Tijd, data en getallen · A1
rond; op dat tijdstip voorzetsel
at; around; in order to
De les begint om negen uur.De les begint om negen uur.VoorbereidenWoordenschat
Woordenschat
Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.
52 woordenWoorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.
Thema:
52 woorden
Tijd, data en getallen · A1
rond; op dat tijdstip voorzetsel
at; around; in order to
De les begint om negen uur.De les begint om negen uur.Tijd, data en getallen · A1
het getal 1 telwoord
one
Ik heb één broer en twee zussen.Ik heb één broer en twee zussen.Tijd, data en getallen · A1
op dit moment bijwoord
now
Ik kan nu niet naar huis gaan.Ik kan nu niet naar huis gaan.Tijd, data en getallen · A1
twaalf maanden zelfstandig naamwoord
year
Mijn dochter is tien jaar oud.Mijn dochter is tien jaar oud.Tijd, data en getallen · A1
24 uur zelfstandig naamwoord
day
Ik ga iedere dag naar het werk.Ik ga iedere dag naar het werk.Tijd, data en getallen · A1
het getal 2 telwoord
two
Ik heb twee kinderen.Ik heb twee kinderen.Tijd, data en getallen · A1
niet verder dan voorzetsel
until; to
De winkel is open tot zes uur.De winkel is open tot zes uur.Tijd, data en getallen · A1
niet op tijd; na de normale tijd bijvoeglijk naamwoord
late
Sorry, ik ben te laat.Sorry, ik ben te laat.Tijd, data en getallen · A1
later dan voorzetsel
after
Na het eten drinken we koffie.Na het eten drinken we koffie.Tijd, data en getallen · A1
het getal 3 telwoord
three
Ik heb drie broers en een zus.Ik heb drie broers en een zus.Tijd, data en getallen · A1
hoe vaak iets gebeurt zelfstandig naamwoord
time (occurrence)
Ik heb hem maar één keer ontmoet.Ik heb hem maar één keer ontmoet.Tijd, data en getallen · A1
zestig minuten zelfstandig naamwoord
hour; o'clock
De film duurt twee uur.De film duurt twee uur.Tijd, data en getallen · A1
zeven dagen zelfstandig naamwoord
week
We gaan eens per week uit eten.We gaan eens per week uit eten.Tijd, data en getallen · A1
vóór de normale tijd bijvoeglijk naamwoord
early
Ik sta elke dag vroeg op.Ik sta elke dag vroeg op.Tijd, data en getallen · A1
niet eerder dan; net bijwoord
only; just; not until
De winkel gaat pas om tien uur open.De winkel gaat pas om tien uur open.Tijd, data en getallen · A1
voor elke voorzetsel
per; by
Ik kijk twee keer per week televisie.Ik kijk twee keer per week televisie.Tijd, data en getallen · A1
later; na dat bijwoord
afterwards; then
Eerst werk ik, daarna ga ik boodschappen doen.Eerst werk ik, daarna ga ik boodschappen doen.Tijd, data en getallen · A1
het getal 4 telwoord
four
Volgens mijn uurwerk is het vier uur.Volgens mijn uurwerk is het vier uur.Tijd, data en getallen · A1
de dag na vandaag bijwoord
tomorrow
Morgen ben ik niet op het werk.Morgen ben ik niet op het werk.Tijd, data en getallen · A1
het getal 5 telwoord
five
Vijf plus drie is gelijk aan acht.Vijf plus drie is gelijk aan acht.Tijd, data en getallen · A1
het einde van de dag zelfstandig naamwoord
evening
Hij kwam laat in de avond thuis.Hij kwam laat in de avond thuis.Tijd, data en getallen · A1
het getal 10 telwoord
ten
Ik zal hier tot tien uur zijn.Ik zal hier tot tien uur zijn.Tijd, data en getallen · A1
in het verleden bijwoord
ago
Ik ben drie jaar geleden naar Nederland gekomen.Ik ben drie jaar geleden naar Nederland gekomen.Tijd, data en getallen · A1
ongeveer dertig dagen zelfstandig naamwoord
month
Ik zal hier volgende maand niet zijn.Ik zal hier volgende maand niet zijn.Tijd, data en getallen · A1
in de tijd van voorzetsel
during
Tijdens het eten las ik een boek.Tijdens het eten las ik een boek.Tijd, data en getallen · A1
op deze dag bijwoord
today
Het kan zijn dat hij vandaag komt.Het kan zijn dat hij vandaag komt.Tijd, data en getallen · A1
vanaf een moment tot nu voorzetsel
since
Tom is hier sinds maandag niet geweest.Tom is hier sinds maandag niet geweest.Tijd, data en getallen · A1
over een tijdje bijwoord
later; soon; in a moment
Ik denk dat het straks gaat regenen.Ik denk dat het straks gaat regenen.Tijd, data en getallen · A1
bijna, rond bijwoord
about; approximately
Hij is ongeveer even oud als ik.Hij is ongeveer even oud als ik.Tijd, data en getallen · A1
een tijd lang bezig zijn werkwoord
to last; to take (time)
De reis zal ongeveer vijf uur duren.De reis zal ongeveer vijf uur duren.Tijd, data en getallen · A1
het getal 6 telwoord
six
Ik sta altijd op om zes uur.Ik sta altijd op om zes uur.Tijd, data en getallen · A1
zestig seconden zelfstandig naamwoord
minute
Ik kan 50 woorden per minuut typen.Ik kan 50 woorden per minuut typen.Tijd, data en getallen · A1
het begin van de dag zelfstandig naamwoord
morning
Ik heb koffie nodig in de ochtend.Ik heb koffie nodig in de ochtend.Tijd, data en getallen · A1
op welk moment bijwoord
when
Wanneer kan ik de auto komen halen?Wanneer kan ik de auto komen halen?Tijd, data en getallen · A1
het warme seizoen zelfstandig naamwoord
summer
Ik ga elke zomer naar het buitenland.Ik ga elke zomer naar het buitenland.Tijd, data en getallen · A1
het getal 7 telwoord
seven
Wij zijn zeven dagen per week geopend.Wij zijn zeven dagen per week geopend.Tijd, data en getallen · A1
zaterdag en zondag zelfstandig naamwoord
weekend
Wat zijn je plannen voor het weekend?Wat zijn je plannen voor het weekend?Tijd, data en getallen · A1
een vierde deel; vijftien minuten zelfstandig naamwoord
quarter
Het is kwart over drie.Het is kwart over drie.Tijd, data en getallen · A1
het getal 9 telwoord
nine
De winkel gaat om negen uur open.De winkel gaat om negen uur open.Tijd, data en getallen · A1
het getal 15 telwoord
fifteen
Er zijn geen handdoeken in kamer vijftien.Er zijn geen handdoeken in kamer vijftien.Tijd, data en getallen · A1
het getal 30 telwoord
thirty
De les begint om acht uur dertig.De les begint om acht uur dertig.Tijd, data en getallen · A1
het getal 11 telwoord
eleven
De winkel gaat om elf uur dicht.De winkel gaat om elf uur dicht.Tijd, data en getallen · A1
het getal 16 telwoord
sixteen
Ik ben zestien jaar oud.Ik ben zestien jaar oud.Tijd, data en getallen · A1
het getal 14 telwoord
fourteen
Twee keer zeven is veertien.Twee keer zeven is veertien.Tijd, data en getallen · A1
14.00 of 2.00 uur uitdrukking
two o'clock; two hours
De les begint om twee uur.De les begint om twee uur.Tijd, data en getallen · A1
de avond van zaterdag zelfstandig naamwoord
Saturday evening
Op zaterdagavond gaan we vaak uit eten.Op zaterdagavond gaan we vaak uit eten.Tijd, data en getallen · A1
tot en ook op die dag of dat getal uitdrukking
up to and including; through
Het ticket is geldig tot en met maandag.Het ticket is geldig tot en met maandag.Tijd, data en getallen · A1
het is zeven uur op de klok uitdrukking
seven o'clock
Maak me om zeven uur wakker, alsjeblieft.Maak me om zeven uur wakker, alsjeblieft.Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.