Vervoer en reizen · B1
beginnen; een motor aanzetten werkwoord
to start
Tom kan zijn auto niet laten starten.Tom kan zijn auto niet laten starten.VoorbereidenWoordenschat
Woordenschat
Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.
17 woordenWoorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.
Thema:
17 woorden
Vervoer en reizen · B1
beginnen; een motor aanzetten werkwoord
to start
Tom kan zijn auto niet laten starten.Tom kan zijn auto niet laten starten.Vervoer en reizen · B1
plek om een auto neer te zetten zelfstandig naamwoord
parking space; car park
Toms auto staat nog op de parkeerplaats.Toms auto staat nog op de parkeerplaats.Vervoer en reizen · B1
waarmee je een auto of fiets bestuurt zelfstandig naamwoord
steering wheel; handlebars
Houd je handen aan het stuur!Houd je handen aan het stuur!Vervoer en reizen · B1
de plaats waar je naartoe gaat zelfstandig naamwoord
destination; purpose
Amsterdam is een populaire bestemming voor toeristen.Amsterdam is een populaire bestemming voor toeristen.Vervoer en reizen · B1
een ongeluk zelfstandig naamwoord
accident
Bij het ongeval raakte niemand gewond.Bij het ongeval raakte niemand gewond.Vervoer en reizen · B1
iemand die rijdt; iemand die leiding geeft zelfstandig naamwoord
driver; director; board member
De bestuurder hield een hoge snelheid aan.De bestuurder hield een hoge snelheid aan.Vervoer en reizen · B1
auto, bus, fiets enz. zelfstandig naamwoord
vehicle
Parkeer uw voertuig niet voor de uitgang.Parkeer uw voertuig niet voor de uitgang.Vervoer en reizen · B1
de mensen die op een schip of vliegtuig werken zelfstandig naamwoord
crew
Moderne schepen hebben maar een kleine bemanning nodig.Moderne schepen hebben maar een kleine bemanning nodig.Vervoer en reizen · B1
van de ene plek naar de andere brengen werkwoord
to transport
Deze vrachtwagen vervoert groente naar de markt.Deze vrachtwagen vervoert groente naar de markt.Vervoer en reizen · B1
een grote auto voor goederen zelfstandig naamwoord
truck; lorry
De vrachtwagen brengt de meubels morgen.De vrachtwagen brengt de meubels morgen.Vervoer en reizen · B1
een reis met auto, fiets of trein zelfstandig naamwoord
ride; drive; trip
Heb je later een rit naar huis nodig?Heb je later een rit naar huis nodig?Vervoer en reizen · B1
een kaartje voor reis of voorstelling zelfstandig naamwoord
ticket
Wat is de prijs van een ticket?Wat is de prijs van een ticket?Vervoer en reizen · B1
langzamer gaan of stoppen met de rem werkwoord
to brake; to slow down
Je moet op tijd remmen voor het zebrapad.Je moet op tijd remmen voor het zebrapad.Vervoer en reizen · B1
alleen maar bijvoeglijk naamwoord
exclusive; solely
Deze parkeerplaats is uitsluitend voor bewoners.Deze parkeerplaats is uitsluitend voor bewoners.Vervoer en reizen · B1
heen en weer gaan; rondslingeren werkwoord
to swing; to lie around; to wind
De weg slingert door de heuvels.De weg slingert door de heuvels.Vervoer en reizen · B1
de bank achter in de auto zelfstandig naamwoord
back seat
Tom was op de achterbank aan het slapen.Tom was op de achterbank aan het slapen.Vervoer en reizen · B1
weg alleen voor fietsers zelfstandig naamwoord
cycle path; bike lane
Fiets altijd op het fietspad.Fiets altijd op het fietspad.Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.