Naar inhoud

VoorbereidenWoordenschat

Woordenschat

Examenwoorden

Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.

91 woorden
NederlandInburgering B1 · route 2021Dagelijkse routine + officiële bronnen · voorbeeldvragen

Kies een dagelijkse situatie

Woorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.

Thema:

Vervoer en reizen

91 woorden

Niveau

Vervoer en reizen · A2

niet zoveel als voornaamwoord

less; fewer

De treinen rijden 's nachts minder vaak.De treinen rijden 's nachts minder vaak.

Vervoer en reizen · A2

de baas van een schip zelfstandig naamwoord

captain

Wie is de kapitein van dit schip?Wie is de kapitein van dit schip?

Vervoer en reizen · A2

een grote boot zelfstandig naamwoord

ship

Het schip is nu in de haven.Het schip is nu in de haven.

Vervoer en reizen · A2

met je vinger laten zien werkwoord

to point; to show

Kan je me de weg wijzen?Kan je me de weg wijzen?

Vervoer en reizen · A2

rond gaan; een bocht maken werkwoord

to turn; to rotate

Draai naar rechts aan de volgende hoek.Draai naar rechts aan de volgende hoek.

Vervoer en reizen · A2

door de lucht gaan werkwoord

to fly

We vliegen in de zomer naar China.We vliegen in de zomer naar China.

Vervoer en reizen · A2

niet halen; verlangen naar werkwoord

to miss

Schiet op, anders missen we de trein!Schiet op, anders missen we de trein!

Vervoer en reizen · A2

naar andere plaatsen gaan werkwoord

to travel

Mijn vader is gewend om te reizen.Mijn vader is gewend om te reizen.

Vervoer en reizen · A2

goed opletten werkwoord

to pay attention; to watch

We moeten op het stoplicht letten.We moeten op het stoplicht letten.

Vervoer en reizen · A2

met kracht van je af bewegen werkwoord

to push

Ik moest mijn fiets duwen omdat ik een platte band had.Ik moest mijn fiets duwen omdat ik een platte band had.

Vervoer en reizen · A2

met een boot over het water gaan werkwoord

to sail; to go by boat

We varen naar het zuiden.We varen naar het zuiden.

Vervoer en reizen · A2

ergens komen na een reis werkwoord

to arrive; to gain weight

Ik zal een beetje laat aankomen.Ik zal een beetje laat aankomen.

Vervoer en reizen · A2

plek waar twee straten of muren samenkomen zelfstandig naamwoord

corner; angle

Draai naar rechts aan de volgende hoek.Draai naar rechts aan de volgende hoek.

Vervoer en reizen · A2

rubber rond een wiel; muziekgroep zelfstandig naamwoord

tyre; band; bond

Kan er iemand een lekke band herstellen?Kan er iemand een lekke band herstellen?

Vervoer en reizen · A2

gebouw waar je betaalt om te slapen zelfstandig naamwoord

hotel

Er zijn veel hotels in de binnenstad.Er zijn veel hotels in de binnenstad.

Vervoer en reizen · A2

wat je wilt bereiken zelfstandig naamwoord

goal; aim; purpose

Wat is het doel van uw reis?Wat is het doel van uw reis?

Vervoer en reizen · A2

de kant waar je naartoe gaat zelfstandig naamwoord

direction

Tom en Mary vertrokken in dezelfde richting.Tom en Mary vertrokken in dezelfde richting.

Vervoer en reizen · A2

aan de andere kant van voorzetsel

opposite; towards

De bakker is tegenover de kerk.De bakker is tegenover de kerk.

Vervoer en reizen · A2

andere landen dan je eigen land zelfstandig naamwoord

abroad; foreign countries

Ik ga elke zomer naar het buitenland.Ik ga elke zomer naar het buitenland.

Vervoer en reizen · A2

terwijl je reist bijwoord

on the way

Ik heb dit onderweg naar huis gevonden.Ik heb dit onderweg naar huis gevonden.

Vervoer en reizen · A2

auto; kar zelfstandig naamwoord

car; cart; wagon

Hij parkeerde zijn wagen voor het huis.Hij parkeerde zijn wagen voor het huis.

Vervoer en reizen · A2

lijn tussen twee landen zelfstandig naamwoord

border; limit

We wonen in de buurt van de grens.We wonen in de buurt van de grens.

Vervoer en reizen · A2

plaats waar de trein staat; teken dat iemand er was zelfstandig naamwoord

platform (track); trace; track

De trein naar Utrecht vertrekt van spoor 5.De trein naar Utrecht vertrekt van spoor 5.

Vervoer en reizen · A2

iemand die een schip stuurt zelfstandig naamwoord

helmsman; mate (on a ship)

Op een schip helpt de stuurman de kapitein.Op een schip helpt de stuurman de kapitein.

Vervoer en reizen · A2

hoe ver iets weg is zelfstandig naamwoord

distance

Wat is de afstand van Amsterdam naar Utrecht?Wat is de afstand van Amsterdam naar Utrecht?

Vervoer en reizen · A2

een reis of hotel reserveren werkwoord

to book

Wij hebben een hotel in Parijs geboekt.Wij hebben een hotel in Parijs geboekt.

Vervoer en reizen · A2

de rand van een schip zelfstandig naamwoord

board; edge

Hij stapte aan boord van het vliegtuig.Hij stapte aan boord van het vliegtuig.

Vervoer en reizen · A2

een tas voor kleren op reis zelfstandig naamwoord

suitcase

Ik kan deze koffer niet alleen dragen.Ik kan deze koffer niet alleen dragen.

Vervoer en reizen · A2

iets om over water te gaan zelfstandig naamwoord

bridge

Het schip voer onder de brug door.Het schip voer onder de brug door.

Vervoer en reizen · A2

een reis met het vliegtuig; het vluchten zelfstandig naamwoord

flight; escape

Mijn vlucht zal over een uur vertrekken.Mijn vlucht zal over een uur vertrekken.

Vervoer en reizen · A2

een oud soort hotel of café zelfstandig naamwoord

inn

Vroeger sliepen reizigers in een herberg.Vroeger sliepen reizigers in een herberg.

Vervoer en reizen · A2

snelheid; het varen zelfstandig naamwoord

speed; navigation; canal

De bus reed met flinke vaart door het dorp.De bus reed met flinke vaart door het dorp.

Vervoer en reizen · A2

draaien, omdraaien werkwoord

to turn

De chauffeur keerde de bus op het plein.De chauffeur keerde de bus op het plein.

Vervoer en reizen · A2

te veel alcohol op bijvoeglijk naamwoord

drunk

Je bent te dronken om te rijden.Je bent te dronken om te rijden.

Vervoer en reizen · A2

hoe snel iets gaat zelfstandig naamwoord

speed

Tom rijdt gewoonlijk iets harder dan de toegestane snelheid.Tom rijdt gewoonlijk iets harder dan de toegestane snelheid.

Vervoer en reizen · A2

vloer bovenop een schip zelfstandig naamwoord

deck (of a ship); cover

We zaten in de zon op het dek van de boot.We zaten in de zon op het dek van de boot.

Vervoer en reizen · A2

koets; wagon van een trein zelfstandig naamwoord

carriage; railway coach

De trein heeft vandaag maar vier rijtuigen.De trein heeft vandaag maar vier rijtuigen.

Vervoer en reizen · A2

in het midden bijvoeglijk naamwoord

central

Het station ligt heel centraal in de stad.Het station ligt heel centraal in de stad.

Vervoer en reizen · A2

verder lopen werkwoord

to keep walking; to go through

Als we niet doorlopen komen we te laat.Als we niet doorlopen komen we te laat.

Vervoer en reizen · A2

het brengen van mensen of dingen zelfstandig naamwoord

transport

De mensen zijn hier afhankelijk van het openbaar vervoer.De mensen zijn hier afhankelijk van het openbaar vervoer.

Vervoer en reizen · A2

onderweg uitdrukking

on the way

Ik ben nu op weg naar huis.Ik ben nu op weg naar huis.

Vervoer en reizen · A2

auto's, fietsen en mensen op straat zelfstandig naamwoord

traffic

Ik was te laat vanwege het verkeer.Ik was te laat vanwege het verkeer.

Vervoer en reizen · A2

iets positiefs zelfstandig naamwoord

advantage; benefit

Het voordeel van fietsen is dat je nooit in de file staat.Het voordeel van fietsen is dat je nooit in de file staat.

Vervoer en reizen · A2

geld dat je moet betalen als straf zelfstandig naamwoord

fine

Ik kreeg een boete omdat ik voor een brandkraan parkeerde.Ik kreeg een boete omdat ik voor een brandkraan parkeerde.

Vervoer en reizen · A2

benzine, diesel, gas zelfstandig naamwoord

fuel

Er was een tekort aan brandstof.Er was een tekort aan brandstof.

Vervoer en reizen · A2

een stukje verder bijwoord

further on

Ze woont verderop in de straat.Ze woont verderop in de straat.

Vervoer en reizen · A2

het meeste bijvoeglijk naamwoord

maximum; at most

U mag hier maximaal twee uur parkeren.U mag hier maximaal twee uur parkeren.

Vervoer en reizen · A2

harde hoed ter bescherming zelfstandig naamwoord

helmet

Die helm heeft je leven gered.Die helm heeft je leven gered.

Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.