Naar inhoud

VoorbereidenWoordenschat

Woordenschat

Examenwoorden

Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.

288 woorden
NederlandInburgering B1 · route 2021Dagelijkse routine + officiële bronnen · voorbeeldvragen

Kies een dagelijkse situatie

Woorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.

Thema:

Familie en sociaal leven

288 woorden

Niveau

Familie en sociaal leven · A1

van mij voornaamwoord

my

Mijn moeder woont in Rotterdam.Mijn moeder woont in Rotterdam.

Familie en sociaal leven · A1

een volwassen mens die geen vrouw is zelfstandig naamwoord

man; husband

De man van mijn zus werkt in een ziekenhuis.De man van mijn zus werkt in een ziekenhuis.

Familie en sociaal leven · A1

van hen voornaamwoord

their; them

Ze komen met hun kinderen.Ze komen met hun kinderen.

Familie en sociaal leven · A1

een volwassen vrouwelijk mens zelfstandig naamwoord

woman; wife

Mijn vrouw werkt in een school.Mijn vrouw werkt in een school.

Familie en sociaal leven · A1

een jong mens zelfstandig naamwoord

child

Het kind speelt in de tuin.Het kind speelt in de tuin.

Familie en sociaal leven · A1

je vrouwelijke ouder zelfstandig naamwoord

mother

Mijn moeder kookt heel lekker.Mijn moeder kookt heel lekker.

Familie en sociaal leven · A1

je mannelijke ouder zelfstandig naamwoord

father

De auto van mijn vader is nieuw.De auto van mijn vader is nieuw.

Familie en sociaal leven · A1

met elkaar bijwoord

together

Ik heb samen met mijn ouders gegeten.Ik heb samen met mijn ouders gegeten.

Familie en sociaal leven · A1

met iemand spreken werkwoord

to talk

Misschien moeten we toch maar even praten.Misschien moeten we toch maar even praten.

Familie en sociaal leven · A1

iemand die je graag mag zelfstandig naamwoord

friend; boyfriend

Hij is een oude vriend van mij.Hij is een oude vriend van mij.

Familie en sociaal leven · A1

de een de ander voornaamwoord

each other

Laten we in contact met elkaar blijven.Laten we in contact met elkaar blijven.

Familie en sociaal leven · A1

weten wie of wat iemand is werkwoord

to know (be familiar with)

Hoe heb je je vrouw leren kennen?Hoe heb je je vrouw leren kennen?

Familie en sociaal leven · A1

een jong kind dat geen jongen is zelfstandig naamwoord

girl

Is het een jongen of een meisje?Is het een jongen of een meisje?

Familie en sociaal leven · A1

niet oud bijvoeglijk naamwoord

young

Mijn broer is twee jaar jonger dan ik.Mijn broer is twee jaar jonger dan ik.

Familie en sociaal leven · A1

iets of iemand ergens heen doen gaan werkwoord

to bring; to take

Ik breng mijn dochter elke ochtend naar school.Ik breng mijn dochter elke ochtend naar school.

Familie en sociaal leven · A1

je ouders, broers, ooms enz. zelfstandig naamwoord

family; relatives

Ik weet dat je je familie mist.Ik weet dat je je familie mist.

Familie en sociaal leven · A1

bestaan; niet dood zijn werkwoord

to live

Mijn grootvader leeft nog.Mijn grootvader leeft nog.

Familie en sociaal leven · A1

geluid maken als iets grappig is werkwoord

to laugh

Ik heb je nog nooit zien lachen.Ik heb je nog nooit zien lachen.

Familie en sociaal leven · A1

eruitzien als werkwoord

to seem; to look like

Je lijkt op je vader.Je lijkt op je vader.

Familie en sociaal leven · A1

man en vrouw worden werkwoord

to marry; to get married

Wij zijn vorig jaar getrouwd.Wij zijn vorig jaar getrouwd.

Familie en sociaal leven · A1

beleefd woord voor een vrouw zelfstandig naamwoord

madam; Mrs

Kan ik u helpen, mevrouw?Kan ik u helpen, mevrouw?

Familie en sociaal leven · A1

vader of moeder zelfstandig naamwoord

parent

Ik heb samen met mijn ouders gegeten.Ik heb samen met mijn ouders gegeten.

Familie en sociaal leven · A1

aardig; vriendelijk bijvoeglijk naamwoord

sweet; kind; dear

Ze is inderdaad een lief meisje.Ze is inderdaad een lief meisje.

Familie en sociaal leven · A1

een mannelijk kind zelfstandig naamwoord

son

Tom is de vriend van mijn zoon.Tom is de vriend van mijn zoon.

Familie en sociaal leven · A1

tranen hebben, wenen werkwoord

to cry; to weep

Tom is nog steeds aan het huilen.Tom is nog steeds aan het huilen.

Familie en sociaal leven · A1

zoon van je ouders zelfstandig naamwoord

brother

Ik dacht dat hij mijn broer was.Ik dacht dat hij mijn broer was.

Familie en sociaal leven · A1

dochter van je ouders zelfstandig naamwoord

sister

Ik heb mijn zus een pop gegeven.Ik heb mijn zus een pop gegeven.

Familie en sociaal leven · A1

kind dat een meisje is zelfstandig naamwoord

daughter

Tom zei dat hij een dochter had.Tom zei dat hij een dochter had.

Familie en sociaal leven · A1

als naam hebben werkwoord

to be called; to be named

Hoe heet je? Ik heet Anna.Hoe heet je? Ik heet Anna.

Familie en sociaal leven · A1

kwaad bijvoeglijk naamwoord

angry; cross

Je ziet eruit alsof je boos bent.Je ziet eruit alsof je boos bent.

Familie en sociaal leven · A1

vriendelijk bijvoeglijk naamwoord

nice; kind; pleasant

Jullie waren allemaal zo aardig tegen me.Jullie waren allemaal zo aardig tegen me.

Familie en sociaal leven · A1

vrouw die een vriend is zelfstandig naamwoord

(female) friend; girlfriend

Ik wacht op een vriendin van me.Ik wacht op een vriendin van me.

Familie en sociaal leven · A1

huisdier dat blaft zelfstandig naamwoord

dog

Ik wou dat ik een hond had.Ik wou dat ik een hond had.

Familie en sociaal leven · A1

heel hard roepen werkwoord

to shout; to scream

Je hoeft niet tegen me te schreeuwen.Je hoeft niet tegen me te schreeuwen.

Familie en sociaal leven · A1

viering met vrienden zelfstandig naamwoord

party; celebration

Hij nodigde mij uit voor het feest.Hij nodigde mij uit voor het feest.

Familie en sociaal leven · A1

iemand zien en leren kennen werkwoord

to meet

Ik heb hem maar één keer ontmoet.Ik heb hem maar één keer ontmoet.

Familie en sociaal leven · A1

stuk karton; plattegrond zelfstandig naamwoord

card; map; ticket

Ik stuur je een kaart voor je verjaardag.Ik stuur je een kaart voor je verjaardag.

Familie en sociaal leven · A1

iets wat je aan iemand geeft zelfstandig naamwoord

present; gift

Ik heb een cadeau voor je gekocht.Ik heb een cadeau voor je gekocht.

Familie en sociaal leven · A1

niet blij bijvoeglijk naamwoord

sad

Af en toe voel ik me verdrietig.Af en toe voel ik me verdrietig.

Familie en sociaal leven · A1

moeder van je vader of moeder zelfstandig naamwoord

grandma

Mijn oma vindt het leuk om te naaien.Mijn oma vindt het leuk om te naaien.

Familie en sociaal leven · A1

band tussen mensen zelfstandig naamwoord

relationship; relation

Tom had een moeizame relatie met zijn vader.Tom had een moeizame relatie met zijn vader.

Familie en sociaal leven · A1

een zoen zelfstandig naamwoord

kiss

Mag ik je een kus geven?Mag ik je een kus geven?

Familie en sociaal leven · A1

je bent blij dat iemand komt bijvoeglijk naamwoord

welcome

Jullie zijn altijd welkom bij mij.Jullie zijn altijd welkom bij mij.

Familie en sociaal leven · A1

het weggaan en gedag zeggen zelfstandig naamwoord

farewell; goodbye

Het is nooit gemakkelijk om afscheid te nemen.Het is nooit gemakkelijk om afscheid te nemen.

Familie en sociaal leven · A1

dank je zeggen werkwoord

to thank

Tom heeft mij bedankt voor het geschenk.Tom heeft mij bedankt voor het geschenk.

Familie en sociaal leven · A2

iets gaan pakken en meenemen werkwoord

to fetch; to pick up; to pass

Ik haal de kinderen om drie uur van school.Ik haal de kinderen om drie uur van school.

Familie en sociaal leven · A2

helpen en letten op werkwoord

to take care of; to make sure

Ik zorg voor mijn oude moeder.Ik zorg voor mijn oude moeder.

Familie en sociaal leven · A2

een naam geven; zeggen werkwoord

to call; to name; to mention

Ik noem mijn moeder nog steeds mama.Ik noem mijn moeder nog steeds mama.

Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.