Naar inhoud

VoorbereidenWoordenschat

Woordenschat

Examenwoorden

Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.

17 woorden
NederlandInburgering B1 · route 2021Dagelijkse routine + officiële bronnen · voorbeeldvragen

Kies een dagelijkse situatie

Woorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.

Thema:

Weer en natuur

17 woorden

Niveau

Weer en natuur · B1

een groot water midden in het land zelfstandig naamwoord

lake

In de zomer zwemmen we in het meer.In de zomer zwemmen we in het meer.

Weer en natuur · B1

de natuur om ons heen zelfstandig naamwoord

environment; milieu

Sommige fabrieken vervuilen het milieu.Sommige fabrieken vervuilen het milieu.

Weer en natuur · B1

heel sterk bijvoeglijk naamwoord

bright; fierce; intense

De zon schijnt fel vandaag.De zon schijnt fel vandaag.

Weer en natuur · B1

smal water langs een weiland zelfstandig naamwoord

ditch

In Nederland zie je overal sloten langs de weilanden.In Nederland zie je overal sloten langs de weilanden.

Weer en natuur · B1

groot rund met hoorns zelfstandig naamwoord

buffalo

Is dit een koe of een buffel?Is dit een koe of een buffel?

Weer en natuur · B1

als het water over het land stroomt zelfstandig naamwoord

flood

De overstroming had gevolgen voor veel mensen.De overstroming had gevolgen voor veel mensen.

Weer en natuur · B1

iets wat je kunt zien of meemaken zelfstandig naamwoord

phenomenon

Een regenboog is een natuurlijk fenomeen.Een regenboog is een natuurlijk fenomeen.

Weer en natuur · B1

goed voor het milieu; lang goed blijven bijvoeglijk naamwoord

sustainable; durable

We kiezen zoveel mogelijk voor duurzame energie.We kiezen zoveel mogelijk voor duurzame energie.

Weer en natuur · B1

een klein insect met vleugels zelfstandig naamwoord

fly

Er zit een vlieg in mijn soep.Er zit een vlieg in mijn soep.

Weer en natuur · B1

samen jongen maken (dieren); in paren zetten werkwoord

to mate; to pair

In het voorjaar paren veel vogels.In het voorjaar paren veel vogels.

Weer en natuur · B1

een klein dier met zes poten zelfstandig naamwoord

insect

Hij is geïnteresseerd in het verzamelen van insecten.Hij is geïnteresseerd in het verzamelen van insecten.

Weer en natuur · B1

een vogel die zwemt en kwaakt zelfstandig naamwoord

duck

Er zijn vele eenden in het park.Er zijn vele eenden in het park.

Weer en natuur · B1

kapotgaan, verdwijnen werkwoord

to decay; to perish; to be wrecked

Het oude hout is helemaal vergaan.Het oude hout is helemaal vergaan.

Weer en natuur · B1

het gebied buiten de steden zelfstandig naamwoord

countryside

Ik wil niet op het platteland wonen.Ik wil niet op het platteland wonen.

Weer en natuur · B1

een beetje nat bijvoeglijk naamwoord

damp; humid

Het is hier heel vochtig in de zomer.Het is hier heel vochtig in de zomer.

Weer en natuur · B1

hoe een gebied eruitziet zelfstandig naamwoord

landscape; scenery

Het Nederlandse landschap is erg vlak.Het Nederlandse landschap is erg vlak.

Weer en natuur · B1

heel warm, zoals in de tropen bijvoeglijk naamwoord

tropical

Dat eiland heeft een tropisch klimaat.Dat eiland heeft een tropisch klimaat.

Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.