Naar inhoud

VoorbereidenWoordenschat

Woordenschat

Examenwoorden

Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.

112 woorden
NederlandInburgering B1 · route 2021Dagelijkse routine + officiële bronnen · voorbeeldvragen

Kies een dagelijkse situatie

Woorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.

Thema:

Tijd, data en getallen

112 woorden

Niveau

Tijd, data en getallen · A2

uren, minuten; periode zelfstandig naamwoord

time

Het is tijd om op te staan.Het is tijd om op te staan.

Tijd, data en getallen · A2

op dat moment in het verleden bijwoord

then; at that time

Ik woonde toen nog in China.Ik woonde toen nog in China.

Tijd, data en getallen · A2

de tijd dat het donker is zelfstandig naamwoord

night

Ik heb vannacht slecht geslapen.Ik heb vannacht slecht geslapen.

Tijd, data en getallen · A2

ongeveer; om ... heen voorzetsel

around; about

Ik ben rond zes uur wakker geworden.Ik ben rond zes uur wakker geworden.

Tijd, data en getallen · A2

een kort stukje tijd zelfstandig naamwoord

moment

Heb je het druk op het moment?Heb je het druk op het moment?

Tijd, data en getallen · A2

hoeveel er zijn zelfstandig naamwoord

number; amount

De stad heeft een groot aantal inwoners.De stad heeft een groot aantal inwoners.

Tijd, data en getallen · A2

honderd jaar zelfstandig naamwoord

century; (pl.) ages

Hij is geboren in de 19e eeuw.Hij is geboren in de 19e eeuw.

Tijd, data en getallen · A2

een honderdste deel zelfstandig naamwoord

percent

Ik ben het honderd procent met je eens.Ik ben het honderd procent met je eens.

Tijd, data en getallen · A2

bijna altijd bijwoord

usually; mostly

Ik sta meestal om acht uur op.Ik sta meestal om acht uur op.

Tijd, data en getallen · A2

snel, binnenkort bijwoord

soon; quickly

Hopelijk kan ik gauw naar Australië gaan.Hopelijk kan ik gauw naar Australië gaan.

Tijd, data en getallen · A2

eerder dan voegwoord

before

Laten we gaan voordat het donker wordt.Laten we gaan voordat het donker wordt.

Tijd, data en getallen · A2

duizend keer duizend zelfstandig naamwoord

million

Er zijn miljoenen sterren in het universum.Er zijn miljoenen sterren in het universum.

Tijd, data en getallen · A2

de helft bijvoeglijk naamwoord

half

We zullen er om half drie zijn.We zullen er om half drie zijn.

Tijd, data en getallen · A2

het laatste voor nu bijvoeglijk naamwoord

last; previous

Ik ben vorig jaar naar Japan gekomen.Ik ben vorig jaar naar Japan gekomen.

Tijd, data en getallen · A2

de tijd die nog komt zelfstandig naamwoord

future

Ik wil me op de toekomst richten.Ik wil me op de toekomst richten.

Tijd, data en getallen · A2

deze avond bijwoord

tonight; this evening

Ik heb zin in uit eten vanavond.Ik heb zin in uit eten vanavond.

Tijd, data en getallen · A2

het getal 8 telwoord

eight

Vijf plus drie is gelijk aan acht.Vijf plus drie is gelijk aan acht.

Tijd, data en getallen · A2

tijd tussen 12 en 18 uur zelfstandig naamwoord

afternoon; midday

Ik ben de hele middag thuis.Ik ben de hele middag thuis.

Tijd, data en getallen · A2

de dag voor vandaag bijwoord

yesterday

Ik heb gisteren mijn haar laten knippen.Ik heb gisteren mijn haar laten knippen.

Tijd, data en getallen · A2

vroeger; al een keer bijwoord

earlier; before; rather

Hebben wij elkaar niet al eerder ontmoet?Hebben wij elkaar niet al eerder ontmoet?

Tijd, data en getallen · A2

het getal 100 telwoord

hundred

Mijn zoon kan nu tot honderd tellen.Mijn zoon kan nu tot honderd tellen.

Tijd, data en getallen · A2

het getal 20 telwoord

twenty

Kan ik je over twintig minuten terugbellen?Kan ik je over twintig minuten terugbellen?

Tijd, data en getallen · A2

het getal 12 telwoord

twelve

Ik zat twaalf uur op de trein.Ik zat twaalf uur op de trein.

Tijd, data en getallen · A2

honderd centimeter zelfstandig naamwoord

meter; gauge

De plank is ongeveer twee meter lang.De plank is ongeveer twee meter lang.

Tijd, data en getallen · A2

een van twee gelijke delen zelfstandig naamwoord

half

Het werk is voor de helft gedaan.Het werk is voor de helft gedaan.

Tijd, data en getallen · A2

getal; liedje zelfstandig naamwoord

number; track

Het nummer van mijn kamer is 5.Het nummer van mijn kamer is 5.

Tijd, data en getallen · A2

hoe oud je bent zelfstandig naamwoord

age

Ik ging op zestigjarige leeftijd met pensioen.Ik ging op zestigjarige leeftijd met pensioen.

Tijd, data en getallen · A2

in de tussentijd bijwoord

meanwhile; by now

Ik vrees dat het intussen al te laat is.Ik vrees dat het intussen al te laat is.

Tijd, data en getallen · A2

in deze nacht bijwoord

tonight; last night

De temperatuur was vannacht onder het vriespunt.De temperatuur was vannacht onder het vriespunt.

Tijd, data en getallen · A2

elke dag bijvoeglijk naamwoord

daily; every day

Luister jij thuis dagelijks naar de radio?Luister jij thuis dagelijks naar de radio?

Tijd, data en getallen · A2

een stuk tijd zelfstandig naamwoord

period

In die periode woonde ik in Utrecht.In die periode woonde ik in Utrecht.

Tijd, data en getallen · A2

ter wereld gekomen bijvoeglijk naamwoord

born

Ze werd geboren in de jaren vijftig.Ze werd geboren in de jaren vijftig.

Tijd, data en getallen · A2

iets aan de muur dat de tijd laat zien zelfstandig naamwoord

clock; bell

De klok in de keuken loopt achter.De klok in de keuken loopt achter.

Tijd, data en getallen · A2

kort geleden; als laatste bijwoord

recently; last

Wanneer zag je Tom voor het laatst?Wanneer zag je Tom voor het laatst?

Tijd, data en getallen · A2

normaal, het midden bijvoeglijk naamwoord

average; on average

Gemiddeld bekijk ik twee films per maand.Gemiddeld bekijk ik twee films per maand.

Tijd, data en getallen · A2

getallen noemen: een, twee, drie werkwoord

to count

Ze kan van een tot tien tellen.Ze kan van een tot tien tellen.

Tijd, data en getallen · A2

niet minder dan bijwoord

at least

Hij moet minstens 35 jaar oud zijn.Hij moet minstens 35 jaar oud zijn.

Tijd, data en getallen · A2

50 telwoord

fifty

Er kunnen vijftig mensen in de bus.Er kunnen vijftig mensen in de bus.

Tijd, data en getallen · A2

in deze tijd bijwoord

nowadays; these days

Tegenwoordig kijk ik amper meer tv.Tegenwoordig kijk ik amper meer tv.

Tijd, data en getallen · A2

uit bed komen; gaan staan werkwoord

to get up; to stand up

Je moet om zes uur opstaan.Je moet om zes uur opstaan.

Tijd, data en getallen · A2

intussen; nu al bijwoord

meanwhile; by now

Het is inmiddels al tien uur.Het is inmiddels al tien uur.

Tijd, data en getallen · A2

vandaag na twaalf uur bijwoord

this afternoon

Ik zou je vanmiddag graag willen zien.Ik zou je vanmiddag graag willen zien.

Tijd, data en getallen · A2

elk jaar bijvoeglijk naamwoord

annual; yearly

Het jaarlijkse buurtfeest is altijd in juni.Het jaarlijkse buurtfeest is altijd in juni.

Tijd, data en getallen · A2

het getal 80 telwoord

eighty

De bibliotheek is tachtig jaar oud.De bibliotheek is tachtig jaar oud.

Tijd, data en getallen · A2

één keer bijwoord

once; (nu eenmaal) simply

We komen hier eenmaal per week bijeen.We komen hier eenmaal per week bijeen.

Tijd, data en getallen · A2

als het licht is bijwoord

during the day

Hij slaapt overdag en werkt 's nachts.Hij slaapt overdag en werkt 's nachts.

Tijd, data en getallen · A2

vandaag in de ochtend bijwoord

this morning

Ik ben vanmorgen om zeven uur opgestaan.Ik ben vanmorgen om zeven uur opgestaan.

Tijd, data en getallen · A2

één en een half telwoord

one and a half

De reis naar Utrecht duurt anderhalf uur.De reis naar Utrecht duurt anderhalf uur.

Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.