Naar inhoud

VoorbereidenWoordenschat

Woordenschat

Examenwoorden

Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.

188 woorden
NederlandInburgering B1 · route 2021Dagelijkse routine + officiële bronnen · voorbeeldvragen

Kies een dagelijkse situatie

Woorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.

Thema:

Gezondheid en dokter

188 woorden

Niveau

Gezondheid en dokter · A1

je ziet met dit deel van je hoofd zelfstandig naamwoord

eye

Ze heeft blauwe ogen.Ze heeft blauwe ogen.

Gezondheid en dokter · A1

telefoneren werkwoord

to call; to ring

Ik bel de huisarts voor een afspraak.Ik bel de huisarts voor een afspraak.

Gezondheid en dokter · A1

iemand die zieken beter maakt zelfstandig naamwoord

doctor

Ik moet naar de dokter.Ik moet naar de dokter.

Gezondheid en dokter · A1

niet gezond bijvoeglijk naamwoord

ill; sick

Ik denk dat ik echt ziek ben.Ik denk dat ik echt ziek ben.

Gezondheid en dokter · A1

zonder energie bijvoeglijk naamwoord

tired

Ik ben te moe om te lopen.Ik ben te moe om te lopen.

Gezondheid en dokter · A1

het onderste deel van je been zelfstandig naamwoord

foot

Wat is er met je voet gebeurd?Wat is er met je voet gebeurd?

Gezondheid en dokter · A1

gebouw waar zieke mensen behandeld worden zelfstandig naamwoord

hospital

Tom is nog steeds in het ziekenhuis.Tom is nog steeds in het ziekenhuis.

Gezondheid en dokter · A1

niet ziek; goed voor je bijvoeglijk naamwoord

healthy

Hij ziet er niet zo gezond uit.Hij ziet er niet zo gezond uit.

Gezondheid en dokter · A1

vaste tijd om iemand te zien zelfstandig naamwoord

appointment; agreement

Ik wil graag een afspraak maken bij de huisarts.Ik wil graag een afspraak maken bij de huisarts.

Gezondheid en dokter · A2

deel van je arm met vingers zelfstandig naamwoord

hand

Was je handen voor het eten.Was je handen voor het eten.

Gezondheid en dokter · A2

bovenste deel van je lichaam zelfstandig naamwoord

head

Ik heb pijn in mijn hoofd.Ik heb pijn in mijn hoofd.

Gezondheid en dokter · A2

merken met je lichaam of hart werkwoord

to feel

Ik voel me vandaag niet zo goed.Ik voel me vandaag niet zo goed.

Gezondheid en dokter · A2

het einde van het leven zelfstandig naamwoord

death

Ik heb geen angst voor de dood.Ik heb geen angst voor de dood.

Gezondheid en dokter · A2

voorkant van je hoofd zelfstandig naamwoord

face; sight

Was je gezicht met koud water.Was je gezicht met koud water.

Gezondheid en dokter · A2

lichaamsdeel tussen schouder en hand zelfstandig naamwoord

arm

Ik heb pijn in mijn arm.Ik heb pijn in mijn arm.

Gezondheid en dokter · A2

goed kijken naar iets om het te weten zelfstandig naamwoord

research; investigation; examination

De dokter doet een onderzoek naar mijn bloed.De dokter doet een onderzoek naar mijn bloed.

Gezondheid en dokter · A2

doodgaan werkwoord

to die

Een mens kan slechts één keer sterven.Een mens kan slechts één keer sterven.

Gezondheid en dokter · A2

orgaan dat bloed pompt zelfstandig naamwoord

heart

Hij heeft een hart van goud.Hij heeft een hart van goud.

Gezondheid en dokter · A2

je hele lijf zelfstandig naamwoord

body

Mijn natte kleren plakten tegen mijn lichaam.Mijn natte kleren plakten tegen mijn lichaam.

Gezondheid en dokter · A2

waarmee je eet en praat zelfstandig naamwoord

mouth

Doe je mond maar open.Doe je mond maar open.

Gezondheid en dokter · A2

rode vloeistof in je lichaam zelfstandig naamwoord

blood

De huisarts wil wat bloed laten prikken.De huisarts wil wat bloed laten prikken.

Gezondheid en dokter · A2

wat je voelt als je gewond of ziek bent zelfstandig naamwoord

pain; ache

Ik heb pijn in mijn rug.Ik heb pijn in mijn rug.

Gezondheid en dokter · A2

snel heen en weer bewegen werkwoord

to shake

Schud de fles voor gebruik.Schud de fles voor gebruik.

Gezondheid en dokter · A2

het gebruiken van iets zelfstandig naamwoord

use; custom

Lees de bijsluiter voor gebruik.Lees de bijsluiter voor gebruik.

Gezondheid en dokter · A2

angst; hulp aan iemand zelfstandig naamwoord

worry; care

Maak u maar geen zorgen over mij.Maak u maar geen zorgen over mij.

Gezondheid en dokter · A2

niet stil blijven werkwoord

to move; to exercise

Ik kan mijn been niet bewegen.Ik kan mijn been niet bewegen.

Gezondheid en dokter · A2

je denken; spook zelfstandig naamwoord

mind; spirit; ghost

Sport is goed voor lichaam en geest.Sport is goed voor lichaam en geest.

Gezondheid en dokter · A2

stilte; pauze zelfstandig naamwoord

rest; quiet; peace

Je hebt veel rust nodig, zegt de dokter.Je hebt veel rust nodig, zegt de dokter.

Gezondheid en dokter · A2

lichaamsdeel waarop je loopt zelfstandig naamwoord

leg; bone

Ik heb pijn in mijn been.Ik heb pijn in mijn been.

Gezondheid en dokter · A2

het slapen zelfstandig naamwoord

sleep

Tom viel in slaap op zijn werk.Tom viel in slaap op zijn werk.

Gezondheid en dokter · A2

deel tussen je nek en je arm zelfstandig naamwoord

shoulder

Ik voelde een hand op mijn schouder.Ik voelde een hand op mijn schouder.

Gezondheid en dokter · A2

het ziek zijn zelfstandig naamwoord

illness; disease

Heb je ooit een ernstige ziekte gehad?Heb je ooit een ernstige ziekte gehad?

Gezondheid en dokter · A2

achterkant van je lichaam zelfstandig naamwoord

back

Hij draagt een tas op zijn rug.Hij draagt een tas op zijn rug.

Gezondheid en dokter · A2

iets kapot maken of kapot gaan werkwoord

to break

Ik heb mijn arm gebroken.Ik heb mijn arm gebroken.

Gezondheid en dokter · A2

waarmee je hoort zelfstandig naamwoord

ear

Tom stak zijn potlood achter zijn oor.Tom stak zijn potlood achter zijn oor.

Gezondheid en dokter · A2

deel tussen hoofd en lichaam zelfstandig naamwoord

neck

Ik werd met een stijve nek wakker.Ik werd met een stijve nek wakker.

Gezondheid en dokter · A2

zijkant van je gezicht zelfstandig naamwoord

cheek

Ze gaf me een kus op de wang.Ze gaf me een kus op de wang.

Gezondheid en dokter · A2

waarmee je ruikt zelfstandig naamwoord

nose

Mijn neus loopt, ik ben verkouden.Mijn neus loopt, ik ben verkouden.

Gezondheid en dokter · A2

deel van je hand zelfstandig naamwoord

finger

Ik heb een doorn in mijn vinger.Ik heb een doorn in mijn vinger.

Gezondheid en dokter · A2

gevoel dat je bang bent zelfstandig naamwoord

fear; anxiety

Zij heeft angst voor honden.Zij heeft angst voor honden.

Gezondheid en dokter · A2

erg, gevaarlijk; niet grappig bijvoeglijk naamwoord

serious; severe

Denk je dat de situatie ernstig is?Denk je dat de situatie ernstig is?

Gezondheid en dokter · A2

voorkant van je bovenlichaam zelfstandig naamwoord

chest; breast

Ik heb pijn op mijn borst.Ik heb pijn op mijn borst.

Gezondheid en dokter · A2

een sigaret gebruiken werkwoord

to smoke

Tom ging naar buiten om te roken.Tom ging naar buiten om te roken.

Gezondheid en dokter · A2

iets zwaars; problemen zelfstandig naamwoord

burden; trouble

Ik heb last van mijn rug.Ik heb last van mijn rug.

Gezondheid en dokter · A2

rand van je mond zelfstandig naamwoord

lip

Ik beet op mijn lip.Ik beet op mijn lip.

Gezondheid en dokter · A1

het gewricht midden in je been zelfstandig naamwoord

knee

Ik heb pijn aan mijn knie na het voetballen.Ik heb pijn aan mijn knie na het voetballen.

Gezondheid en dokter · A1

kapot gaan door vuur werkwoord

to burn

Toms gezicht was verbrand door de zon.Toms gezicht was verbrand door de zon.

Gezondheid en dokter · A1

dokter bij jou in de buurt zelfstandig naamwoord

GP; family doctor

Je kunt beter onmiddellijk naar je huisarts gaan.Je kunt beter onmiddellijk naar je huisarts gaan.

Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.