Modale werkwoorden: kunnen, willen, moeten, mogen, zullen 🔧
Het modale werkwoord op plaats 2, het andere werkwoord aan het eind: · Ik kan morgen niet komen. · Wil je koffie drinken? · Je moet je paspoort meenemen. · Mag ik hier roken? — Nee, dat mag niet. · Zullen we gaan? (voorstel) Let op: "hoeven" gebruik je met "niet": Je hoeft niet te komen. (= het is niet nodig)
17-9-2026 · 57 weergaven
Reacties