Naar inhoud

VoorbereidenWoordenschat

Woordenschat

Examenwoorden

Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.

17 woorden
NederlandInburgering B1 · route 2021Dagelijkse routine + officiële bronnen · voorbeeldvragen

Kies een dagelijkse situatie

Woorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.

Thema:

Vervoer en reizen

17 woorden

Niveau

Vervoer en reizen · B1

beginnen; een motor aanzetten werkwoord

to start

Tom kan zijn auto niet laten starten.Tom kan zijn auto niet laten starten.

Vervoer en reizen · B1

plek om een auto neer te zetten zelfstandig naamwoord

parking space; car park

Toms auto staat nog op de parkeerplaats.Toms auto staat nog op de parkeerplaats.

Vervoer en reizen · B1

waarmee je een auto of fiets bestuurt zelfstandig naamwoord

steering wheel; handlebars

Houd je handen aan het stuur!Houd je handen aan het stuur!

Vervoer en reizen · B1

de plaats waar je naartoe gaat zelfstandig naamwoord

destination; purpose

Amsterdam is een populaire bestemming voor toeristen.Amsterdam is een populaire bestemming voor toeristen.

Vervoer en reizen · B1

een ongeluk zelfstandig naamwoord

accident

Bij het ongeval raakte niemand gewond.Bij het ongeval raakte niemand gewond.

Vervoer en reizen · B1

iemand die rijdt; iemand die leiding geeft zelfstandig naamwoord

driver; director; board member

De bestuurder hield een hoge snelheid aan.De bestuurder hield een hoge snelheid aan.

Vervoer en reizen · B1

auto, bus, fiets enz. zelfstandig naamwoord

vehicle

Parkeer uw voertuig niet voor de uitgang.Parkeer uw voertuig niet voor de uitgang.

Vervoer en reizen · B1

de mensen die op een schip of vliegtuig werken zelfstandig naamwoord

crew

Moderne schepen hebben maar een kleine bemanning nodig.Moderne schepen hebben maar een kleine bemanning nodig.

Vervoer en reizen · B1

van de ene plek naar de andere brengen werkwoord

to transport

Deze vrachtwagen vervoert groente naar de markt.Deze vrachtwagen vervoert groente naar de markt.

Vervoer en reizen · B1

een grote auto voor goederen zelfstandig naamwoord

truck; lorry

De vrachtwagen brengt de meubels morgen.De vrachtwagen brengt de meubels morgen.

Vervoer en reizen · B1

een reis met auto, fiets of trein zelfstandig naamwoord

ride; drive; trip

Heb je later een rit naar huis nodig?Heb je later een rit naar huis nodig?

Vervoer en reizen · B1

een kaartje voor reis of voorstelling zelfstandig naamwoord

ticket

Wat is de prijs van een ticket?Wat is de prijs van een ticket?

Vervoer en reizen · B1

langzamer gaan of stoppen met de rem werkwoord

to brake; to slow down

Je moet op tijd remmen voor het zebrapad.Je moet op tijd remmen voor het zebrapad.

Vervoer en reizen · B1

alleen maar bijvoeglijk naamwoord

exclusive; solely

Deze parkeerplaats is uitsluitend voor bewoners.Deze parkeerplaats is uitsluitend voor bewoners.

Vervoer en reizen · B1

heen en weer gaan; rondslingeren werkwoord

to swing; to lie around; to wind

De weg slingert door de heuvels.De weg slingert door de heuvels.

Vervoer en reizen · B1

de bank achter in de auto zelfstandig naamwoord

back seat

Tom was op de achterbank aan het slapen.Tom was op de achterbank aan het slapen.

Vervoer en reizen · B1

weg alleen voor fietsers zelfstandig naamwoord

cycle path; bike lane

Fiets altijd op het fietspad.Fiets altijd op het fietspad.

Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.