Met de trein: 10 zinnen voor op het station 🚆
1. Welk perron is de trein naar Utrecht? 2. Moet ik overstappen? 3. Is deze trein vertraagd? 4. De trein rijdt niet. Wat moet ik doen? 5. Mag ik hier zitten? / Is deze plaats vrij? 6. Ik moet in- en uitchecken met mijn OV-chipkaart of bankpas. 7. Waar is de uitgang? 8. Hoe laat vertrekt de volgende trein? 9. Hoe lang duurt de reis? 10. Sorry, ik begrijp de omroep niet. Wat zeiden ze? Woorden: het perron, de conducteur, de vertraging, de storing, overstappen, de sprinter / de intercity.
17-8-2026 · 63 weergaven
Reacties