Naar inhoud

VoorbereidenWoordenschat

Woordenschat

Examenwoorden

Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.

16 woorden
NederlandInburgering B1 · route 2021Dagelijkse routine + officiële bronnen · voorbeeldvragen

Kies een dagelijkse situatie

Woorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.

Thema:

Eten en drinken

16 woorden

Niveau

Eten en drinken · B1

iets in zich hebben werkwoord

to contain

Verse groenten bevatten veel voedingsstoffen.Verse groenten bevatten veel voedingsstoffen.

Eten en drinken · B1

uit China bijvoeglijk naamwoord

Chinese

Wij eten vanavond in een Chinees restaurant.Wij eten vanavond in een Chinees restaurant.

Eten en drinken · B1

een (feestelijke) avondmaaltijd zelfstandig naamwoord

dinner; dinner party

We nodigden hem voor het diner uit.We nodigden hem voor het diner uit.

Eten en drinken · B1

sterke drank uit graan zelfstandig naamwoord

whisky

Ik heb een fles whisky.Ik heb een fles whisky.

Eten en drinken · B1

eten en drinken zelfstandig naamwoord

nutrition; food; power supply

Gezonde voeding is belangrijk voor kinderen.Gezonde voeding is belangrijk voor kinderen.

Eten en drinken · B1

zaad van tarwe, rogge en zo zelfstandig naamwoord

grain; cereal

Ze exporteren graan naar veel landen.Ze exporteren graan naar veel landen.

Eten en drinken · B1

een deel eten voor één persoon zelfstandig naamwoord

portion; serving

Wilt u nog een portie?Wilt u nog een portie?

Eten en drinken · B1

bedorven; slecht bijvoeglijk naamwoord

rotten; lousy

De helft van de appels is rot.De helft van de appels is rot.

Eten en drinken · B1

erbij doen werkwoord

to add

Hoeveel zout moet ik toevoegen?Hoeveel zout moet ik toevoegen?

Eten en drinken · B1

een lijst met eten in een restaurant zelfstandig naamwoord

menu

Heeft u een speciaal menu voor vegetariërs?Heeft u een speciaal menu voor vegetariërs?

Eten en drinken · B1

zoetigheid zelfstandig naamwoord

sweets; candy

Wat voor soort snoep is je favoriet?Wat voor soort snoep is je favoriet?

Eten en drinken · B1

nog over zijn werkwoord

to be left (over); to remain

Er is nog wat soep overgebleven.Er is nog wat soep overgebleven.

Eten en drinken · B1

Franse wijn met bubbels zelfstandig naamwoord

champagne

Afgelopen kerst hebben we champagne gedronken.Afgelopen kerst hebben we champagne gedronken.

Eten en drinken · B1

klaar om te eten of te plukken bijvoeglijk naamwoord

ripe; mature

De appel is nog niet rijp.De appel is nog niet rijp.

Eten en drinken · B1

klaarmaken, vooral eten werkwoord

to prepare; to cook

Hij bereidt een lekkere maaltijd voor zijn gasten.Hij bereidt een lekkere maaltijd voor zijn gasten.

Eten en drinken · B1

zoet eten van cacao zelfstandig naamwoord

chocolate

Laat de chocolade in de mond smelten.Laat de chocolade in de mond smelten.

Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.