Naar inhoud

VoorbereidenWoordenschat

Woordenschat

Examenwoorden

Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.

190 woorden
NederlandInburgering B1 · route 2021Dagelijkse routine + officiële bronnen · voorbeeldvragen

Kies een dagelijkse situatie

Woorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.

Thema:

Tijd, data en getallen

190 woorden

Niveau

Tijd, data en getallen · A1

rond; op dat tijdstip voorzetsel

at; around; in order to

De les begint om negen uur.De les begint om negen uur.

Tijd, data en getallen · A1

het getal 1 telwoord

one

Ik heb één broer en twee zussen.Ik heb één broer en twee zussen.

Tijd, data en getallen · A1

op dit moment bijwoord

now

Ik kan nu niet naar huis gaan.Ik kan nu niet naar huis gaan.

Tijd, data en getallen · A1

twaalf maanden zelfstandig naamwoord

year

Mijn dochter is tien jaar oud.Mijn dochter is tien jaar oud.

Tijd, data en getallen · A1

24 uur zelfstandig naamwoord

day

Ik ga iedere dag naar het werk.Ik ga iedere dag naar het werk.

Tijd, data en getallen · A1

het getal 2 telwoord

two

Ik heb twee kinderen.Ik heb twee kinderen.

Tijd, data en getallen · A1

niet verder dan voorzetsel

until; to

De winkel is open tot zes uur.De winkel is open tot zes uur.

Tijd, data en getallen · A1

niet op tijd; na de normale tijd bijvoeglijk naamwoord

late

Sorry, ik ben te laat.Sorry, ik ben te laat.

Tijd, data en getallen · A1

later dan voorzetsel

after

Na het eten drinken we koffie.Na het eten drinken we koffie.

Tijd, data en getallen · A1

het getal 3 telwoord

three

Ik heb drie broers en een zus.Ik heb drie broers en een zus.

Tijd, data en getallen · A1

hoe vaak iets gebeurt zelfstandig naamwoord

time (occurrence)

Ik heb hem maar één keer ontmoet.Ik heb hem maar één keer ontmoet.

Tijd, data en getallen · A1

zestig minuten zelfstandig naamwoord

hour; o'clock

De film duurt twee uur.De film duurt twee uur.

Tijd, data en getallen · A1

zeven dagen zelfstandig naamwoord

week

We gaan eens per week uit eten.We gaan eens per week uit eten.

Tijd, data en getallen · A1

vóór de normale tijd bijvoeglijk naamwoord

early

Ik sta elke dag vroeg op.Ik sta elke dag vroeg op.

Tijd, data en getallen · A1

niet eerder dan; net bijwoord

only; just; not until

De winkel gaat pas om tien uur open.De winkel gaat pas om tien uur open.

Tijd, data en getallen · A1

voor elke voorzetsel

per; by

Ik kijk twee keer per week televisie.Ik kijk twee keer per week televisie.

Tijd, data en getallen · A1

later; na dat bijwoord

afterwards; then

Eerst werk ik, daarna ga ik boodschappen doen.Eerst werk ik, daarna ga ik boodschappen doen.

Tijd, data en getallen · A1

het getal 4 telwoord

four

Volgens mijn uurwerk is het vier uur.Volgens mijn uurwerk is het vier uur.

Tijd, data en getallen · A1

de dag na vandaag bijwoord

tomorrow

Morgen ben ik niet op het werk.Morgen ben ik niet op het werk.

Tijd, data en getallen · A1

het getal 5 telwoord

five

Vijf plus drie is gelijk aan acht.Vijf plus drie is gelijk aan acht.

Tijd, data en getallen · A1

het einde van de dag zelfstandig naamwoord

evening

Hij kwam laat in de avond thuis.Hij kwam laat in de avond thuis.

Tijd, data en getallen · A1

het getal 10 telwoord

ten

Ik zal hier tot tien uur zijn.Ik zal hier tot tien uur zijn.

Tijd, data en getallen · A1

in het verleden bijwoord

ago

Ik ben drie jaar geleden naar Nederland gekomen.Ik ben drie jaar geleden naar Nederland gekomen.

Tijd, data en getallen · A1

ongeveer dertig dagen zelfstandig naamwoord

month

Ik zal hier volgende maand niet zijn.Ik zal hier volgende maand niet zijn.

Tijd, data en getallen · A1

in de tijd van voorzetsel

during

Tijdens het eten las ik een boek.Tijdens het eten las ik een boek.

Tijd, data en getallen · A1

op deze dag bijwoord

today

Het kan zijn dat hij vandaag komt.Het kan zijn dat hij vandaag komt.

Tijd, data en getallen · A1

vanaf een moment tot nu voorzetsel

since

Tom is hier sinds maandag niet geweest.Tom is hier sinds maandag niet geweest.

Tijd, data en getallen · A1

over een tijdje bijwoord

later; soon; in a moment

Ik denk dat het straks gaat regenen.Ik denk dat het straks gaat regenen.

Tijd, data en getallen · A1

bijna, rond bijwoord

about; approximately

Hij is ongeveer even oud als ik.Hij is ongeveer even oud als ik.

Tijd, data en getallen · A1

een tijd lang bezig zijn werkwoord

to last; to take (time)

De reis zal ongeveer vijf uur duren.De reis zal ongeveer vijf uur duren.

Tijd, data en getallen · A1

het getal 6 telwoord

six

Ik sta altijd op om zes uur.Ik sta altijd op om zes uur.

Tijd, data en getallen · A1

zestig seconden zelfstandig naamwoord

minute

Ik kan 50 woorden per minuut typen.Ik kan 50 woorden per minuut typen.

Tijd, data en getallen · A1

het begin van de dag zelfstandig naamwoord

morning

Ik heb koffie nodig in de ochtend.Ik heb koffie nodig in de ochtend.

Tijd, data en getallen · A1

op welk moment bijwoord

when

Wanneer kan ik de auto komen halen?Wanneer kan ik de auto komen halen?

Tijd, data en getallen · A1

het warme seizoen zelfstandig naamwoord

summer

Ik ga elke zomer naar het buitenland.Ik ga elke zomer naar het buitenland.

Tijd, data en getallen · A1

het getal 7 telwoord

seven

Wij zijn zeven dagen per week geopend.Wij zijn zeven dagen per week geopend.

Tijd, data en getallen · A1

zaterdag en zondag zelfstandig naamwoord

weekend

Wat zijn je plannen voor het weekend?Wat zijn je plannen voor het weekend?

Tijd, data en getallen · A2

uren, minuten; periode zelfstandig naamwoord

time

Het is tijd om op te staan.Het is tijd om op te staan.

Tijd, data en getallen · A2

op dat moment in het verleden bijwoord

then; at that time

Ik woonde toen nog in China.Ik woonde toen nog in China.

Tijd, data en getallen · A2

de tijd dat het donker is zelfstandig naamwoord

night

Ik heb vannacht slecht geslapen.Ik heb vannacht slecht geslapen.

Tijd, data en getallen · A2

ongeveer; om ... heen voorzetsel

around; about

Ik ben rond zes uur wakker geworden.Ik ben rond zes uur wakker geworden.

Tijd, data en getallen · A2

een kort stukje tijd zelfstandig naamwoord

moment

Heb je het druk op het moment?Heb je het druk op het moment?

Tijd, data en getallen · A2

hoeveel er zijn zelfstandig naamwoord

number; amount

De stad heeft een groot aantal inwoners.De stad heeft een groot aantal inwoners.

Tijd, data en getallen · A2

honderd jaar zelfstandig naamwoord

century; (pl.) ages

Hij is geboren in de 19e eeuw.Hij is geboren in de 19e eeuw.

Tijd, data en getallen · A2

een honderdste deel zelfstandig naamwoord

percent

Ik ben het honderd procent met je eens.Ik ben het honderd procent met je eens.

Tijd, data en getallen · A2

bijna altijd bijwoord

usually; mostly

Ik sta meestal om acht uur op.Ik sta meestal om acht uur op.

Tijd, data en getallen · A2

snel, binnenkort bijwoord

soon; quickly

Hopelijk kan ik gauw naar Australië gaan.Hopelijk kan ik gauw naar Australië gaan.

Tijd, data en getallen · A2

eerder dan voegwoord

before

Laten we gaan voordat het donker wordt.Laten we gaan voordat het donker wordt.

Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.