Gezondheid en dokter · A2
deel van je arm met vingers zelfstandig naamwoord
hand
Was je handen voor het eten.Was je handen voor het eten.VoorbereidenWoordenschat
Woordenschat
Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.
134 woordenWoorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.
Thema:
134 woorden
Gezondheid en dokter · A2
deel van je arm met vingers zelfstandig naamwoord
hand
Was je handen voor het eten.Was je handen voor het eten.Gezondheid en dokter · A2
bovenste deel van je lichaam zelfstandig naamwoord
head
Ik heb pijn in mijn hoofd.Ik heb pijn in mijn hoofd.Gezondheid en dokter · A2
merken met je lichaam of hart werkwoord
to feel
Ik voel me vandaag niet zo goed.Ik voel me vandaag niet zo goed.Gezondheid en dokter · A2
het einde van het leven zelfstandig naamwoord
death
Ik heb geen angst voor de dood.Ik heb geen angst voor de dood.Gezondheid en dokter · A2
voorkant van je hoofd zelfstandig naamwoord
face; sight
Was je gezicht met koud water.Was je gezicht met koud water.Gezondheid en dokter · A2
lichaamsdeel tussen schouder en hand zelfstandig naamwoord
arm
Ik heb pijn in mijn arm.Ik heb pijn in mijn arm.Gezondheid en dokter · A2
goed kijken naar iets om het te weten zelfstandig naamwoord
research; investigation; examination
De dokter doet een onderzoek naar mijn bloed.De dokter doet een onderzoek naar mijn bloed.Gezondheid en dokter · A2
doodgaan werkwoord
to die
Een mens kan slechts één keer sterven.Een mens kan slechts één keer sterven.Gezondheid en dokter · A2
orgaan dat bloed pompt zelfstandig naamwoord
heart
Hij heeft een hart van goud.Hij heeft een hart van goud.Gezondheid en dokter · A2
je hele lijf zelfstandig naamwoord
body
Mijn natte kleren plakten tegen mijn lichaam.Mijn natte kleren plakten tegen mijn lichaam.Gezondheid en dokter · A2
waarmee je eet en praat zelfstandig naamwoord
mouth
Doe je mond maar open.Doe je mond maar open.Gezondheid en dokter · A2
rode vloeistof in je lichaam zelfstandig naamwoord
blood
De huisarts wil wat bloed laten prikken.De huisarts wil wat bloed laten prikken.Gezondheid en dokter · A2
wat je voelt als je gewond of ziek bent zelfstandig naamwoord
pain; ache
Ik heb pijn in mijn rug.Ik heb pijn in mijn rug.Gezondheid en dokter · A2
snel heen en weer bewegen werkwoord
to shake
Schud de fles voor gebruik.Schud de fles voor gebruik.Gezondheid en dokter · A2
het gebruiken van iets zelfstandig naamwoord
use; custom
Lees de bijsluiter voor gebruik.Lees de bijsluiter voor gebruik.Gezondheid en dokter · A2
angst; hulp aan iemand zelfstandig naamwoord
worry; care
Maak u maar geen zorgen over mij.Maak u maar geen zorgen over mij.Gezondheid en dokter · A2
niet stil blijven werkwoord
to move; to exercise
Ik kan mijn been niet bewegen.Ik kan mijn been niet bewegen.Gezondheid en dokter · A2
je denken; spook zelfstandig naamwoord
mind; spirit; ghost
Sport is goed voor lichaam en geest.Sport is goed voor lichaam en geest.Gezondheid en dokter · A2
stilte; pauze zelfstandig naamwoord
rest; quiet; peace
Je hebt veel rust nodig, zegt de dokter.Je hebt veel rust nodig, zegt de dokter.Gezondheid en dokter · A2
lichaamsdeel waarop je loopt zelfstandig naamwoord
leg; bone
Ik heb pijn in mijn been.Ik heb pijn in mijn been.Gezondheid en dokter · A2
het slapen zelfstandig naamwoord
sleep
Tom viel in slaap op zijn werk.Tom viel in slaap op zijn werk.Gezondheid en dokter · A2
deel tussen je nek en je arm zelfstandig naamwoord
shoulder
Ik voelde een hand op mijn schouder.Ik voelde een hand op mijn schouder.Gezondheid en dokter · A2
het ziek zijn zelfstandig naamwoord
illness; disease
Heb je ooit een ernstige ziekte gehad?Heb je ooit een ernstige ziekte gehad?Gezondheid en dokter · A2
achterkant van je lichaam zelfstandig naamwoord
back
Hij draagt een tas op zijn rug.Hij draagt een tas op zijn rug.Gezondheid en dokter · A2
iets kapot maken of kapot gaan werkwoord
to break
Ik heb mijn arm gebroken.Ik heb mijn arm gebroken.Gezondheid en dokter · A2
waarmee je hoort zelfstandig naamwoord
ear
Tom stak zijn potlood achter zijn oor.Tom stak zijn potlood achter zijn oor.Gezondheid en dokter · A2
deel tussen hoofd en lichaam zelfstandig naamwoord
neck
Ik werd met een stijve nek wakker.Ik werd met een stijve nek wakker.Gezondheid en dokter · A2
zijkant van je gezicht zelfstandig naamwoord
cheek
Ze gaf me een kus op de wang.Ze gaf me een kus op de wang.Gezondheid en dokter · A2
waarmee je ruikt zelfstandig naamwoord
nose
Mijn neus loopt, ik ben verkouden.Mijn neus loopt, ik ben verkouden.Gezondheid en dokter · A2
deel van je hand zelfstandig naamwoord
finger
Ik heb een doorn in mijn vinger.Ik heb een doorn in mijn vinger.Gezondheid en dokter · A2
gevoel dat je bang bent zelfstandig naamwoord
fear; anxiety
Zij heeft angst voor honden.Zij heeft angst voor honden.Gezondheid en dokter · A2
erg, gevaarlijk; niet grappig bijvoeglijk naamwoord
serious; severe
Denk je dat de situatie ernstig is?Denk je dat de situatie ernstig is?Gezondheid en dokter · A2
voorkant van je bovenlichaam zelfstandig naamwoord
chest; breast
Ik heb pijn op mijn borst.Ik heb pijn op mijn borst.Gezondheid en dokter · A2
een sigaret gebruiken werkwoord
to smoke
Tom ging naar buiten om te roken.Tom ging naar buiten om te roken.Gezondheid en dokter · A2
iets zwaars; problemen zelfstandig naamwoord
burden; trouble
Ik heb last van mijn rug.Ik heb last van mijn rug.Gezondheid en dokter · A2
rand van je mond zelfstandig naamwoord
lip
Ik beet op mijn lip.Ik beet op mijn lip.Gezondheid en dokter · A2
hoe gezond je bent zelfstandig naamwoord
health
Ik maak mij zorgen over uw gezondheid.Ik maak mij zorgen over uw gezondheid.Gezondheid en dokter · A2
krom maken; voorover gaan werkwoord
to bend; to bow
Buig je knieën als je iets zwaars optilt.Buig je knieën als je iets zwaars optilt.Gezondheid en dokter · A2
goed bekijken en uitzoeken werkwoord
to examine; to investigate
De dokter gaat je even onderzoeken.De dokter gaat je even onderzoeken.Gezondheid en dokter · A2
een dokter zelfstandig naamwoord
doctor; physician
Ik dacht dat hij een arts was.Ik dacht dat hij een arts was.Gezondheid en dokter · A2
de buitenkant van je lichaam zelfstandig naamwoord
skin
Mijn huid voelt erg schraal aan vandaag.Mijn huid voelt erg schraal aan vandaag.Gezondheid en dokter · A2
zorgen voor werkwoord
to take care of; to look after
Tom verzorgt de vogels goed.Tom verzorgt de vogels goed.Gezondheid en dokter · A2
het middelste deel van je lichaam zelfstandig naamwoord
belly; stomach
Ik heb pijn in mijn buik.Ik heb pijn in mijn buik.Gezondheid en dokter · A2
omgaan met; beter maken werkwoord
to treat; to handle
De dokter behandelt veel patiënten per dag.De dokter behandelt veel patiënten per dag.Gezondheid en dokter · A2
niet sterk bijvoeglijk naamwoord
weak
Ze was nog zwak na haar ziekte.Ze was nog zwak na haar ziekte.Gezondheid en dokter · A2
het deel achter in je mond zelfstandig naamwoord
throat
Ik heb pijn in mijn keel.Ik heb pijn in mijn keel.Gezondheid en dokter · A2
je bijt en kauwt ermee zelfstandig naamwoord
tooth
Ik poets mijn tanden tweemaal per dag.Ik poets mijn tanden tweemaal per dag.Gezondheid en dokter · A2
het deel tussen hoofd en schouders zelfstandig naamwoord
neck
Ze draagt een warme sjaal om haar hals.Ze draagt een warme sjaal om haar hals.Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.