Naar inhoud

VoorbereidenWoordenschat

Woordenschat

Examenwoorden

Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.

24 woorden
NederlandInburgering B1 · route 2021Dagelijkse routine + officiële bronnen · voorbeeldvragen

Kies een dagelijkse situatie

Woorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.

Thema:

Tijd, data en getallen

24 woorden

Niveau

Tijd, data en getallen · B1

in de tijd van voorzetsel

during

De regen hield aan gedurende een week.De regen hield aan gedurende een week.

Tijd, data en getallen · B1

het getal 17 telwoord

seventeen

Hij verliet de middelbare school met zeventien jaar.Hij verliet de middelbare school met zeventien jaar.

Tijd, data en getallen · B1

op hetzelfde moment bijwoord

at the same time; simultaneously

Tom en Mary zagen John tegelijkertijd.Tom en Mary zagen John tegelijkertijd.

Tijd, data en getallen · B1

kort geleden bijvoeglijk naamwoord

recent

Is het recent gebeurd?Is het recent gebeurd?

Tijd, data en getallen · B1

vorig bijvoeglijk naamwoord

last; past

Verleden week was ik ziek.Verleden week was ik ziek.

Tijd, data en getallen · B1

duizend keer duizend telwoord

million

Ik heb een miljoen dingen te doen.Ik heb een miljoen dingen te doen.

Tijd, data en getallen · B1

duizend miljoen telwoord

billion

Er staan miljarden sterren aan de hemel.Er staan miljarden sterren aan de hemel.

Tijd, data en getallen · B1

kort geleden bijwoord

recently; the other day

Ze heeft onlangs een nieuw huis gekocht.Ze heeft onlangs een nieuw huis gekocht.

Tijd, data en getallen · B1

vanaf dat moment bijwoord

since then

Sindsdien heb ik haar niet meer gezien.Sindsdien heb ik haar niet meer gezien.

Tijd, data en getallen · B1

nu, op dit moment bijwoord

currently; at the moment

Momenteel heb ik het niet erg druk.Momenteel heb ik het niet erg druk.

Tijd, data en getallen · B1

ongeveer tien zelfstandig naamwoord

(about) ten; dozens (pl.)

Er kwamen tientallen mensen naar het feest.Er kwamen tientallen mensen naar het feest.

Tijd, data en getallen · B1

elke week bijvoeglijk naamwoord

weekly

We doen wekelijks boodschappen op zaterdag.We doen wekelijks boodschappen op zaterdag.

Tijd, data en getallen · B1

een deel van honderd zelfstandig naamwoord

percentage

Een groot percentage van de studenten slaagt voor het examen.Een groot percentage van de studenten slaagt voor het examen.

Tijd, data en getallen · B1

keer zelfstandig naamwoord

time(s); times (multiplication)

De bijeenkomst heeft twee maal per maand plaats.De bijeenkomst heeft twee maal per maand plaats.

Tijd, data en getallen · B1

honderden jaren lang bijvoeglijk naamwoord

for centuries

Deze molen staat hier al eeuwenlang.Deze molen staat hier al eeuwenlang.

Tijd, data en getallen · B1

een bepaald moment zelfstandig naamwoord

time; moment

Op welk tijdstip gaat de winkel open?Op welk tijdstip gaat de winkel open?

Tijd, data en getallen · B1

in die tijd, vroeger bijwoord

at the time; back then

Ik was destijds drie maanden zwanger.Ik was destijds drie maanden zwanger.

Tijd, data en getallen · B1

al bijwoord

already

Het is reeds tijd om naar huis te gaan.Het is reeds tijd om naar huis te gaan.

Tijd, data en getallen · B1

ongeveer bijwoord

approximately; about

De reis duurt circa twee uur.De reis duurt circa twee uur.

Tijd, data en getallen · B1

een honderdste meter zelfstandig naamwoord

centimetre

Het ijs is vijf centimeter dik.Het ijs is vijf centimeter dik.

Tijd, data en getallen · B1

het getal 90 telwoord

ninety

Mijn oma is vorige week negentig geworden.Mijn oma is vorige week negentig geworden.

Tijd, data en getallen · B1

hoe lang iets of iemand is zelfstandig naamwoord

length; height

De brug heeft een lengte van honderd meter.De brug heeft een lengte van honderd meter.

Tijd, data en getallen · B1

nummer één bijvoeglijk naamwoord

first

Dit is mijn eerste les Nederlands.Dit is mijn eerste les Nederlands.

Tijd, data en getallen · B1

eerder, vooraf bijwoord

beforehand; before

Ik heb je van tevoren gewaarschuwd.Ik heb je van tevoren gewaarschuwd.

Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.