Familie en sociaal leven · A2
iets gaan pakken en meenemen werkwoord
to fetch; to pick up; to pass
Ik haal de kinderen om drie uur van school.Ik haal de kinderen om drie uur van school.VoorbereidenWoordenschat
Woordenschat
Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.
188 woordenWoorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.
Thema:
188 woorden
Familie en sociaal leven · A2
iets gaan pakken en meenemen werkwoord
to fetch; to pick up; to pass
Ik haal de kinderen om drie uur van school.Ik haal de kinderen om drie uur van school.Familie en sociaal leven · A2
helpen en letten op werkwoord
to take care of; to make sure
Ik zorg voor mijn oude moeder.Ik zorg voor mijn oude moeder.Familie en sociaal leven · A2
een naam geven; zeggen werkwoord
to call; to name; to mention
Ik noem mijn moeder nog steeds mama.Ik noem mijn moeder nog steeds mama.Familie en sociaal leven · A2
een jong kind dat geen meisje is zelfstandig naamwoord
boy
De jongen is brood aan het eten.De jongen is brood aan het eten.Familie en sociaal leven · A2
beleefd woord voor een man zelfstandig naamwoord
gentleman; sir; Mr
Dames en heren, welkom!Dames en heren, welkom!Familie en sociaal leven · A2
sterk gevoel voor iemand zelfstandig naamwoord
love
Het was liefde op het eerste gezicht.Het was liefde op het eerste gezicht.Familie en sociaal leven · A2
broer van je vader of moeder zelfstandig naamwoord
uncle
Mijn oom heeft mij een boek gegeven.Mijn oom heeft mij een boek gegeven.Familie en sociaal leven · A2
wat je voelt zelfstandig naamwoord
feeling; sense
Tom heeft een goed gevoel voor humor.Tom heeft een goed gevoel voor humor.Familie en sociaal leven · A2
zoon van je broer, zus, oom of tante zelfstandig naamwoord
nephew; cousin
Mijn neef is iets ouder dan ik.Mijn neef is iets ouder dan ik.Familie en sociaal leven · A2
boos; slecht bijvoeglijk naamwoord
angry; bad, evil
Mijn vader was kwaad op me.Mijn vader was kwaad op me.Familie en sociaal leven · A2
je hoofd op en neer bewegen werkwoord
to nod
Tom en Mary knikken beiden instemmend.Tom en Mary knikken beiden instemmend.Familie en sociaal leven · A2
vol liefde voor iemand bijvoeglijk naamwoord
in love
Die meisjes zijn allebei verliefd op je.Die meisjes zijn allebei verliefd op je.Familie en sociaal leven · A2
het bezoeken van iemand; gasten zelfstandig naamwoord
visit; visitors
We krijgen vanavond bezoek.We krijgen vanavond bezoek.Familie en sociaal leven · A2
verbinding met iemand zelfstandig naamwoord
contact
Je kan altijd contact met me opnemen.Je kan altijd contact met me opnemen.Familie en sociaal leven · A2
elkaar slaan; strijden werkwoord
to fight
Kijk! Twee jongens zijn aan het vechten.Kijk! Twee jongens zijn aan het vechten.Familie en sociaal leven · A2
blij bijvoeglijk naamwoord
cheerful; merry
Tom ziet er best vrolijk uit.Tom ziet er best vrolijk uit.Familie en sociaal leven · A2
boos praten met elkaar zelfstandig naamwoord
quarrel; argument
Ik wil geen ruzie maken met Tom.Ik wil geen ruzie maken met Tom.Familie en sociaal leven · A2
vader zelfstandig naamwoord
dad
Waarom is mijn pa in de keuken?Waarom is mijn pa in de keuken?Familie en sociaal leven · A2
ouders met hun kinderen zelfstandig naamwoord
family (household)
Ik ben opgegroeid in een arm gezin.Ik ben opgegroeid in een arm gezin.Familie en sociaal leven · A2
iemand laten kennismaken; een idee geven werkwoord
to introduce; to propose; to imagine
Mag ik mijn vrouw aan u voorstellen?Mag ik mijn vrouw aan u voorstellen?Familie en sociaal leven · A2
heel zacht praten werkwoord
to whisper
Waarom is iedereen aan het fluisteren?Waarom is iedereen aan het fluisteren?Familie en sociaal leven · A2
aardig bijvoeglijk naamwoord
friendly; kind
Die verpleegster is heel vriendelijk en beleefd.Die verpleegster is heel vriendelijk en beleefd.Familie en sociaal leven · A2
meisje zelfstandig naamwoord
girl; lass
Hoi meiden, hoe gaat het?Hoi meiden, hoe gaat het?Familie en sociaal leven · A2
leuk en fijn samen bijvoeglijk naamwoord
cosy; pleasant; sociable
Het is hier gezellig.Het is hier gezellig.Familie en sociaal leven · A2
van die plaats bijwoord
from (where); away
Waar kom je vandaan?Waar kom je vandaan?Familie en sociaal leven · A2
beleefd woord voor vrouw zelfstandig naamwoord
lady
Ik ken geen van deze vijf dames.Ik ken geen van deze vijf dames.Familie en sociaal leven · A2
bezoeker zelfstandig naamwoord
guest; (informal) guy
Je bent onze gast van de week.Je bent onze gast van de week.Familie en sociaal leven · A2
beelden zien in je slaap; wensen werkwoord
to dream
Ik droom vaak over mijn familie.Ik droom vaak over mijn familie.Familie en sociaal leven · A2
water uit je ogen als je huilt zelfstandig naamwoord
tear
Hij heeft geen traan gelaten.Hij heeft geen traan gelaten.Familie en sociaal leven · A2
een feest houden voor iets werkwoord
to celebrate
We vieren morgen de verjaardag van mijn moeder.We vieren morgen de verjaardag van mijn moeder.Familie en sociaal leven · A2
zien dat je iets of iemand al kent werkwoord
to recognize
Ik herkende je bijna niet.Ik herkende je bijna niet.Familie en sociaal leven · A2
met of voor andere mensen bijvoeglijk naamwoord
social
Hij is erg sociaal en maakt snel vrienden.Hij is erg sociaal en maakt snel vrienden.Familie en sociaal leven · A2
iets heel waardevols; lieve persoon zelfstandig naamwoord
treasure; darling
De piraten begroeven de schat in de grond.De piraten begroeven de schat in de grond.Familie en sociaal leven · A2
het getrouwd zijn zelfstandig naamwoord
marriage; wedding
Zij feliciteerden hem met zijn huwelijk.Zij feliciteerden hem met zijn huwelijk.Familie en sociaal leven · A2
een zoen geven werkwoord
to kiss
In Nederland kussen mensen elkaar drie keer.In Nederland kussen mensen elkaar drie keer.Familie en sociaal leven · A2
naar iemand of een plek toe gaan werkwoord
to visit
Ik kan je niet elke dag bezoeken.Ik kan je niet elke dag bezoeken.Familie en sociaal leven · A2
iemand die bij een club of groep hoort zelfstandig naamwoord
member
Tom wordt misschien lid van ons team.Tom wordt misschien lid van ons team.Familie en sociaal leven · A2
blij over wat jij of een ander gedaan heeft bijvoeglijk naamwoord
proud
Ik ben heel trots op mijn zoon.Ik ben heel trots op mijn zoon.Familie en sociaal leven · A2
man, kerel zelfstandig naamwoord
guy; fellow
Ik kan die vent niet uitstaan.Ik kan die vent niet uitstaan.Familie en sociaal leven · A2
gevoel dat je iets liever niet had gedaan zelfstandig naamwoord
regret
Het spijt me. Ik ben het vergeten.Het spijt me. Ik ben het vergeten.Familie en sociaal leven · A2
iets regelen en voorbereiden werkwoord
to organize
Wij organiseren een feest voor zijn verjaardag.Wij organiseren een feest voor zijn verjaardag.Familie en sociaal leven · A2
heel jong kind zelfstandig naamwoord
baby
Mijn vrouw heeft net een baby gekregen.Mijn vrouw heeft net een baby gekregen.Familie en sociaal leven · A2
plek waar een dode begraven ligt zelfstandig naamwoord
grave
Elk jaar bezoeken we het graf van mijn opa.Elk jaar bezoeken we het graf van mijn opa.Familie en sociaal leven · A2
iets op een geheime plek leggen werkwoord
to hide
Ik zag mijn moeder de taart verstoppen.Ik zag mijn moeder de taart verstoppen.Familie en sociaal leven · A2
op handen en knieën bewegen werkwoord
to crawl; to creep
De baby kan al kruipen.De baby kan al kruipen.Familie en sociaal leven · A2
iets wat niemand mag weten zelfstandig naamwoord
secret
Een geheim bewaren heb ik nooit gekund.Een geheim bewaren heb ik nooit gekund.Familie en sociaal leven · A2
geloven dat iemand eerlijk is werkwoord
to trust
Ik weet dat we Tom kunnen vertrouwen.Ik weet dat we Tom kunnen vertrouwen.Familie en sociaal leven · A2
niet meer een kind bijvoeglijk naamwoord
adult; grown-up
Het is vast moeilijk om volwassen te zijn.Het is vast moeilijk om volwassen te zijn.Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.