Startroute A1
8. Mijn dag
Vertellen wat je op een gewone dag doet.
Handige zinnen
Luister en zeg elke zin hardop.
- Ik sta om zeven uur op.I get up at seven.
- ’s Ochtends drink ik thee.In the morning I drink tea.
- Daarna ga ik naar de les.After that I go to class.
- ’s Avonds kijk ik tv.In the evening I watch TV.
12 woorden
Tik op een woord voor de woordkaart met meer voorbeelden.
- de menseen man, vrouw of kind
- het levende tijd dat je bestaat
- de stadeen grote plaats met veel huizen
- het paartwee bij elkaar; een klein aantal
- het haarwat op je hoofd groeit
- het dingeen voorwerp of zaak
- het probleemiets wat moeilijk is
- de vraagiets wat je wilt weten
- het ideeeen gedachte; een plan
- de stemgeluid van je keel; keuze bij verkiezing
- het planwat je van plan bent te doen
- de hulpsteun
Snelle quiz
Je beste score blijft in deze browser.
1de stem
2de hulp
3het probleem
4de vraag
5het plan
6de stad
1. de stem = geluid van je keel
2. de hulp = steun
3. het probleem = iets wat moeilijk is
4. de vraag = iets wat je wilt weten
5. het plan = wat je van plan bent te doen
6. de stad = een grote plaats met veel huizen