Naar inhoud

VoorbereidenWoordenschat

Woordenschat

Examenwoorden

Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.

122 woorden
NederlandInburgering B1 · route 2021Dagelijkse routine + officiële bronnen · voorbeeldvragen

Kies een dagelijkse situatie

Woorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.

Thema:

Weer en natuur

122 woorden

Niveau

Weer en natuur · A2

anders worden of maken werkwoord

to change

Het weer verandert hier snel.Het weer verandert hier snel.

Weer en natuur · A2

een levend wezen, geen mens of plant zelfstandig naamwoord

animal

Heb je al eens een dier getekend?Heb je al eens een dier getekend?

Weer en natuur · A2

niet koud bijvoeglijk naamwoord

warm; hot

Het is de hele week al warm.Het is de hele week al warm.

Weer en natuur · A2

zonder licht bijvoeglijk naamwoord

dark

Het was erg donker in de kamer.Het was erg donker in de kamer.

Weer en natuur · A2

hoe het buiten is: zon, regen, wind zelfstandig naamwoord

weather

Wat voor weer wordt het morgen?Wat voor weer wordt het morgen?

Weer en natuur · A2

grote plant met een stam zelfstandig naamwoord

tree

Een beer kan in een boom klimmen.Een beer kan in een boom klimmen.

Weer en natuur · A2

plek met veel bomen zelfstandig naamwoord

forest; woods

Tom is in het bos verdwaald geraakt.Tom is in het bos verdwaald geraakt.

Weer en natuur · A2

stromend water door het land zelfstandig naamwoord

river

Ik stak de rivier over per boot.Ik stak de rivier over per boot.

Weer en natuur · A2

ver naar beneden bijvoeglijk naamwoord

deep

Hoe diep is het water volgens jou?Hoe diep is het water volgens jou?

Weer en natuur · A2

wat je inademt; hemel zelfstandig naamwoord

air; sky

Laat alsjeblieft wat frisse lucht naar binnen.Laat alsjeblieft wat frisse lucht naar binnen.

Weer en natuur · A2

niet fijn, vervelend bijvoeglijk naamwoord

unpleasant; nasty; unwell

Wat een naar weer vandaag!Wat een naar weer vandaag!

Weer en natuur · A2

bomen, dieren, planten buiten de stad zelfstandig naamwoord

nature

Ik hou van de natuur.Ik hou van de natuur.

Weer en natuur · A2

dier zelfstandig naamwoord

animal; beast

Op de boerderij zijn veel beesten.Op de boerderij zijn veel beesten.

Weer en natuur · A2

mooi gekleurd deel van een plant zelfstandig naamwoord

flower

Ze had een bloem in haar hand.Ze had een bloem in haar hand.

Weer en natuur · A2

onze planeet; grond zelfstandig naamwoord

earth; soil

De aarde is kleiner dan de zon.De aarde is kleiner dan de zon.

Weer en natuur · A2

boerderijdier dat melk geeft zelfstandig naamwoord

cow

Tom is de koe aan het melken.Tom is de koe aan het melken.

Weer en natuur · A2

weer, opnieuw bijwoord

again; (what was it) again

Het regent vandaag alweer!Het regent vandaag alweer!

Weer en natuur · A2

wat je 's nachts in de lucht ziet zelfstandig naamwoord

moon

Er is geen leven op de maan.Er is geen leven op de maan.

Weer en natuur · A2

heel groot dier in de zee zelfstandig naamwoord

whale

Ik heb nog nooit een levende walvis gezien.Ik heb nog nooit een levende walvis gezien.

Weer en natuur · A2

de lucht boven ons zelfstandig naamwoord

sky; heaven

Waarom zijn er sterren aan de hemel?Waarom zijn er sterren aan de hemel?

Weer en natuur · A2

niet tam, in de natuur bijvoeglijk naamwoord

wild

Een vos is een wild dier.Een vos is een wild dier.

Weer en natuur · A2

hoogste punt zelfstandig naamwoord

top; summit

Het uitzicht vanaf de top is erg mooi.Het uitzicht vanaf de top is erg mooi.

Weer en natuur · A2

groene sprieten in een tuin of wei zelfstandig naamwoord

grass

De koeien zijn gras aan het eten.De koeien zijn gras aan het eten.

Weer en natuur · A2

bewegende lucht zelfstandig naamwoord

wind

Maandag was een dag met veel wind.Maandag was een dag met veel wind.

Weer en natuur · A2

dier met veren dat kan vliegen zelfstandig naamwoord

bird

Tom raakte de vogel uit het oog.Tom raakte de vogel uit het oog.

Weer en natuur · A2

een gebied zelfstandig naamwoord

region; area; trick

In deze streek wonen veel boeren.In deze streek wonen veel boeren.

Weer en natuur · A2

vol water, niet droog bijvoeglijk naamwoord

wet

Ze werden erg nat in de regen.Ze werden erg nat in de regen.

Weer en natuur · A2

witte bevroren regen zelfstandig naamwoord

snow

Op deze plaats valt bijna geen sneeuw.Op deze plaats valt bijna geen sneeuw.

Weer en natuur · A2

het achterste deel van een dier zelfstandig naamwoord

tail; ponytail

Een koe heeft een lange staart.Een koe heeft een lange staart.

Weer en natuur · A2

een hard stuk van de aarde zelfstandig naamwoord

stone; brick

De voorruit is door een steen gebroken.De voorruit is door een steen gebroken.

Weer en natuur · A2

water dat uit de lucht valt zelfstandig naamwoord

rain

De regen valt met bakken naar beneden.De regen valt met bakken naar beneden.

Weer en natuur · A2

een heel hoog stuk land zelfstandig naamwoord

mountain; heap

We hebben een berg werk te verzetten.We hebben een berg werk te verzetten.

Weer en natuur · A2

bewegen zoals water werkwoord

to flow; to stream

De rivier stroomt dwars door de stad.De rivier stroomt dwars door de stad.

Weer en natuur · A2

niet nat bijvoeglijk naamwoord

dry

Mijn overhemd is nog niet droog.Mijn overhemd is nog niet droog.

Weer en natuur · A2

een groot stuk land met gras zelfstandig naamwoord

field

Het veld staat vol met wilde bloemen.Het veld staat vol met wilde bloemen.

Weer en natuur · A2

op het water blijven werkwoord

to float; to drive; to run

Olie zal op water drijven.Olie zal op water drijven.

Weer en natuur · A2

dieren zoeken om te doden werkwoord

to hunt; to chase

Jagen is in de nationale parken verboden.Jagen is in de nationale parken verboden.

Weer en natuur · A2

klein grijs dier; deel van de computer zelfstandig naamwoord

mouse

De kat zat achter de muis aan.De kat zat achter de muis aan.

Weer en natuur · A2

de richting tegenover het noorden zelfstandig naamwoord

south

Hij moet wel uit het zuiden komen.Hij moet wel uit het zuiden komen.

Weer en natuur · A2

heel harde wind zelfstandig naamwoord

storm

Het dak is door de storm beschadigd.Het dak is door de storm beschadigd.

Weer en natuur · A2

deel van een boom; vel papier zelfstandig naamwoord

leaf; sheet; magazine; tray

Een dood blad viel op de grond.Een dood blad viel op de grond.

Weer en natuur · A2

gebouw voor koeien of paarden zelfstandig naamwoord

stable; cowshed

De stal is net achter de boerderij.De stal is net achter de boerderij.

Weer en natuur · A2

donkere plek zonder zon zelfstandig naamwoord

shade; shadow

Het is warm, laten we in de schaduw gaan zitten.Het is warm, laten we in de schaduw gaan zitten.

Weer en natuur · A2

arm van een boom zelfstandig naamwoord

branch

Hij knipte een tak van de boom.Hij knipte een tak van de boom.

Weer en natuur · A2

schoon en licht; duidelijk bijvoeglijk naamwoord

clear; bright

Het water is helder tot aan de bodem.Het water is helder tot aan de bodem.

Weer en natuur · A2

licht geven werkwoord

to shine; to beam

Sterren stralen aan de hemel.Sterren stralen aan de hemel.

Weer en natuur · A2

wal tegen het water zelfstandig naamwoord

dike; dyke

Ik woon dicht bij de dijk.Ik woon dicht bij de dijk.

Weer en natuur · A2

de richting waar de zon ondergaat zelfstandig naamwoord

west

De wind waait uit het westen.De wind waait uit het westen.

Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.