Naar inhoud

VoorbereidenWoordenschat

Woordenschat

Examenwoorden

Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.

34 woorden
NederlandInburgering B1 · route 2021Dagelijkse routine + officiële bronnen · voorbeeldvragen

Kies een dagelijkse situatie

Woorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.

Thema:

Eten en drinken

34 woorden

Niveau

Eten en drinken · A1

voedsel in je mond nemen werkwoord

to eat

Ik ben een peer aan het eten.Ik ben een peer aan het eten.

Eten en drinken · A1

met plezier bijwoord

gladly; with pleasure

Ik wil graag een kop thee.Ik wil graag een kop thee.

Eten en drinken · A1

niet met voorzetsel

without

Ik drink koffie zonder suiker.Ik drink koffie zonder suiker.

Eten en drinken · A1

vloeistof om te drinken zelfstandig naamwoord

water

Ik zou graag wat meer water willen.Ik zou graag wat meer water willen.

Eten en drinken · A1

vloeistof in je mond nemen werkwoord

to drink

Wil je iets drinken?Wil je iets drinken?

Eten en drinken · A1

goed van smaak; fijn bijvoeglijk naamwoord

tasty; delicious; nice

Het eten ziet er erg lekker uit.Het eten ziet er erg lekker uit.

Eten en drinken · A1

iets ergens neerzetten werkwoord

to put; to place; to make (coffee)

Zal ik koffie zetten?Zal ik koffie zetten?

Eten en drinken · A1

wat je eet; de maaltijd zelfstandig naamwoord

food; meal

Het eten staat op tafel.Het eten staat op tafel.

Eten en drinken · A1

warme drank van bonen zelfstandig naamwoord

coffee

Geeft u me een kopje koffie, alstublieft?Geeft u me een kopje koffie, alstublieft?

Eten en drinken · A1

beker; hoofd zelfstandig naamwoord

cup, mug; head; headline

Wil je een kop koffie?Wil je een kop koffie?

Eten en drinken · A1

warme drank van blaadjes zelfstandig naamwoord

tea

Wat denk je van een kop thee?Wat denk je van een kop thee?

Eten en drinken · A1

alcoholische drank van graan zelfstandig naamwoord

beer

Ik heb nog een kratje bier gekocht.Ik heb nog een kratje bier gekocht.

Eten en drinken · A1

glazen of plastic ding voor drinken zelfstandig naamwoord

bottle

Er is geen wijn in de fles.Er is geen wijn in de fles.

Eten en drinken · A1

zin in eten zelfstandig naamwoord

hunger

Ik wist dat je honger zou hebben.Ik wist dat je honger zou hebben.

Eten en drinken · A1

eten van een dier zelfstandig naamwoord

meat; flesh

Je kan niet alleen maar vlees eten.Je kan niet alleen maar vlees eten.

Eten en drinken · A1

plek waar je iets kunt drinken zelfstandig naamwoord

café; pub

Vlak om de hoek is er een café.Vlak om de hoek is er een café.

Eten en drinken · A1

witte drank van een koe zelfstandig naamwoord

milk

Wil je melk in je koffie?Wil je melk in je koffie?

Eten en drinken · A1

plat ding om van te eten; bord langs de weg zelfstandig naamwoord

plate; sign; board

De ober kwam met een nieuw bord.De ober kwam met een nieuw bord.

Eten en drinken · A1

plek waar je betaalt om te eten zelfstandig naamwoord

restaurant

Ik heb een goed Mexicaans restaurant gevonden.Ik heb een goed Mexicaans restaurant gevonden.

Eten en drinken · A1

dat leggen kippen zelfstandig naamwoord

egg

Ik eet elke ochtend een gekookt ei.Ik eet elke ochtend een gekookt ei.

Eten en drinken · A1

appels, peren, bananen enzovoort zelfstandig naamwoord

fruit

Vers fruit is goed voor je gezondheid.Vers fruit is goed voor je gezondheid.

Eten en drinken · A1

bijv. wortels, sla, spinazie zelfstandig naamwoord

vegetable

Hoe heet deze groente in het Engels?Hoe heet deze groente in het Engels?

Eten en drinken · A1

wat je het leukst vindt bijvoeglijk naamwoord

favourite

Wat is je favoriete gerecht?Wat is je favoriete gerecht?

Eten en drinken · A1

dun, met weinig vet bijvoeglijk naamwoord

thin; lean

Mager vlees is gezonder dan vet vlees.Mager vlees is gezonder dan vet vlees.

Eten en drinken · A1

zoet gebak, bijvoorbeeld op een verjaardag zelfstandig naamwoord

cake; pie

Tom is een taart aan het bakken.Tom is een taart aan het bakken.

Eten en drinken · A1

groente die onder de grond groeit zelfstandig naamwoord

potato

Tom heeft een grote zak aardappelen gekocht.Tom heeft een grote zak aardappelen gekocht.

Eten en drinken · A1

met veel suiker bijvoeglijk naamwoord

sweet

Deze thee is te zoet voor mij.Deze thee is te zoet voor mij.

Eten en drinken · A1

snee brood met beleg zelfstandig naamwoord

slice of bread; sandwich

Tom was een boterham aan het eten.Tom was een boterham aan het eten.

Eten en drinken · A1

gebakken zoet ding zelfstandig naamwoord

cake; biscuit

Proef deze koek eens.Proef deze koek eens.

Eten en drinken · A1

ronde vrucht zelfstandig naamwoord

apple

Ik ben een appel aan het eten.Ik ben een appel aan het eten.

Eten en drinken · A1

Italiaans gerecht zelfstandig naamwoord

pizza

Ik heb pizza besteld met de telefoon.Ik heb pizza besteld met de telefoon.

Eten en drinken · A1

warm eten van melk en granen zelfstandig naamwoord

porridge; (informal) dad

Mijn kinderen eten 's ochtends graag pap.Mijn kinderen eten 's ochtends graag pap.

Eten en drinken · A1

zoet eten van cacao zelfstandig naamwoord

chocolate

Soms wil je gewoon chocola eten.Soms wil je gewoon chocola eten.

Eten en drinken · A1

een zoet drankje zonder alcohol zelfstandig naamwoord

soft drink; soda

We bestelden friet en frisdrank.We bestelden friet en frisdrank.

Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.