Naar inhoud

VoorbereidenWoordenschat

Woordenschat

Examenwoorden

Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.

26 woorden
NederlandInburgering B1 · route 2021Dagelijkse routine + officiële bronnen · voorbeeldvragen

Kies een dagelijkse situatie

Woorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.

Thema:

Winkelen

26 woorden

Niveau

Winkelen · B1

iets doen; aanbieding in een winkel zelfstandig naamwoord

action; special offer

Deze week is er een actie: twee halen, één betalen.Deze week is er een actie: twee halen, één betalen.

Winkelen · B1

iets dat een product aanprijst zelfstandig naamwoord

advertisement; advertising

Heb je de nieuwe reclame gezien?Heb je de nieuwe reclame gezien?

Winkelen · B1

een som geld zelfstandig naamwoord

amount (of money)

Dit is het bedrag dat je moet betalen.Dit is het bedrag dat je moet betalen.

Winkelen · B1

wat je liever hebt zelfstandig naamwoord

preference

Ik geef de voorkeur aan de zwarte.Ik geef de voorkeur aan de zwarte.

Winkelen · B1

hoe goed iets is zelfstandig naamwoord

quality

Kwaliteit is belangrijker dan hoeveelheid.Kwaliteit is belangrijker dan hoeveelheid.

Winkelen · B1

huid van een dier voor tassen en schoenen zelfstandig naamwoord

leather; (de leer) doctrine; apprenticeship

Deze tas is van echt leer.Deze tas is van echt leer.

Winkelen · B1

wat iemand aanbiedt zelfstandig naamwoord

offer; supply

Misschien ga ik op je aanbod in.Misschien ga ik op je aanbod in.

Winkelen · B1

een type; iemand die kleding laat zien zelfstandig naamwoord

model

Hij vergeleek zijn auto met het nieuwe model.Hij vergeleek zijn auto met het nieuwe model.

Winkelen · B1

met elektronica of via de computer bijvoeglijk naamwoord

electronic

U kunt ook elektronisch betalen.U kunt ook elektronisch betalen.

Winkelen · B1

van plastic gemaakt bijvoeglijk naamwoord

plastic

Geen van de bloemen is van plastic.Geen van de bloemen is van plastic.

Winkelen · B1

naam van een product of bedrijf zelfstandig naamwoord

brand; make; mark

Welk merk telefoon heb jij?Welk merk telefoon heb jij?

Winkelen · B1

stevig en goed gemaakt bijvoeglijk naamwoord

solid; sound; reliable

Dit is een degelijke fiets die lang meegaat.Dit is een degelijke fiets die lang meegaat.

Winkelen · B1

niet veel gebruiken of uitgeven bijvoeglijk naamwoord

economical; thrifty

Deze auto is zuinig met benzine.Deze auto is zuinig met benzine.

Winkelen · B1

iemand die producten koopt en gebruikt zelfstandig naamwoord

consumer

De consument betaalt steeds meer voor energie.De consument betaalt steeds meer voor energie.

Winkelen · B1

iets duurs dat je niet echt nodig hebt zelfstandig naamwoord

luxury

Zulke luxe kan ik me niet veroorloven.Zulke luxe kan ik me niet veroorloven.

Winkelen · B1

een andere vorm van iets zelfstandig naamwoord

variant

Er is ook een variant zonder suiker.Er is ook een variant zonder suiker.

Winkelen · B1

een bepaalde tijd; een deel van een betaling zelfstandig naamwoord

term; period; instalment

Ik wil in termijnen betalen.Ik wil in termijnen betalen.

Winkelen · B1

iemand die haar knipt zelfstandig naamwoord

hairdresser; barber

Ik ben naar de kapper geweest.Ik ben naar de kapper geweest.

Winkelen · B1

kleding die je onder je broek draagt zelfstandig naamwoord

underpants; briefs

Ik heb nieuwe sokken en onderbroeken gekocht.Ik heb nieuwe sokken en onderbroeken gekocht.

Winkelen · B1

uitrekenen werkwoord

to calculate

Kun je berekenen hoeveel we samen moeten betalen?Kun je berekenen hoeveel we samen moeten betalen?

Winkelen · B1

kiezen uit meerdere dingen werkwoord

to choose; to pick out

Je mag elk boek uitkiezen dat je maar wilt.Je mag elk boek uitkiezen dat je maar wilt.

Winkelen · B1

een pak; verkleedkleren zelfstandig naamwoord

suit; costume

Waar kan ik een kostuum huren?Waar kan ik een kostuum huren?

Winkelen · B1

een keuze uit een groep zelfstandig naamwoord

selection

In deze winkel is er een grote selectie kazen.In deze winkel is er een grote selectie kazen.

Winkelen · B1

iets geven en iets anders terugkrijgen zelfstandig naamwoord

exchange; swap

Ik gaf hem drie boeken in ruil voor z'n hulp.Ik gaf hem drie boeken in ruil voor z'n hulp.

Winkelen · B1

veel waard bijvoeglijk naamwoord

valuable; precious

Hij heeft een heel waardevol armbandhorloge.Hij heeft een heel waardevol armbandhorloge.

Winkelen · B1

een vaste afspraak om iets elke maand te krijgen zelfstandig naamwoord

subscription

Ik moet mijn abonnement opzeggen.Ik moet mijn abonnement opzeggen.

Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.