Naar inhoud

Startroute A1

Toets 5: lessen 13–15

Kies de betekenis van elk woord. Je ziet meteen het antwoord.

De toets

Je beste score blijft in deze browser.

  1. 1het adres

  2. 2lang

  3. 3zullen

  4. 4komen

  5. 5gewoon

  6. 6gaan

  7. 7nieuw

  8. 8ander

  9. 9ontvangen

  10. 10willen

Antwoorden

1. het adres = straat, huisnummer en plaats

2. lang = niet kort

3. zullen = in de toekomst doen

4. komen = naar hier gaan

5. gewoon = normaal

6. gaan = naar een plek bewegen

7. nieuw = net gemaakt of gekocht

8. ander = niet deze

9. ontvangen = krijgen

10. willen = iets graag hebben of doen