Tijd, data en getallen · A2
uren, minuten; periode zelfstandig naamwoord
time
Het is tijd om op te staan.Het is tijd om op te staan.VoorbereidenWoordenschat
Woordenschat
Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.
112 woordenWoorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.
Thema:
112 woorden
Tijd, data en getallen · A2
uren, minuten; periode zelfstandig naamwoord
time
Het is tijd om op te staan.Het is tijd om op te staan.Tijd, data en getallen · A2
op dat moment in het verleden bijwoord
then; at that time
Ik woonde toen nog in China.Ik woonde toen nog in China.Tijd, data en getallen · A2
de tijd dat het donker is zelfstandig naamwoord
night
Ik heb vannacht slecht geslapen.Ik heb vannacht slecht geslapen.Tijd, data en getallen · A2
ongeveer; om ... heen voorzetsel
around; about
Ik ben rond zes uur wakker geworden.Ik ben rond zes uur wakker geworden.Tijd, data en getallen · A2
een kort stukje tijd zelfstandig naamwoord
moment
Heb je het druk op het moment?Heb je het druk op het moment?Tijd, data en getallen · A2
hoeveel er zijn zelfstandig naamwoord
number; amount
De stad heeft een groot aantal inwoners.De stad heeft een groot aantal inwoners.Tijd, data en getallen · A2
honderd jaar zelfstandig naamwoord
century; (pl.) ages
Hij is geboren in de 19e eeuw.Hij is geboren in de 19e eeuw.Tijd, data en getallen · A2
een honderdste deel zelfstandig naamwoord
percent
Ik ben het honderd procent met je eens.Ik ben het honderd procent met je eens.Tijd, data en getallen · A2
bijna altijd bijwoord
usually; mostly
Ik sta meestal om acht uur op.Ik sta meestal om acht uur op.Tijd, data en getallen · A2
snel, binnenkort bijwoord
soon; quickly
Hopelijk kan ik gauw naar Australië gaan.Hopelijk kan ik gauw naar Australië gaan.Tijd, data en getallen · A2
eerder dan voegwoord
before
Laten we gaan voordat het donker wordt.Laten we gaan voordat het donker wordt.Tijd, data en getallen · A2
duizend keer duizend zelfstandig naamwoord
million
Er zijn miljoenen sterren in het universum.Er zijn miljoenen sterren in het universum.Tijd, data en getallen · A2
de helft bijvoeglijk naamwoord
half
We zullen er om half drie zijn.We zullen er om half drie zijn.Tijd, data en getallen · A2
het laatste voor nu bijvoeglijk naamwoord
last; previous
Ik ben vorig jaar naar Japan gekomen.Ik ben vorig jaar naar Japan gekomen.Tijd, data en getallen · A2
de tijd die nog komt zelfstandig naamwoord
future
Ik wil me op de toekomst richten.Ik wil me op de toekomst richten.Tijd, data en getallen · A2
deze avond bijwoord
tonight; this evening
Ik heb zin in uit eten vanavond.Ik heb zin in uit eten vanavond.Tijd, data en getallen · A2
het getal 8 telwoord
eight
Vijf plus drie is gelijk aan acht.Vijf plus drie is gelijk aan acht.Tijd, data en getallen · A2
tijd tussen 12 en 18 uur zelfstandig naamwoord
afternoon; midday
Ik ben de hele middag thuis.Ik ben de hele middag thuis.Tijd, data en getallen · A2
de dag voor vandaag bijwoord
yesterday
Ik heb gisteren mijn haar laten knippen.Ik heb gisteren mijn haar laten knippen.Tijd, data en getallen · A2
vroeger; al een keer bijwoord
earlier; before; rather
Hebben wij elkaar niet al eerder ontmoet?Hebben wij elkaar niet al eerder ontmoet?Tijd, data en getallen · A2
het getal 100 telwoord
hundred
Mijn zoon kan nu tot honderd tellen.Mijn zoon kan nu tot honderd tellen.Tijd, data en getallen · A2
het getal 20 telwoord
twenty
Kan ik je over twintig minuten terugbellen?Kan ik je over twintig minuten terugbellen?Tijd, data en getallen · A2
het getal 12 telwoord
twelve
Ik zat twaalf uur op de trein.Ik zat twaalf uur op de trein.Tijd, data en getallen · A2
honderd centimeter zelfstandig naamwoord
meter; gauge
De plank is ongeveer twee meter lang.De plank is ongeveer twee meter lang.Tijd, data en getallen · A2
een van twee gelijke delen zelfstandig naamwoord
half
Het werk is voor de helft gedaan.Het werk is voor de helft gedaan.Tijd, data en getallen · A2
getal; liedje zelfstandig naamwoord
number; track
Het nummer van mijn kamer is 5.Het nummer van mijn kamer is 5.Tijd, data en getallen · A2
hoe oud je bent zelfstandig naamwoord
age
Ik ging op zestigjarige leeftijd met pensioen.Ik ging op zestigjarige leeftijd met pensioen.Tijd, data en getallen · A2
in de tussentijd bijwoord
meanwhile; by now
Ik vrees dat het intussen al te laat is.Ik vrees dat het intussen al te laat is.Tijd, data en getallen · A2
in deze nacht bijwoord
tonight; last night
De temperatuur was vannacht onder het vriespunt.De temperatuur was vannacht onder het vriespunt.Tijd, data en getallen · A2
elke dag bijvoeglijk naamwoord
daily; every day
Luister jij thuis dagelijks naar de radio?Luister jij thuis dagelijks naar de radio?Tijd, data en getallen · A2
een stuk tijd zelfstandig naamwoord
period
In die periode woonde ik in Utrecht.In die periode woonde ik in Utrecht.Tijd, data en getallen · A2
ter wereld gekomen bijvoeglijk naamwoord
born
Ze werd geboren in de jaren vijftig.Ze werd geboren in de jaren vijftig.Tijd, data en getallen · A2
iets aan de muur dat de tijd laat zien zelfstandig naamwoord
clock; bell
De klok in de keuken loopt achter.De klok in de keuken loopt achter.Tijd, data en getallen · A2
kort geleden; als laatste bijwoord
recently; last
Wanneer zag je Tom voor het laatst?Wanneer zag je Tom voor het laatst?Tijd, data en getallen · A2
normaal, het midden bijvoeglijk naamwoord
average; on average
Gemiddeld bekijk ik twee films per maand.Gemiddeld bekijk ik twee films per maand.Tijd, data en getallen · A2
getallen noemen: een, twee, drie werkwoord
to count
Ze kan van een tot tien tellen.Ze kan van een tot tien tellen.Tijd, data en getallen · A2
niet minder dan bijwoord
at least
Hij moet minstens 35 jaar oud zijn.Hij moet minstens 35 jaar oud zijn.Tijd, data en getallen · A2
50 telwoord
fifty
Er kunnen vijftig mensen in de bus.Er kunnen vijftig mensen in de bus.Tijd, data en getallen · A2
in deze tijd bijwoord
nowadays; these days
Tegenwoordig kijk ik amper meer tv.Tegenwoordig kijk ik amper meer tv.Tijd, data en getallen · A2
uit bed komen; gaan staan werkwoord
to get up; to stand up
Je moet om zes uur opstaan.Je moet om zes uur opstaan.Tijd, data en getallen · A2
intussen; nu al bijwoord
meanwhile; by now
Het is inmiddels al tien uur.Het is inmiddels al tien uur.Tijd, data en getallen · A2
vandaag na twaalf uur bijwoord
this afternoon
Ik zou je vanmiddag graag willen zien.Ik zou je vanmiddag graag willen zien.Tijd, data en getallen · A2
elk jaar bijvoeglijk naamwoord
annual; yearly
Het jaarlijkse buurtfeest is altijd in juni.Het jaarlijkse buurtfeest is altijd in juni.Tijd, data en getallen · A2
het getal 80 telwoord
eighty
De bibliotheek is tachtig jaar oud.De bibliotheek is tachtig jaar oud.Tijd, data en getallen · A2
één keer bijwoord
once; (nu eenmaal) simply
We komen hier eenmaal per week bijeen.We komen hier eenmaal per week bijeen.Tijd, data en getallen · A2
als het licht is bijwoord
during the day
Hij slaapt overdag en werkt 's nachts.Hij slaapt overdag en werkt 's nachts.Tijd, data en getallen · A2
vandaag in de ochtend bijwoord
this morning
Ik ben vanmorgen om zeven uur opgestaan.Ik ben vanmorgen om zeven uur opgestaan.Tijd, data en getallen · A2
één en een half telwoord
one and a half
De reis naar Utrecht duurt anderhalf uur.De reis naar Utrecht duurt anderhalf uur.Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.