Naar inhoud

VoorbereidenWoordenschat

Woordenschat

Examenwoorden

Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.

2097 woorden
NederlandInburgering B1 · route 2021Dagelijkse routine + officiële bronnen · voorbeeldvragen

Kies een dagelijkse situatie

Woorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.

Alle woorden

2097 woorden

Niveau

Algemeen · A2

kort; een moment bijwoord

for a moment; just; equally

Wacht even, ik kom zo.Wacht even, ik kom zo.

Tijd, data en getallen · A2

uren, minuten; periode zelfstandig naamwoord

time

Het is tijd om op te staan.Het is tijd om op te staan.

Algemeen · A2

zeker; zoals verwacht bijvoeglijk naamwoord

of course; natural

Natuurlijk is ze in het examen geslaagd.Natuurlijk is ze in het examen geslaagd.

Algemeen · A2

één keer; ooit bijwoord

once; ever; just

Kom eens bij ons langs.Kom eens bij ons langs.

Algemeen · A2

zojuist; precies bijwoord

just; exactly

De trein is net vertrokken.De trein is net vertrokken.

Tijd, data en getallen · A2

op dat moment in het verleden bijwoord

then; at that time

Ik woonde toen nog in China.Ik woonde toen nog in China.

Algemeen · A2

telkens; altijd weer bijwoord

always; increasingly

Het wordt steeds kouder.Het wordt steeds kouder.

Algemeen · A2

klaar; los van bijwoord

off; finished; down

Mijn huiswerk is af.Mijn huiswerk is af.

Algemeen · A2

een persoon, niet bekend wie voornaamwoord

someone; anyone

Ik denk dat we iemand zijn vergeten.Ik denk dat we iemand zijn vergeten.

Gezondheid en dokter · A2

deel van je arm met vingers zelfstandig naamwoord

hand

Was je handen voor het eten.Was je handen voor het eten.

Algemeen · A2

nu; (om iets te benadrukken) bijwoord

now; well

Nou, dat is goed nieuws!Nou, dat is goed nieuws!

Samenleving en KNM · A2

de man die een land regeert (vorst) zelfstandig naamwoord

king

De koning heeft zijn verjaardag op 27 april.De koning heeft zijn verjaardag op 27 april.

Algemeen · A2

op het moment dat (verleden) voegwoord

when (past)

Toen ik klein was, woonde ik in Shanghai.Toen ik klein was, woonde ik in Shanghai.

Gezondheid en dokter · A2

bovenste deel van je lichaam zelfstandig naamwoord

head

Ik heb pijn in mijn hoofd.Ik heb pijn in mijn hoofd.

Familie en sociaal leven · A2

iets gaan pakken en meenemen werkwoord

to fetch; to pick up; to pass

Ik haal de kinderen om drie uur van school.Ik haal de kinderen om drie uur van school.

Algemeen · A2

op dezelfde manier als voegwoord

like; as; such as

Doe het zoals ik het je heb laten zien.Doe het zoals ik het je heb laten zien.

Algemeen · A2

lager dan voorzetsel

under; below; among

De kat slaapt onder de tafel.De kat slaapt onder de tafel.

Algemeen · A2

zonder twijfel bijvoeglijk naamwoord

sure; certain

Ik weet zeker dat Tom kan winnen.Ik weet zeker dat Tom kan winnen.

Algemeen · A2

hard iets zeggen werkwoord

to call; to shout

Roep me als je hulp nodig hebt.Roep me als je hulp nodig hebt.

Algemeen · A2

niet meer levend bijvoeglijk naamwoord

dead

Mijn plant is dood, ik heb vergeten water te geven.Mijn plant is dood, ik heb vergeten water te geven.

Gezondheid en dokter · A2

merken met je lichaam of hart werkwoord

to feel

Ik voel me vandaag niet zo goed.Ik voel me vandaag niet zo goed.

Samenleving en KNM · A2

de aarde en alle mensen zelfstandig naamwoord

world

Hij is over de hele wereld bekend.Hij is over de hele wereld bekend.

Vrije tijd en cultuur · A2

iets wat je vertelt zelfstandig naamwoord

story

Ik denk dat het verhaal waar is.Ik denk dat het verhaal waar is.

Werk en inkomen · A2

niet los; zeker bijvoeglijk naamwoord

fixed; firm; surely

Ze heeft een vaste baan bij de gemeente.Ze heeft een vaste baan bij de gemeente.

Algemeen · A2

kijken of iets lukt werkwoord

to try

Wil je het nog een keer proberen?Wil je het nog een keer proberen?

Algemeen · A2

ook nog (verrassend) bijwoord

even

Ik moet gaan, zelfs wanneer het regent.Ik moet gaan, zelfs wanneer het regent.

Algemeen · A2

in werkelijkheid bijwoord

actually; really

Eigenlijk heb ik geen zin om te gaan.Eigenlijk heb ik geen zin om te gaan.

Gezondheid en dokter · A2

het einde van het leven zelfstandig naamwoord

death

Ik heb geen angst voor de dood.Ik heb geen angst voor de dood.

Familie en sociaal leven · A2

helpen en letten op werkwoord

to take care of; to make sure

Ik zorg voor mijn oude moeder.Ik zorg voor mijn oude moeder.

School en studie · A2

een deel van een zin zelfstandig naamwoord

word

Wat betekent dit woord?Wat betekent dit woord?

Algemeen · A2

naar die plek toe bijwoord

to (a place); away

Wie weet waar Tom heen is gegaan?Wie weet waar Tom heen is gegaan?

Algemeen · A2

in het bijzonder bijwoord

especially; mainly

Ik hou van muziek, vooral klassieke muziek.Ik hou van muziek, vooral klassieke muziek.

Algemeen · A2

er kan niets meer bij bijvoeglijk naamwoord

full

De trein was vanochtend erg vol.De trein was vanochtend erg vol.

Vervoer en reizen · A2

niet zoveel als voornaamwoord

less; fewer

De treinen rijden 's nachts minder vaak.De treinen rijden 's nachts minder vaak.

Algemeen · A2

plaatsvinden werkwoord

to happen

Zou dat nog een keer kunnen gebeuren?Zou dat nog een keer kunnen gebeuren?

Algemeen · A2

een plek zelfstandig naamwoord

place; seat

Is deze plaats nog vrij?Is deze plaats nog vrij?

Algemeen · A2

helemaal juist bijvoeglijk naamwoord

exact; precise; exactly

Hij kwam precies om tien uur thuis.Hij kwam precies om tien uur thuis.

Familie en sociaal leven · A2

een naam geven; zeggen werkwoord

to call; to name; to mention

Ik noem mijn moeder nog steeds mama.Ik noem mijn moeder nog steeds mama.

Gezondheid en dokter · A2

voorkant van je hoofd zelfstandig naamwoord

face; sight

Was je gezicht met koud water.Was je gezicht met koud water.

Algemeen · A2

niet goed bijvoeglijk naamwoord

bad; poor

Het is hier nog niet zo slecht.Het is hier nog niet zo slecht.

Tijd, data en getallen · A2

de tijd dat het donker is zelfstandig naamwoord

night

Ik heb vannacht slecht geslapen.Ik heb vannacht slecht geslapen.

Algemeen · A2

denken dat iets waar is werkwoord

to believe

Ik ben geneigd om je te geloven.Ik ben geneigd om je te geloven.

Algemeen · A2

op hetzelfde moment dat voegwoord

while; whereas

Ik viel in slaap terwijl ik tv-keek.Ik viel in slaap terwijl ik tv-keek.

Algemeen · A2

neerzetten; vragen werkwoord

to put; to ask (a question); to set

Mag ik u een vraag stellen?Mag ik u een vraag stellen?

Algemeen · A2

het kan bijvoeglijk naamwoord

possible

Is het mogelijk om dat te doen?Is het mogelijk om dat te doen?

Wonen · A2

ver boven de grond bijvoeglijk naamwoord

high; tall

Mijn gasrekening vorige maand was erg hoog.Mijn gasrekening vorige maand was erg hoog.

Algemeen · A2

hard tegen iets aan komen werkwoord

to hit; to beat; to strike

De klok sloeg twaalf uur.De klok sloeg twaalf uur.

Algemeen · A2

hoe je iets doet zelfstandig naamwoord

way; manner

Dit is de beste manier om Nederlands te leren.Dit is de beste manier om Nederlands te leren.

Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.