Naar inhoud

VoorbereidenWoordenschat

Woordenschat

Examenwoorden

Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.

90 woorden
NederlandInburgering B1 · route 2021Dagelijkse routine + officiële bronnen · voorbeeldvragen

Kies een dagelijkse situatie

Woorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.

Thema:

Werk en inkomen

90 woorden

Niveau

Werk en inkomen · A2

niet los; zeker bijvoeglijk naamwoord

fixed; firm; surely

Ze heeft een vaste baan bij de gemeente.Ze heeft een vaste baan bij de gemeente.

Werk en inkomen · A2

met veel geld bijvoeglijk naamwoord

rich; wealthy

Ik weet dat we niet rijk zijn.Ik weet dat we niet rijk zijn.

Werk en inkomen · A2

niet bezet; zonder regels bijvoeglijk naamwoord

free; off (work)

Ben je morgen vrij?Ben je morgen vrij?

Werk en inkomen · A2

geld krijgen voor werk werkwoord

to earn; to deserve

Hij verdient twee keer zoveel als ik.Hij verdient twee keer zoveel als ik.

Werk en inkomen · A2

firma zelfstandig naamwoord

company; business

Wie is de baas van dit bedrijf?Wie is de baas van dit bedrijf?

Werk en inkomen · A2

werk waarvoor je betaald wordt zelfstandig naamwoord

job; track, lane

Ik ben een baan aan het zoeken.Ik ben een baan aan het zoeken.

Werk en inkomen · A2

geld dat je moet terugbetalen; fout zelfstandig naamwoord

debt; guilt, blame

Ik heb schulden die betaald moeten worden.Ik heb schulden die betaald moeten worden.

Werk en inkomen · A2

iemand die op een boerderij werkt zelfstandig naamwoord

farmer

Ze leende een zaag van de boer.Ze leende een zaag van de boer.

Werk en inkomen · A2

praten met elkaar zelfstandig naamwoord

conversation; talk; call

Ik had een lang gesprek met haar.Ik had een lang gesprek met haar.

Werk en inkomen · A2

ervoor zorgen dat iets gebeurt werkwoord

to arrange; to sort out

Ik wil dat je een bijeenkomst regelt.Ik wil dat je een bijeenkomst regelt.

Werk en inkomen · A2

blij met wat er is bijvoeglijk naamwoord

satisfied; content

Onze baas is moeilijk tevreden te stellen.Onze baas is moeilijk tevreden te stellen.

Werk en inkomen · A2

de baas zijn van; de weg wijzen werkwoord

to lead; to run; to result in

Zij leidt een klein bedrijf.Zij leidt een klein bedrijf.

Werk en inkomen · A2

zonder reden of zonder te vragen bijwoord

just like that; for no reason

Ik kan me niet zomaar ziek melden.Ik kan me niet zomaar ziek melden.

Werk en inkomen · A2

wat je hebt meegemaakt of geleerd zelfstandig naamwoord

experience

Dat was geen goede ervaring voor mij.Dat was geen goede ervaring voor mij.

Werk en inkomen · A2

iets ergs dat per toeval gebeurt zelfstandig naamwoord

accident; misfortune

Ik had een ongeluk op het werk.Ik had een ongeluk op het werk.

Werk en inkomen · A2

bij wat, en daarbij bijwoord

whereby; in which

Het is een baan waarbij je veel moet reizen.Het is een baan waarbij je veel moet reizen.

Werk en inkomen · A2

baas van een bedrijf of school zelfstandig naamwoord

director; manager; principal

Ik sprak met de directeur zelf.Ik sprak met de directeur zelf.

Werk en inkomen · A2

tafel om aan te werken; kantoor zelfstandig naamwoord

desk; office; bureau

Hij zit aan zijn bureau te studeren.Hij zit aan zijn bureau te studeren.

Werk en inkomen · A2

iemand die voor een baas werkt zelfstandig naamwoord

employee

Het bedrijf heeft vijftig werknemers.Het bedrijf heeft vijftig werknemers.

Werk en inkomen · A2

praten over werkwoord

to discuss

Kunnen we dit onder vier ogen bespreken?Kunnen we dit onder vier ogen bespreken?

Werk en inkomen · A2

werk dat je moet doen zelfstandig naamwoord

task; assignment

Ik kan deze opdracht niet uitvoeren.Ik kan deze opdracht niet uitvoeren.

Werk en inkomen · A2

een harde klap zelfstandig naamwoord

blow; stroke; battle

Na de uitleg gingen we meteen aan de slag.Na de uitleg gingen we meteen aan de slag.

Werk en inkomen · A2

alle mensen die ergens werken zelfstandig naamwoord

staff; personnel

Niet al het personeel was aanwezig.Niet al het personeel was aanwezig.

Werk en inkomen · A2

iemand die voor een boer of baas werkt zelfstandig naamwoord

farmhand; servant

De boer had vroeger twee knechten.De boer had vroeger twee knechten.

Werk en inkomen · A2

het werk dat je doet zelfstandig naamwoord

profession; occupation

Wat doe je van beroep?Wat doe je van beroep?

Werk en inkomen · A2

iemand die iets beveiligt zelfstandig naamwoord

guard; security guard

De bewaker controleert de tassen bij de ingang.De bewaker controleert de tassen bij de ingang.

Werk en inkomen · A2

het bedrijf of de baas die jou betaalt zelfstandig naamwoord

employer

Mary kreeg een loonsverhoging van haar werkgever.Mary kreeg een loonsverhoging van haar werkgever.

Werk en inkomen · A2

iemand die op een schip werkt zelfstandig naamwoord

sailor

Mijn opa was vroeger matroos op een groot schip.Mijn opa was vroeger matroos op een groot schip.

Werk en inkomen · A2

tussen verschillende landen bijvoeglijk naamwoord

international

Ze werkt bij een groot internationaal bedrijf.Ze werkt bij een groot internationaal bedrijf.

Werk en inkomen · A2

laten weten werkwoord

to report; to notify

Ik kan me niet zomaar ziek melden.Ik kan me niet zomaar ziek melden.

Werk en inkomen · A2

een bijeenkomst om te overleggen zelfstandig naamwoord

meeting

Hij komt te laat voor de vergadering.Hij komt te laat voor de vergadering.

Werk en inkomen · A2

er zijn, niet weg bijvoeglijk naamwoord

present; in attendance

Wie waren er bij de vergadering aanwezig?Wie waren er bij de vergadering aanwezig?

Werk en inkomen · A2

verslag; cijferlijst op school zelfstandig naamwoord

report; school report

Ik maak net het rapport af.Ik maak net het rapport af.

Werk en inkomen · A2

accepteren; denken dat iets waar is werkwoord

to accept; to assume; to hire

Laten we aannemen dat het waar is.Laten we aannemen dat het waar is.

Werk en inkomen · A2

geld dat je overhoudt zelfstandig naamwoord

profit; gain

Het bedrijf maakte dit jaar veel winst.Het bedrijf maakte dit jaar veel winst.

Werk en inkomen · A2

bericht via de computer zelfstandig naamwoord

e-mail

Ik stuur je vanavond een mail met alle informatie.Ik stuur je vanavond een mail met alle informatie.

Werk en inkomen · A2

iemand die bij een bedrijf werkt zelfstandig naamwoord

employee; staff member

Een medewerker van de gemeente helpt u graag verder.Een medewerker van de gemeente helpt u graag verder.

Werk en inkomen · A2

met strijd of moeite winnen werkwoord

to conquer; to win

Het nieuwe product heeft de markt snel veroverd.Het nieuwe product heeft de markt snel veroverd.

Werk en inkomen · A2

twee keer zo veel bijvoeglijk naamwoord

double

Tom verdient dubbel zoveel als ik.Tom verdient dubbel zoveel als ik.

Werk en inkomen · A2

bericht via internet zelfstandig naamwoord

e-mail

Ik heb een e-mail naar Tom gestuurd.Ik heb een e-mail naar Tom gestuurd.

Werk en inkomen · A2

lading uit een schip of wagen halen werkwoord

to unload; to fire (a shot)

In de haven wordt het schip gelost.In de haven wordt het schip gelost.

Werk en inkomen · A2

een probleem oplossen werkwoord

to tackle; to deal with

Hoe moeten we dit probleem aanpakken?Hoe moeten we dit probleem aanpakken?

Werk en inkomen · A2

iemand die handel drijft zelfstandig naamwoord

merchant; trader

Tom is een koopman.Tom is een koopman.

Werk en inkomen · A2

apparaat dat werk doet zelfstandig naamwoord

machine

Deze machine is niet gemakkelijk te bedienen.Deze machine is niet gemakkelijk te bedienen.

Werk en inkomen · A2

plek waar men kolen of erts haalt zelfstandig naamwoord

mine

Vroeger werkten veel mannen in de mijn.Vroeger werkten veel mannen in de mijn.

Werk en inkomen · A2

iemand zijn baan afnemen werkwoord

to dismiss; to fire

Ik heb besloten Tom te ontslaan.Ik heb besloten Tom te ontslaan.

Werk en inkomen · A2

snel doen; goed met iemand omgaan werkwoord

to hurry up; to progress; to get along

Kun je goed opschieten met je baas?Kun je goed opschieten met je baas?

Werk en inkomen · A2

geld dat je verdient met werken zelfstandig naamwoord

wage; pay

Het loon wordt elke maand op je rekening gestort.Het loon wordt elke maand op je rekening gestort.

Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.