Winkelen · A1
alleen; slechts bijwoord
only; just
Ik ben alleen maar aan het kijken.Ik ben alleen maar aan het kijken.VoorbereidenWoordenschat
Woordenschat
Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.
27 woordenWoorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.
Thema:
27 woorden
Winkelen · A1
alleen; slechts bijwoord
only; just
Ik ben alleen maar aan het kijken.Ik ben alleen maar aan het kijken.Winkelen · A1
dit hier (de-woord); deze dingen voornaamwoord
this; these
Deze jas is te duur.Deze jas is te duur.Winkelen · A1
meer dan goed is bijwoord
too
Deze schoenen zijn te klein.Deze schoenen zijn te klein.Winkelen · A1
munten en briefjes om te betalen zelfstandig naamwoord
money
Ik heb niet genoeg geld bij me.Ik heb niet genoeg geld bij me.Winkelen · A1
toestemming hebben werkwoord
may; to be allowed to
Zou ik een papieren zak mogen hebben?Zou ik een papieren zak mogen hebben?Winkelen · A1
geld geven voor iets werkwoord
to pay
Kan ik hier met pin betalen?Kan ik hier met pin betalen?Winkelen · A1
iets krijgen voor geld werkwoord
to buy
Ik koop brood bij de bakker.Ik koop brood bij de bakker.Winkelen · A1
de goede maat hebben werkwoord
to fit; to suit; to try on
Je schoenen passen niet bij dat pak.Je schoenen passen niet bij dat pak.Winkelen · A1
plek waar je dingen koopt zelfstandig naamwoord
shop; store
We zijn de winkel aan het sluiten.We zijn de winkel aan het sluiten.Winkelen · A1
iets geven voor geld werkwoord
to sell
Tom heeft besloten zijn auto te verkopen.Tom heeft besloten zijn auto te verkopen.Winkelen · A1
welk aantal telwoord
how much; how many
Hoeveel kost dit brood?Hoeveel kost dit brood?Winkelen · A1
als prijs hebben werkwoord
to cost
Hoeveel kost een kaartje?Hoeveel kost een kaartje?Winkelen · A1
het geld in Nederland zelfstandig naamwoord
euro
Ik verdien 100 euro per dag.Ik verdien 100 euro per dag.Winkelen · A1
kledingstuk dat je buiten draagt zelfstandig naamwoord
coat; jacket
Vandaag zul je geen jas nodig hebben.Vandaag zul je geen jas nodig hebben.Winkelen · A1
dank u zeggen werkwoord
to thank
Nee, dank u. Ik kijk wat rond.Nee, dank u. Ik kijk wat rond.Winkelen · A1
wat iets kost; beloning zelfstandig naamwoord
price; prize
Ze werden het eens over de prijs.Ze werden het eens over de prijs.Winkelen · A1
kost veel geld bijvoeglijk naamwoord
expensive
Je pak ziet er erg duur uit.Je pak ziet er erg duur uit.Winkelen · A1
bericht; wat je in de winkel koopt zelfstandig naamwoord
message; (pl.) groceries
Ik ga even boodschappen doen.Ik ga even boodschappen doen.Winkelen · A1
iemand die iets koopt zelfstandig naamwoord
customer; client
Tom is een van mijn beste klanten.Tom is een van mijn beste klanten.Winkelen · A1
iets dat gemaakt is om te verkopen zelfstandig naamwoord
product
Dat product is momenteel niet op voorraad.Dat product is momenteel niet op voorraad.Winkelen · A1
wat je aan je voeten draagt zelfstandig naamwoord
shoe
Deze schoenen zijn te klein voor mij.Deze schoenen zijn te klein voor mij.Winkelen · A1
het geld van Amerika zelfstandig naamwoord
dollar
Ik heb het voor tien dollar verkocht.Ik heb het voor tien dollar verkocht.Winkelen · A1
een klokje om je pols zelfstandig naamwoord
watch
Ik ben op zoek naar mijn horloge.Ik ben op zoek naar mijn horloge.Winkelen · A1
kleur tussen zwart en wit bijvoeglijk naamwoord
grey
Is jouw nieuwe jas zwart of grijs?Is jouw nieuwe jas zwart of grijs?Winkelen · A1
band om je broek zelfstandig naamwoord
belt; strap; leash
Welke kleur riem draag je gewoonlijk?Welke kleur riem draag je gewoonlijk?Winkelen · A1
grote winkel voor eten zelfstandig naamwoord
supermarket
Ik moet vandaag langs de supermarkt gaan.Ik moet vandaag langs de supermarkt gaan.Winkelen · A1
doekje voor je neus zelfstandig naamwoord
handkerchief
Ik ben mijn zakdoeken aan het strijken.Ik ben mijn zakdoeken aan het strijken.Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.