Naar inhoud

VoorbereidenWoordenschat

Woordenschat

Examenwoorden

Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.

97 woorden
NederlandInburgering B1 · route 2021Dagelijkse routine + officiële bronnen · voorbeeldvragen

Kies een dagelijkse situatie

Woorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.

Thema:

Werk en inkomen

97 woorden

Niveau

Werk en inkomen · B1

van of voor één persoon; zelf bijvoeglijk naamwoord

personal; in person

Ik wil de directeur persoonlijk spreken.Ik wil de directeur persoonlijk spreken.

Werk en inkomen · B1

spullen die je koopt of verkoopt zelfstandig naamwoord

goods; property

De goederen worden morgen geleverd.De goederen worden morgen geleverd.

Werk en inkomen · B1

werk dat je voor iemand doet zelfstandig naamwoord

service; department; shift

Waarmee kan ik u van dienst zijn?Waarmee kan ik u van dienst zijn?

Werk en inkomen · B1

werk dat je moet doen zelfstandig naamwoord

task; duty

Het is mijn taak om Tom te helpen.Het is mijn taak om Tom te helpen.

Werk en inkomen · B1

het kopen en verkopen van goederen zelfstandig naamwoord

trade; commerce

Nederland verdient veel geld met de handel.Nederland verdient veel geld met de handel.

Werk en inkomen · B1

een groep die samenwerkt zelfstandig naamwoord

team

Tom wordt misschien lid van ons team.Tom wordt misschien lid van ons team.

Werk en inkomen · B1

er is, je kunt het gebruiken bijvoeglijk naamwoord

available

Zal de ruimte beschikbaar zijn voor vergaderingen?Zal de ruimte beschikbaar zijn voor vergaderingen?

Werk en inkomen · B1

iets nieuws maken werkwoord

to create

Het nieuwe bedrijf creëert veel banen in de regio.Het nieuwe bedrijf creëert veel banen in de regio.

Werk en inkomen · B1

waar iets van gemaakt is zelfstandig naamwoord

material

We gaan het nieuwe materiaal uittesten.We gaan het nieuwe materiaal uittesten.

Werk en inkomen · B1

met geld te maken bijvoeglijk naamwoord

financial

Hij is financieel afhankelijk van zijn vrouw.Hij is financieel afhankelijk van zijn vrouw.

Werk en inkomen · B1

jij moet ervoor zorgen bijvoeglijk naamwoord

responsible

Tom zei dat hij zich verantwoordelijk voelde.Tom zei dat hij zich verantwoordelijk voelde.

Werk en inkomen · B1

maken, vooral in een fabriek werkwoord

to produce

Deze fabriek produceert elke dag duizend fietsen.Deze fabriek produceert elke dag duizend fietsen.

Werk en inkomen · B1

stress; kracht op iets zelfstandig naamwoord

pressure; busyness

Hij staat onder veel druk op zijn werk.Hij staat onder veel druk op zijn werk.

Werk en inkomen · B1

hoe je over iets denkt; hoe je staat zelfstandig naamwoord

attitude; posture

Een positieve houding helpt bij het solliciteren.Een positieve houding helpt bij het solliciteren.

Werk en inkomen · B1

plaats; functie zelfstandig naamwoord

position

Wat is uw positie in het bedrijf?Wat is uw positie in het bedrijf?

Werk en inkomen · B1

zelf iets beginnen zelfstandig naamwoord

initiative

Hij is vrij goed in zijn werk, maar hij heeft geen initiatief.Hij is vrij goed in zijn werk, maar hij heeft geen initiatief.

Werk en inkomen · B1

doen wat gepland is werkwoord

to carry out; to export; to perform

Wij zullen de betaling uitvoeren via overschrijving.Wij zullen de betaling uitvoeren via overschrijving.

Werk en inkomen · B1

afspraak op papier zelfstandig naamwoord

agreement; contract; similarity

We hebben een overeenkomst gesloten.We hebben een overeenkomst gesloten.

Werk en inkomen · B1

je loopbaan in je werk zelfstandig naamwoord

career

Tom heeft een glansrijke carrière als arts.Tom heeft een glansrijke carrière als arts.

Werk en inkomen · B1

met nadruk vragen werkwoord

to demand; to require

De werkgever eist een goede kennis van het Nederlands.De werkgever eist een goede kennis van het Nederlands.

Werk en inkomen · B1

geld na je werkleven zelfstandig naamwoord

pension; retirement

Ik heb besloten met pensioen te gaan.Ik heb besloten met pensioen te gaan.

Werk en inkomen · B1

iets kwijtraken; minder geld zelfstandig naamwoord

loss

Het bedrijf maakte dit jaar verlies.Het bedrijf maakte dit jaar verlies.

Werk en inkomen · B1

iets doen; kopen en verkopen werkwoord

to act; to trade; to deal (with)

Een slager handelt in vlees.Een slager handelt in vlees.

Werk en inkomen · B1

de baas zijn; buis voor water of gas zelfstandig naamwoord

leadership; management; pipe

Ik wil weten wie de leiding heeft.Ik wil weten wie de leiding heeft.

Werk en inkomen · B1

houden, niet verliezen werkwoord

to keep; to retain

Hij wil zijn baan graag behouden.Hij wil zijn baan graag behouden.

Werk en inkomen · B1

samen werken zelfstandig naamwoord

cooperation; collaboration

Alvast bedankt voor uw samenwerking.Alvast bedankt voor uw samenwerking.

Werk en inkomen · B1

wat iemand wil of nodig vindt zelfstandig naamwoord

demand; requirement

Uw eisen zijn onredelijk.Uw eisen zijn onredelijk.

Werk en inkomen · B1

resultaat geven werkwoord

to yield; to produce; to deliver

Dat zou niet al te veel problemen moeten opleveren.Dat zou niet al te veel problemen moeten opleveren.

Werk en inkomen · B1

je baan; waar iets voor dient zelfstandig naamwoord

position; function

Wat is uw functie binnen het bedrijf?Wat is uw functie binnen het bedrijf?

Werk en inkomen · B1

het maken van producten zelfstandig naamwoord

production; output

De productie in deze fabriek steeg met 20%.De productie in deze fabriek steeg met 20%.

Werk en inkomen · B1

schriftelijke afspraak zelfstandig naamwoord

contract

Ik ben niet blij met dit contract.Ik ben niet blij met dit contract.

Werk en inkomen · B1

gebeuren, gehouden worden werkwoord

to take place; to happen

De vergadering zal morgen plaatsvinden.De vergadering zal morgen plaatsvinden.

Werk en inkomen · B1

met elkaar praten of informatie delen werkwoord

to communicate

Zij communiceren vaak per e-mail met elkaar.Zij communiceren vaak per e-mail met elkaar.

Werk en inkomen · B1

met veel succes bijvoeglijk naamwoord

successful

Het afgelopen jaar was behoorlijk succesvol.Het afgelopen jaar was behoorlijk succesvol.

Werk en inkomen · B1

iemand die voor de krant of tv werkt zelfstandig naamwoord

journalist

De journalist schrijft voor een lokale krant.De journalist schrijft voor een lokale krant.

Werk en inkomen · B1

manier om iets te doen; technologie zelfstandig naamwoord

technique; technology

Die pianist staat bekend om zijn techniek.Die pianist staat bekend om zijn techniek.

Werk en inkomen · B1

met elkaar werken werkwoord

to cooperate; to work together

We moeten goed samenwerken om dit af te krijgen.We moeten goed samenwerken om dit af te krijgen.

Werk en inkomen · B1

iemand die meedoet aan een verkiezing of sollicitatie zelfstandig naamwoord

candidate

Er zijn vijf kandidaten voor deze baan.Er zijn vijf kandidaten voor deze baan.

Werk en inkomen · B1

het geld dat je verdient zelfstandig naamwoord

income

Mijn inkomen is te laag voor deze huur.Mijn inkomen is te laag voor deze huur.

Werk en inkomen · B1

een bedrijf zelfstandig naamwoord

company; enterprise; undertaking

Veel kleine ondernemingen zijn failliet gegaan.Veel kleine ondernemingen zijn failliet gegaan.

Werk en inkomen · B1

een idee dat je voorstelt zelfstandig naamwoord

proposal; suggestion

Dat klinkt als een vrij goed voorstel.Dat klinkt als een vrij goed voorstel.

Werk en inkomen · B1

moeite die je doet zelfstandig naamwoord

effort; exertion

Bedankt voor al je inspanningen!Bedankt voor al je inspanningen!

Werk en inkomen · B1

snel en zonder verspilling bijvoeglijk naamwoord

efficient

Thuis werk ik efficiënter dan op kantoor.Thuis werk ik efficiënter dan op kantoor.

Werk en inkomen · B1

een plan of tekening maken werkwoord

to design

Zij ontwerpt kleding voor een groot modehuis.Zij ontwerpt kleding voor een groot modehuis.

Werk en inkomen · B1

als vak, deskundig bijvoeglijk naamwoord

professional

Ze waren heel professioneel.Ze waren heel professioneel.

Werk en inkomen · B1

het maken van producten in fabrieken zelfstandig naamwoord

industry

In deze regio werken veel mensen in de industrie.In deze regio werken veel mensen in de industrie.

Werk en inkomen · B1

zeggen hoe goed iets is werkwoord

to judge; to assess

Je kunt iemand niet op zijn uiterlijk beoordelen.Je kunt iemand niet op zijn uiterlijk beoordelen.

Werk en inkomen · B1

samen doen werkwoord

to combine

Veel ouders combineren werk en zorg voor kinderen.Veel ouders combineren werk en zorg voor kinderen.

Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.