Tijd, data en getallen · A1
rond; op dat tijdstip voorzetsel
at; around; in order to
De les begint om negen uur.De les begint om negen uur.VoorbereidenWoordenschat
Woordenschat
Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.
190 woordenWoorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.
Thema:
190 woorden
Tijd, data en getallen · A1
rond; op dat tijdstip voorzetsel
at; around; in order to
De les begint om negen uur.De les begint om negen uur.Tijd, data en getallen · A1
het getal 1 telwoord
one
Ik heb één broer en twee zussen.Ik heb één broer en twee zussen.Tijd, data en getallen · A1
op dit moment bijwoord
now
Ik kan nu niet naar huis gaan.Ik kan nu niet naar huis gaan.Tijd, data en getallen · A1
twaalf maanden zelfstandig naamwoord
year
Mijn dochter is tien jaar oud.Mijn dochter is tien jaar oud.Tijd, data en getallen · A1
24 uur zelfstandig naamwoord
day
Ik ga iedere dag naar het werk.Ik ga iedere dag naar het werk.Tijd, data en getallen · A1
het getal 2 telwoord
two
Ik heb twee kinderen.Ik heb twee kinderen.Tijd, data en getallen · A1
niet verder dan voorzetsel
until; to
De winkel is open tot zes uur.De winkel is open tot zes uur.Tijd, data en getallen · A1
niet op tijd; na de normale tijd bijvoeglijk naamwoord
late
Sorry, ik ben te laat.Sorry, ik ben te laat.Tijd, data en getallen · A1
later dan voorzetsel
after
Na het eten drinken we koffie.Na het eten drinken we koffie.Tijd, data en getallen · A1
het getal 3 telwoord
three
Ik heb drie broers en een zus.Ik heb drie broers en een zus.Tijd, data en getallen · A1
hoe vaak iets gebeurt zelfstandig naamwoord
time (occurrence)
Ik heb hem maar één keer ontmoet.Ik heb hem maar één keer ontmoet.Tijd, data en getallen · A1
zestig minuten zelfstandig naamwoord
hour; o'clock
De film duurt twee uur.De film duurt twee uur.Tijd, data en getallen · A1
zeven dagen zelfstandig naamwoord
week
We gaan eens per week uit eten.We gaan eens per week uit eten.Tijd, data en getallen · A1
vóór de normale tijd bijvoeglijk naamwoord
early
Ik sta elke dag vroeg op.Ik sta elke dag vroeg op.Tijd, data en getallen · A1
niet eerder dan; net bijwoord
only; just; not until
De winkel gaat pas om tien uur open.De winkel gaat pas om tien uur open.Tijd, data en getallen · A1
voor elke voorzetsel
per; by
Ik kijk twee keer per week televisie.Ik kijk twee keer per week televisie.Tijd, data en getallen · A1
later; na dat bijwoord
afterwards; then
Eerst werk ik, daarna ga ik boodschappen doen.Eerst werk ik, daarna ga ik boodschappen doen.Tijd, data en getallen · A1
het getal 4 telwoord
four
Volgens mijn uurwerk is het vier uur.Volgens mijn uurwerk is het vier uur.Tijd, data en getallen · A1
de dag na vandaag bijwoord
tomorrow
Morgen ben ik niet op het werk.Morgen ben ik niet op het werk.Tijd, data en getallen · A1
het getal 5 telwoord
five
Vijf plus drie is gelijk aan acht.Vijf plus drie is gelijk aan acht.Tijd, data en getallen · A1
het einde van de dag zelfstandig naamwoord
evening
Hij kwam laat in de avond thuis.Hij kwam laat in de avond thuis.Tijd, data en getallen · A1
het getal 10 telwoord
ten
Ik zal hier tot tien uur zijn.Ik zal hier tot tien uur zijn.Tijd, data en getallen · A1
in het verleden bijwoord
ago
Ik ben drie jaar geleden naar Nederland gekomen.Ik ben drie jaar geleden naar Nederland gekomen.Tijd, data en getallen · A1
ongeveer dertig dagen zelfstandig naamwoord
month
Ik zal hier volgende maand niet zijn.Ik zal hier volgende maand niet zijn.Tijd, data en getallen · A1
in de tijd van voorzetsel
during
Tijdens het eten las ik een boek.Tijdens het eten las ik een boek.Tijd, data en getallen · A1
op deze dag bijwoord
today
Het kan zijn dat hij vandaag komt.Het kan zijn dat hij vandaag komt.Tijd, data en getallen · A1
vanaf een moment tot nu voorzetsel
since
Tom is hier sinds maandag niet geweest.Tom is hier sinds maandag niet geweest.Tijd, data en getallen · A1
over een tijdje bijwoord
later; soon; in a moment
Ik denk dat het straks gaat regenen.Ik denk dat het straks gaat regenen.Tijd, data en getallen · A1
bijna, rond bijwoord
about; approximately
Hij is ongeveer even oud als ik.Hij is ongeveer even oud als ik.Tijd, data en getallen · A1
een tijd lang bezig zijn werkwoord
to last; to take (time)
De reis zal ongeveer vijf uur duren.De reis zal ongeveer vijf uur duren.Tijd, data en getallen · A1
het getal 6 telwoord
six
Ik sta altijd op om zes uur.Ik sta altijd op om zes uur.Tijd, data en getallen · A1
zestig seconden zelfstandig naamwoord
minute
Ik kan 50 woorden per minuut typen.Ik kan 50 woorden per minuut typen.Tijd, data en getallen · A1
het begin van de dag zelfstandig naamwoord
morning
Ik heb koffie nodig in de ochtend.Ik heb koffie nodig in de ochtend.Tijd, data en getallen · A1
op welk moment bijwoord
when
Wanneer kan ik de auto komen halen?Wanneer kan ik de auto komen halen?Tijd, data en getallen · A1
het warme seizoen zelfstandig naamwoord
summer
Ik ga elke zomer naar het buitenland.Ik ga elke zomer naar het buitenland.Tijd, data en getallen · A1
het getal 7 telwoord
seven
Wij zijn zeven dagen per week geopend.Wij zijn zeven dagen per week geopend.Tijd, data en getallen · A1
zaterdag en zondag zelfstandig naamwoord
weekend
Wat zijn je plannen voor het weekend?Wat zijn je plannen voor het weekend?Tijd, data en getallen · A2
uren, minuten; periode zelfstandig naamwoord
time
Het is tijd om op te staan.Het is tijd om op te staan.Tijd, data en getallen · A2
op dat moment in het verleden bijwoord
then; at that time
Ik woonde toen nog in China.Ik woonde toen nog in China.Tijd, data en getallen · A2
de tijd dat het donker is zelfstandig naamwoord
night
Ik heb vannacht slecht geslapen.Ik heb vannacht slecht geslapen.Tijd, data en getallen · A2
ongeveer; om ... heen voorzetsel
around; about
Ik ben rond zes uur wakker geworden.Ik ben rond zes uur wakker geworden.Tijd, data en getallen · A2
een kort stukje tijd zelfstandig naamwoord
moment
Heb je het druk op het moment?Heb je het druk op het moment?Tijd, data en getallen · A2
hoeveel er zijn zelfstandig naamwoord
number; amount
De stad heeft een groot aantal inwoners.De stad heeft een groot aantal inwoners.Tijd, data en getallen · A2
honderd jaar zelfstandig naamwoord
century; (pl.) ages
Hij is geboren in de 19e eeuw.Hij is geboren in de 19e eeuw.Tijd, data en getallen · A2
een honderdste deel zelfstandig naamwoord
percent
Ik ben het honderd procent met je eens.Ik ben het honderd procent met je eens.Tijd, data en getallen · A2
bijna altijd bijwoord
usually; mostly
Ik sta meestal om acht uur op.Ik sta meestal om acht uur op.Tijd, data en getallen · A2
snel, binnenkort bijwoord
soon; quickly
Hopelijk kan ik gauw naar Australië gaan.Hopelijk kan ik gauw naar Australië gaan.Tijd, data en getallen · A2
eerder dan voegwoord
before
Laten we gaan voordat het donker wordt.Laten we gaan voordat het donker wordt.Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.