen": voetbal spelen, badminton spelen. Other sports: zwemmen, hardlopen, fitnessen.

Pregunta 8Oral

Beantwoord de vraag. Leest u graag? Wat leest u? U heeft 20 seconden.

Lista de control y respuesta modelo

Checklist: yes/no + what you read (boeken, nieuws, berichten) + when or in which language. Model answer (Dutch): Ja, ik lees graag. 's Avonds lees ik boeken in mijn eigen taal. In de trein lees ik het nieuws op mijn telefoon, soms in het Nederlands. Tip: "In het Nederlands" = in Dutch (with "het"). "In mijn eigen taal" = in my own language.

Pregunta 9Oral

Beantwoord de vraag. Kijkt u veel televisie? Naar welke programma's kijkt u? U heeft 20 seconden.

Lista de control y respuesta modelo

Checklist: how much + one or two kinds of programmes + when. Model answer (Dutch): Nee, ik kijk niet veel televisie. Alleen 's avonds kijk ik het journaal. In het weekend kijk ik soms een kookprogramma. Tip: "Kijken naar" = to watch. "Het journaal" = the TV news. Plural with apostrophe: programma's.

Pregunta 10Oral

Beantwoord de vraag. Wat doet u graag in de zomer? U heeft 20 seconden.

Lista de control y respuesta modelo

Checklist: one or two summer activities + where or with whom. Model answer (Dutch): In de zomer ga ik graag naar het strand in Scheveningen. Ook eten we vaak buiten in de tuin met de familie. Tip: Seasons: de lente, de zomer, de herfst, de winter. Say "in de zomer".

Todas las series de práctica

Sigue practicando

No te pierdas ninguna fecha límite de inscripción

Recordatorio gratuito por correo 14 y 3 días antes de cada fecha límite de inscripción al Staatsexamen NT2. Sin boletín ni anuncios; date de baja con un clic.

Marca la casilla de arriba para activar los recordatorios.