Startroute A1
7. Onderweg
De weg vragen en reizen met bus, trein en fiets.
Handige zinnen
Luister en zeg elke zin hardop.
- Waar is het station?Where is the station?
- Een retourtje Amsterdam, alstublieft.A return ticket to Amsterdam, please.
- De bus komt om tien over acht.The bus comes at ten past eight.
- Ik ga met de fiets naar mijn werk.I cycle to work.
12 woorden
Tik op een woord voor de woordkaart met meer voorbeelden.
Snelle quiz
Je beste score blijft in deze browser.
1rijden
2snel
3rood
4nemen
5de weg
6wachten
1. rijden = met een auto of fiets gaan
2. snel = met hoge snelheid
3. rood = met de kleur van bloed
4. nemen = pakken
5. de weg = straat buiten de stad
6. wachten = blijven tot iets gebeurt