Werk en inkomen · A2
niet los; zeker bijvoeglijk naamwoord
fixed; firm; surely
Ze heeft een vaste baan bij de gemeente.Ze heeft een vaste baan bij de gemeente.VoorbereidenWoordenschat
Woordenschat
Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.
90 woordenWoorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.
Thema:
90 woorden
Werk en inkomen · A2
niet los; zeker bijvoeglijk naamwoord
fixed; firm; surely
Ze heeft een vaste baan bij de gemeente.Ze heeft een vaste baan bij de gemeente.Werk en inkomen · A2
met veel geld bijvoeglijk naamwoord
rich; wealthy
Ik weet dat we niet rijk zijn.Ik weet dat we niet rijk zijn.Werk en inkomen · A2
niet bezet; zonder regels bijvoeglijk naamwoord
free; off (work)
Ben je morgen vrij?Ben je morgen vrij?Werk en inkomen · A2
geld krijgen voor werk werkwoord
to earn; to deserve
Hij verdient twee keer zoveel als ik.Hij verdient twee keer zoveel als ik.Werk en inkomen · A2
firma zelfstandig naamwoord
company; business
Wie is de baas van dit bedrijf?Wie is de baas van dit bedrijf?Werk en inkomen · A2
werk waarvoor je betaald wordt zelfstandig naamwoord
job; track, lane
Ik ben een baan aan het zoeken.Ik ben een baan aan het zoeken.Werk en inkomen · A2
geld dat je moet terugbetalen; fout zelfstandig naamwoord
debt; guilt, blame
Ik heb schulden die betaald moeten worden.Ik heb schulden die betaald moeten worden.Werk en inkomen · A2
iemand die op een boerderij werkt zelfstandig naamwoord
farmer
Ze leende een zaag van de boer.Ze leende een zaag van de boer.Werk en inkomen · A2
praten met elkaar zelfstandig naamwoord
conversation; talk; call
Ik had een lang gesprek met haar.Ik had een lang gesprek met haar.Werk en inkomen · A2
ervoor zorgen dat iets gebeurt werkwoord
to arrange; to sort out
Ik wil dat je een bijeenkomst regelt.Ik wil dat je een bijeenkomst regelt.Werk en inkomen · A2
blij met wat er is bijvoeglijk naamwoord
satisfied; content
Onze baas is moeilijk tevreden te stellen.Onze baas is moeilijk tevreden te stellen.Werk en inkomen · A2
de baas zijn van; de weg wijzen werkwoord
to lead; to run; to result in
Zij leidt een klein bedrijf.Zij leidt een klein bedrijf.Werk en inkomen · A2
zonder reden of zonder te vragen bijwoord
just like that; for no reason
Ik kan me niet zomaar ziek melden.Ik kan me niet zomaar ziek melden.Werk en inkomen · A2
wat je hebt meegemaakt of geleerd zelfstandig naamwoord
experience
Dat was geen goede ervaring voor mij.Dat was geen goede ervaring voor mij.Werk en inkomen · A2
iets ergs dat per toeval gebeurt zelfstandig naamwoord
accident; misfortune
Ik had een ongeluk op het werk.Ik had een ongeluk op het werk.Werk en inkomen · A2
bij wat, en daarbij bijwoord
whereby; in which
Het is een baan waarbij je veel moet reizen.Het is een baan waarbij je veel moet reizen.Werk en inkomen · A2
baas van een bedrijf of school zelfstandig naamwoord
director; manager; principal
Ik sprak met de directeur zelf.Ik sprak met de directeur zelf.Werk en inkomen · A2
tafel om aan te werken; kantoor zelfstandig naamwoord
desk; office; bureau
Hij zit aan zijn bureau te studeren.Hij zit aan zijn bureau te studeren.Werk en inkomen · A2
iemand die voor een baas werkt zelfstandig naamwoord
employee
Het bedrijf heeft vijftig werknemers.Het bedrijf heeft vijftig werknemers.Werk en inkomen · A2
praten over werkwoord
to discuss
Kunnen we dit onder vier ogen bespreken?Kunnen we dit onder vier ogen bespreken?Werk en inkomen · A2
werk dat je moet doen zelfstandig naamwoord
task; assignment
Ik kan deze opdracht niet uitvoeren.Ik kan deze opdracht niet uitvoeren.Werk en inkomen · A2
een harde klap zelfstandig naamwoord
blow; stroke; battle
Na de uitleg gingen we meteen aan de slag.Na de uitleg gingen we meteen aan de slag.Werk en inkomen · A2
alle mensen die ergens werken zelfstandig naamwoord
staff; personnel
Niet al het personeel was aanwezig.Niet al het personeel was aanwezig.Werk en inkomen · A2
iemand die voor een boer of baas werkt zelfstandig naamwoord
farmhand; servant
De boer had vroeger twee knechten.De boer had vroeger twee knechten.Werk en inkomen · A2
het werk dat je doet zelfstandig naamwoord
profession; occupation
Wat doe je van beroep?Wat doe je van beroep?Werk en inkomen · A2
iemand die iets beveiligt zelfstandig naamwoord
guard; security guard
De bewaker controleert de tassen bij de ingang.De bewaker controleert de tassen bij de ingang.Werk en inkomen · A2
het bedrijf of de baas die jou betaalt zelfstandig naamwoord
employer
Mary kreeg een loonsverhoging van haar werkgever.Mary kreeg een loonsverhoging van haar werkgever.Werk en inkomen · A2
iemand die op een schip werkt zelfstandig naamwoord
sailor
Mijn opa was vroeger matroos op een groot schip.Mijn opa was vroeger matroos op een groot schip.Werk en inkomen · A2
tussen verschillende landen bijvoeglijk naamwoord
international
Ze werkt bij een groot internationaal bedrijf.Ze werkt bij een groot internationaal bedrijf.Werk en inkomen · A2
laten weten werkwoord
to report; to notify
Ik kan me niet zomaar ziek melden.Ik kan me niet zomaar ziek melden.Werk en inkomen · A2
een bijeenkomst om te overleggen zelfstandig naamwoord
meeting
Hij komt te laat voor de vergadering.Hij komt te laat voor de vergadering.Werk en inkomen · A2
er zijn, niet weg bijvoeglijk naamwoord
present; in attendance
Wie waren er bij de vergadering aanwezig?Wie waren er bij de vergadering aanwezig?Werk en inkomen · A2
verslag; cijferlijst op school zelfstandig naamwoord
report; school report
Ik maak net het rapport af.Ik maak net het rapport af.Werk en inkomen · A2
accepteren; denken dat iets waar is werkwoord
to accept; to assume; to hire
Laten we aannemen dat het waar is.Laten we aannemen dat het waar is.Werk en inkomen · A2
geld dat je overhoudt zelfstandig naamwoord
profit; gain
Het bedrijf maakte dit jaar veel winst.Het bedrijf maakte dit jaar veel winst.Werk en inkomen · A2
bericht via de computer zelfstandig naamwoord
Ik stuur je vanavond een mail met alle informatie.Ik stuur je vanavond een mail met alle informatie.Werk en inkomen · A2
iemand die bij een bedrijf werkt zelfstandig naamwoord
employee; staff member
Een medewerker van de gemeente helpt u graag verder.Een medewerker van de gemeente helpt u graag verder.Werk en inkomen · A2
met strijd of moeite winnen werkwoord
to conquer; to win
Het nieuwe product heeft de markt snel veroverd.Het nieuwe product heeft de markt snel veroverd.Werk en inkomen · A2
twee keer zo veel bijvoeglijk naamwoord
double
Tom verdient dubbel zoveel als ik.Tom verdient dubbel zoveel als ik.Werk en inkomen · A2
bericht via internet zelfstandig naamwoord
Ik heb een e-mail naar Tom gestuurd.Ik heb een e-mail naar Tom gestuurd.Werk en inkomen · A2
lading uit een schip of wagen halen werkwoord
to unload; to fire (a shot)
In de haven wordt het schip gelost.In de haven wordt het schip gelost.Werk en inkomen · A2
een probleem oplossen werkwoord
to tackle; to deal with
Hoe moeten we dit probleem aanpakken?Hoe moeten we dit probleem aanpakken?Werk en inkomen · A2
iemand die handel drijft zelfstandig naamwoord
merchant; trader
Tom is een koopman.Tom is een koopman.Werk en inkomen · A2
apparaat dat werk doet zelfstandig naamwoord
machine
Deze machine is niet gemakkelijk te bedienen.Deze machine is niet gemakkelijk te bedienen.Werk en inkomen · A2
plek waar men kolen of erts haalt zelfstandig naamwoord
mine
Vroeger werkten veel mannen in de mijn.Vroeger werkten veel mannen in de mijn.Werk en inkomen · A2
iemand zijn baan afnemen werkwoord
to dismiss; to fire
Ik heb besloten Tom te ontslaan.Ik heb besloten Tom te ontslaan.Werk en inkomen · A2
snel doen; goed met iemand omgaan werkwoord
to hurry up; to progress; to get along
Kun je goed opschieten met je baas?Kun je goed opschieten met je baas?Werk en inkomen · A2
geld dat je verdient met werken zelfstandig naamwoord
wage; pay
Het loon wordt elke maand op je rekening gestort.Het loon wordt elke maand op je rekening gestort.Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.