Winkelen · B1
iets doen; aanbieding in een winkel zelfstandig naamwoord
action; special offer
Deze week is er een actie: twee halen, één betalen.Deze week is er een actie: twee halen, één betalen.VoorbereidenWoordenschat
Woordenschat
Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.
26 woordenWoorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.
Thema:
26 woorden
Winkelen · B1
iets doen; aanbieding in een winkel zelfstandig naamwoord
action; special offer
Deze week is er een actie: twee halen, één betalen.Deze week is er een actie: twee halen, één betalen.Winkelen · B1
iets dat een product aanprijst zelfstandig naamwoord
advertisement; advertising
Heb je de nieuwe reclame gezien?Heb je de nieuwe reclame gezien?Winkelen · B1
een som geld zelfstandig naamwoord
amount (of money)
Dit is het bedrag dat je moet betalen.Dit is het bedrag dat je moet betalen.Winkelen · B1
wat je liever hebt zelfstandig naamwoord
preference
Ik geef de voorkeur aan de zwarte.Ik geef de voorkeur aan de zwarte.Winkelen · B1
hoe goed iets is zelfstandig naamwoord
quality
Kwaliteit is belangrijker dan hoeveelheid.Kwaliteit is belangrijker dan hoeveelheid.Winkelen · B1
huid van een dier voor tassen en schoenen zelfstandig naamwoord
leather; (de leer) doctrine; apprenticeship
Deze tas is van echt leer.Deze tas is van echt leer.Winkelen · B1
wat iemand aanbiedt zelfstandig naamwoord
offer; supply
Misschien ga ik op je aanbod in.Misschien ga ik op je aanbod in.Winkelen · B1
een type; iemand die kleding laat zien zelfstandig naamwoord
model
Hij vergeleek zijn auto met het nieuwe model.Hij vergeleek zijn auto met het nieuwe model.Winkelen · B1
met elektronica of via de computer bijvoeglijk naamwoord
electronic
U kunt ook elektronisch betalen.U kunt ook elektronisch betalen.Winkelen · B1
van plastic gemaakt bijvoeglijk naamwoord
plastic
Geen van de bloemen is van plastic.Geen van de bloemen is van plastic.Winkelen · B1
naam van een product of bedrijf zelfstandig naamwoord
brand; make; mark
Welk merk telefoon heb jij?Welk merk telefoon heb jij?Winkelen · B1
stevig en goed gemaakt bijvoeglijk naamwoord
solid; sound; reliable
Dit is een degelijke fiets die lang meegaat.Dit is een degelijke fiets die lang meegaat.Winkelen · B1
niet veel gebruiken of uitgeven bijvoeglijk naamwoord
economical; thrifty
Deze auto is zuinig met benzine.Deze auto is zuinig met benzine.Winkelen · B1
iemand die producten koopt en gebruikt zelfstandig naamwoord
consumer
De consument betaalt steeds meer voor energie.De consument betaalt steeds meer voor energie.Winkelen · B1
iets duurs dat je niet echt nodig hebt zelfstandig naamwoord
luxury
Zulke luxe kan ik me niet veroorloven.Zulke luxe kan ik me niet veroorloven.Winkelen · B1
een andere vorm van iets zelfstandig naamwoord
variant
Er is ook een variant zonder suiker.Er is ook een variant zonder suiker.Winkelen · B1
een bepaalde tijd; een deel van een betaling zelfstandig naamwoord
term; period; instalment
Ik wil in termijnen betalen.Ik wil in termijnen betalen.Winkelen · B1
iemand die haar knipt zelfstandig naamwoord
hairdresser; barber
Ik ben naar de kapper geweest.Ik ben naar de kapper geweest.Winkelen · B1
kleding die je onder je broek draagt zelfstandig naamwoord
underpants; briefs
Ik heb nieuwe sokken en onderbroeken gekocht.Ik heb nieuwe sokken en onderbroeken gekocht.Winkelen · B1
uitrekenen werkwoord
to calculate
Kun je berekenen hoeveel we samen moeten betalen?Kun je berekenen hoeveel we samen moeten betalen?Winkelen · B1
kiezen uit meerdere dingen werkwoord
to choose; to pick out
Je mag elk boek uitkiezen dat je maar wilt.Je mag elk boek uitkiezen dat je maar wilt.Winkelen · B1
een pak; verkleedkleren zelfstandig naamwoord
suit; costume
Waar kan ik een kostuum huren?Waar kan ik een kostuum huren?Winkelen · B1
een keuze uit een groep zelfstandig naamwoord
selection
In deze winkel is er een grote selectie kazen.In deze winkel is er een grote selectie kazen.Winkelen · B1
iets geven en iets anders terugkrijgen zelfstandig naamwoord
exchange; swap
Ik gaf hem drie boeken in ruil voor z'n hulp.Ik gaf hem drie boeken in ruil voor z'n hulp.Winkelen · B1
veel waard bijvoeglijk naamwoord
valuable; precious
Hij heeft een heel waardevol armbandhorloge.Hij heeft een heel waardevol armbandhorloge.Winkelen · B1
een vaste afspraak om iets elke maand te krijgen zelfstandig naamwoord
subscription
Ik moet mijn abonnement opzeggen.Ik moet mijn abonnement opzeggen.Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.