Winkelen · A1
alleen; slechts bijwoord
only; just
Ik ben alleen maar aan het kijken.Ik ben alleen maar aan het kijken.VoorbereidenWoordenschat
Woordenschat
Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.
149 woordenWoorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.
Thema:
149 woorden
Winkelen · A1
alleen; slechts bijwoord
only; just
Ik ben alleen maar aan het kijken.Ik ben alleen maar aan het kijken.Winkelen · A1
dit hier (de-woord); deze dingen voornaamwoord
this; these
Deze jas is te duur.Deze jas is te duur.Winkelen · A1
meer dan goed is bijwoord
too
Deze schoenen zijn te klein.Deze schoenen zijn te klein.Winkelen · A1
munten en briefjes om te betalen zelfstandig naamwoord
money
Ik heb niet genoeg geld bij me.Ik heb niet genoeg geld bij me.Winkelen · A1
toestemming hebben werkwoord
may; to be allowed to
Zou ik een papieren zak mogen hebben?Zou ik een papieren zak mogen hebben?Winkelen · A1
geld geven voor iets werkwoord
to pay
Kan ik hier met pin betalen?Kan ik hier met pin betalen?Winkelen · A1
iets krijgen voor geld werkwoord
to buy
Ik koop brood bij de bakker.Ik koop brood bij de bakker.Winkelen · A1
de goede maat hebben werkwoord
to fit; to suit; to try on
Je schoenen passen niet bij dat pak.Je schoenen passen niet bij dat pak.Winkelen · A1
plek waar je dingen koopt zelfstandig naamwoord
shop; store
We zijn de winkel aan het sluiten.We zijn de winkel aan het sluiten.Winkelen · A1
iets geven voor geld werkwoord
to sell
Tom heeft besloten zijn auto te verkopen.Tom heeft besloten zijn auto te verkopen.Winkelen · A1
welk aantal telwoord
how much; how many
Hoeveel kost dit brood?Hoeveel kost dit brood?Winkelen · A1
als prijs hebben werkwoord
to cost
Hoeveel kost een kaartje?Hoeveel kost een kaartje?Winkelen · A1
het geld in Nederland zelfstandig naamwoord
euro
Ik verdien 100 euro per dag.Ik verdien 100 euro per dag.Winkelen · A1
kledingstuk dat je buiten draagt zelfstandig naamwoord
coat; jacket
Vandaag zul je geen jas nodig hebben.Vandaag zul je geen jas nodig hebben.Winkelen · A1
dank u zeggen werkwoord
to thank
Nee, dank u. Ik kijk wat rond.Nee, dank u. Ik kijk wat rond.Winkelen · A1
wat iets kost; beloning zelfstandig naamwoord
price; prize
Ze werden het eens over de prijs.Ze werden het eens over de prijs.Winkelen · A1
kost veel geld bijvoeglijk naamwoord
expensive
Je pak ziet er erg duur uit.Je pak ziet er erg duur uit.Winkelen · A1
bericht; wat je in de winkel koopt zelfstandig naamwoord
message; (pl.) groceries
Ik ga even boodschappen doen.Ik ga even boodschappen doen.Winkelen · A1
iemand die iets koopt zelfstandig naamwoord
customer; client
Tom is een van mijn beste klanten.Tom is een van mijn beste klanten.Winkelen · A1
iets dat gemaakt is om te verkopen zelfstandig naamwoord
product
Dat product is momenteel niet op voorraad.Dat product is momenteel niet op voorraad.Winkelen · A1
wat je aan je voeten draagt zelfstandig naamwoord
shoe
Deze schoenen zijn te klein voor mij.Deze schoenen zijn te klein voor mij.Winkelen · A2
kostuum; doos of zak zelfstandig naamwoord
suit; package, pack
Je pak ziet er erg duur uit.Je pak ziet er erg duur uit.Winkelen · A2
een mens zelfstandig naamwoord
person
De kaartjes kosten tien euro per persoon.De kaartjes kosten tien euro per persoon.Winkelen · A2
tas van papier of plastic; broekzak zelfstandig naamwoord
bag; pocket
Zou ik een papieren zak mogen hebben?Zou ik een papieren zak mogen hebben?Winkelen · A2
zonder te betalen bijvoeglijk naamwoord
free (of charge)
Gratis raad is niet altijd goede raad.Gratis raad is niet altijd goede raad.Winkelen · A2
naar voren; van tevoren bijwoord
forward; ahead; in advance
Wil je dat ik vooruit betaal?Wil je dat ik vooruit betaal?Winkelen · A2
kledingstuk voor vrouwen, uit één stuk zelfstandig naamwoord
dress
Ze was haar jurk aan het strijken.Ze was haar jurk aan het strijken.Winkelen · A2
open maken werkwoord
to open
De winkel opent om negen uur.De winkel opent om negen uur.Winkelen · A2
geld dat je moet betalen zelfstandig naamwoord
cost; costs; living
Er komen echter nog andere kosten bij.Er komen echter nog andere kosten bij.Winkelen · A2
iets om spullen in te dragen zelfstandig naamwoord
bag
Ze stopte de sleutel in haar tas.Ze stopte de sleutel in haar tas.Winkelen · A2
papier met wat je moet betalen; bankrekening zelfstandig naamwoord
bill; account
Ik heb rekeningen die ik moet betalen.Ik heb rekeningen die ik moet betalen.Winkelen · A2
jammer genoeg bijwoord
unfortunately
Dat hebben we helaas niet op voorraad.Dat hebben we helaas niet op voorraad.Winkelen · A2
een honderdste van een euro zelfstandig naamwoord
cent
Een brood kost twee euro en vijftig cent.Een brood kost twee euro en vijftig cent.Winkelen · A2
vijfhonderd gram; Engels geld zelfstandig naamwoord
pound (500 g); pound sterling
Ik wil graag een pond kaas.Ik wil graag een pond kaas.Winkelen · A2
kledingstuk voor je benen zelfstandig naamwoord
trousers; pants
Deze broek is te lang.Deze broek is te lang.Winkelen · A2
niet duur bijvoeglijk naamwoord
cheap
We hebben in een goedkoop hotel overnacht.We hebben in een goedkoop hotel overnacht.Winkelen · A2
plek met kramen waar je koopt zelfstandig naamwoord
market
Het was druk op de markt.Het was druk op de markt.Winkelen · A1
het geld van Amerika zelfstandig naamwoord
dollar
Ik heb het voor tien dollar verkocht.Ik heb het voor tien dollar verkocht.Winkelen · A1
een klokje om je pols zelfstandig naamwoord
watch
Ik ben op zoek naar mijn horloge.Ik ben op zoek naar mijn horloge.Winkelen · A1
kleur tussen zwart en wit bijvoeglijk naamwoord
grey
Is jouw nieuwe jas zwart of grijs?Is jouw nieuwe jas zwart of grijs?Winkelen · A1
band om je broek zelfstandig naamwoord
belt; strap; leash
Welke kleur riem draag je gewoonlijk?Welke kleur riem draag je gewoonlijk?Winkelen · A1
grote winkel voor eten zelfstandig naamwoord
supermarket
Ik moet vandaag langs de supermarkt gaan.Ik moet vandaag langs de supermarkt gaan.Winkelen · A1
doekje voor je neus zelfstandig naamwoord
handkerchief
Ik ben mijn zakdoeken aan het strijken.Ik ben mijn zakdoeken aan het strijken.Winkelen · A2
brengen wat besteld is werkwoord
to deliver; to supply
Het pakket wordt morgen geleverd.Het pakket wordt morgen geleverd.Winkelen · A2
iets wat je op je hoofd draagt zelfstandig naamwoord
hat
Haar hoed zag er heel grappig uit.Haar hoed zag er heel grappig uit.Winkelen · A2
mensen of dingen achter elkaar zelfstandig naamwoord
row; line; queue
Tom wachtte in de rij met Maria.Tom wachtte in de rij met Maria.Winkelen · A2
goed houden voor later werkwoord
to keep; to store
Bewaar het bonnetje voor als je iets wilt ruilen.Bewaar het bonnetje voor als je iets wilt ruilen.Winkelen · A2
een duur geel metaal zelfstandig naamwoord
gold
Het is niet al goud dat blinkt.Het is niet al goud dat blinkt.Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.