Samenleving en KNM · B1
de ministers die een land besturen zelfstandig naamwoord
government
We hebben geen vertrouwen in de regering.We hebben geen vertrouwen in de regering.VoorbereidenWoordenschat
Woordenschat
Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.
815 woordenWoorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.
815 woorden
Samenleving en KNM · B1
de ministers die een land besturen zelfstandig naamwoord
government
We hebben geen vertrouwen in de regering.We hebben geen vertrouwen in de regering.Werk en inkomen · B1
van of voor één persoon; zelf bijvoeglijk naamwoord
personal; in person
Ik wil de directeur persoonlijk spreken.Ik wil de directeur persoonlijk spreken.Werk en inkomen · B1
spullen die je koopt of verkoopt zelfstandig naamwoord
goods; property
De goederen worden morgen geleverd.De goederen worden morgen geleverd.Werk en inkomen · B1
werk dat je voor iemand doet zelfstandig naamwoord
service; department; shift
Waarmee kan ik u van dienst zijn?Waarmee kan ik u van dienst zijn?Algemeen · B1
maar, toch bijwoord
however; though
Ik spreek echter niet zo goed Engels.Ik spreek echter niet zo goed Engels.Algemeen · B1
laten zien werkwoord
to show
Ik zal u mijn nieuwe auto tonen.Ik zal u mijn nieuwe auto tonen.Algemeen · B1
maar, alleen bijwoord
only; merely
Ik was slechts drie dagen in Boston.Ik was slechts drie dagen in Boston.Samenleving en KNM · B1
lid van de regering zelfstandig naamwoord
minister
Is de minister van buitenlandse zaken al aangekomen?Is de minister van buitenlandse zaken al aangekomen?Algemeen · B1
hoe iets op een moment is zelfstandig naamwoord
situation
Ik ben niet blij met deze situatie.Ik ben niet blij met deze situatie.Algemeen · B1
wat iets verandert aan iets anders zelfstandig naamwoord
influence
Heeft het weer invloed op je humeur?Heeft het weer invloed op je humeur?Algemeen · B1
hoe belangrijk iets is zelfstandig naamwoord
importance; interest
Het belang van de muziek wordt onderschat.Het belang van de muziek wordt onderschat.Algemeen · B1
wat er gebeurt door iets anders zelfstandig naamwoord
consequence; result
De overstroming had gevolgen voor veel mensen.De overstroming had gevolgen voor veel mensen.Algemeen · B1
alleen; één bijwoord
only; single
Ik heb daar geen enkel probleem mee.Ik heb daar geen enkel probleem mee.Algemeen · B1
iets wat echt waar is zelfstandig naamwoord
fact
Ik ben me bewust van de feiten.Ik ben me bewust van de feiten.School en studie · B1
hoe iemand zich gedraagt zelfstandig naamwoord
behaviour
Zijn gedrag in de klas is niet goed.Zijn gedrag in de klas is niet goed.Winkelen · B1
iets doen; aanbieding in een winkel zelfstandig naamwoord
action; special offer
Deze week is er een actie: twee halen, één betalen.Deze week is er een actie: twee halen, één betalen.Samenleving en KNM · B1
kranten, tv, radio en internet zelfstandig naamwoord
media
Ik vertrouw de media niet.Ik vertrouw de media niet.Algemeen · B1
gesprek waarin je van mening verschilt zelfstandig naamwoord
discussion; argument
Tom deed niet mee in die discussie.Tom deed niet mee in die discussie.Familie en sociaal leven · B1
moeder zelfstandig naamwoord
mum; mommy
Ik heb mama in de keuken geholpen.Ik heb mama in de keuken geholpen.Samenleving en KNM · B1
alle mensen in een land samen zelfstandig naamwoord
society
Wij leven in een democratische samenleving.Wij leven in een democratische samenleving.Instanties en diensten · B1
moeten; werken voor werkwoord
to have to; to serve
U dient het formulier voor 1 mei in te leveren.U dient het formulier voor 1 mei in te leveren.School en studie · B1
het begin waarop je verder bouwt zelfstandig naamwoord
basis; base
Een goede basis is belangrijk om een taal te leren.Een goede basis is belangrijk om een taal te leren.Algemeen · B1
uitleggen; officieel zeggen werkwoord
to explain; to declare
Dit fenomeen is erg makkelijk te verklaren.Dit fenomeen is erg makkelijk te verklaren.Samenleving en KNM · B1
met politiek te maken bijvoeglijk naamwoord
political
Ze is politiek actief in haar gemeente.Ze is politiek actief in haar gemeente.Algemeen · B1
het nakijken; macht over iets zelfstandig naamwoord
check; control
Ik heb er geen controle over.Ik heb er geen controle over.Winkelen · B1
iets dat een product aanprijst zelfstandig naamwoord
advertisement; advertising
Heb je de nieuwe reclame gezien?Heb je de nieuwe reclame gezien?Algemeen · B1
de een en de ander voegwoord
both (... and)
Zowel Tom als Maria waren te laat.Zowel Tom als Maria waren te laat.Vrije tijd en cultuur · B1
de naam van een boek of film zelfstandig naamwoord
title
Wat is de titel van het boek?Wat is de titel van het boek?Algemeen · B1
iets dat kan gebeuren zelfstandig naamwoord
possibility; option
Er is ook nog een andere mogelijkheid.Er is ook nog een andere mogelijkheid.Vrije tijd en cultuur · B1
een tekst in de krant zelfstandig naamwoord
article; item
Ik heb een interessant artikel in de krant gelezen.Ik heb een interessant artikel in de krant gelezen.Weer en natuur · B1
een groot water midden in het land zelfstandig naamwoord
lake
In de zomer zwemmen we in het meer.In de zomer zwemmen we in het meer.Algemeen · B1
bijna niet bijwoord
hardly; barely
Ik kon nauwelijks zien wie wie was.Ik kon nauwelijks zien wie wie was.Samenleving en KNM · B1
mensen pijn doen met kracht zelfstandig naamwoord
violence
Geweld op school is een groot probleem.Geweld op school is een groot probleem.Werk en inkomen · B1
werk dat je moet doen zelfstandig naamwoord
task; duty
Het is mijn taak om Tom te helpen.Het is mijn taak om Tom te helpen.Gezondheid en dokter · B1
tabak in papier om te roken zelfstandig naamwoord
cigarette
Tom rookt een sigaret op het balkon.Tom rookt een sigaret op het balkon.Familie en sociaal leven · B1
je vriend(in) of man/vrouw; zakenpartner zelfstandig naamwoord
partner
Mijn partner werkt ook in Utrecht.Mijn partner werkt ook in Utrecht.Werk en inkomen · B1
het kopen en verkopen van goederen zelfstandig naamwoord
trade; commerce
Nederland verdient veel geld met de handel.Nederland verdient veel geld met de handel.Instanties en diensten · B1
informatie zelfstandig naamwoord
fact; data (pl.)
Vul uw persoonlijke gegevens in op het formulier.Vul uw persoonlijke gegevens in op het formulier.Algemeen · B1
minder maken, een grens stellen werkwoord
to limit; to restrict
We moeten de kosten tot een minimum beperken.We moeten de kosten tot een minimum beperken.Algemeen · B1
een antwoord op iets zelfstandig naamwoord
reaction; response
Tom kreeg best wel veel positieve reacties.Tom kreeg best wel veel positieve reacties.Weer en natuur · B1
de natuur om ons heen zelfstandig naamwoord
environment; milieu
Sommige fabrieken vervuilen het milieu.Sommige fabrieken vervuilen het milieu.Algemeen · B1
relatie tussen dingen; een doek om een wond zelfstandig naamwoord
connection; context; bandage
Het citaat werd uit zijn verband gerukt.Het citaat werd uit zijn verband gerukt.Werk en inkomen · B1
een groep die samenwerkt zelfstandig naamwoord
team
Tom wordt misschien lid van ons team.Tom wordt misschien lid van ons team.Samenleving en KNM · B1
een geheel van regels of delen zelfstandig naamwoord
system
Het huidige systeem moet veranderd worden.Het huidige systeem moet veranderd worden.School en studie · B1
beter maken werkwoord
to improve; to correct
Ik zou mijn Engelse uitspraak willen verbeteren.Ik zou mijn Engelse uitspraak willen verbeteren.Algemeen · B1
helemaal; alles bij elkaar bijvoeglijk naamwoord
total; totally
Zij interesseerde zich totaal niet voor jongens.Zij interesseerde zich totaal niet voor jongens.Algemeen · B1
wat er gebeurt door iets zelfstandig naamwoord
effect
Het medicament had een onmiddellijk effect.Het medicament had een onmiddellijk effect.Werk en inkomen · B1
er is, je kunt het gebruiken bijvoeglijk naamwoord
available
Zal de ruimte beschikbaar zijn voor vergaderingen?Zal de ruimte beschikbaar zijn voor vergaderingen?Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.