Startroute A1
10. School en leren
Over je lessen praten en in de les om hulp vragen.
Handige zinnen
Luister en zeg elke zin hardop.
- Ik leer Nederlands.I’m learning Dutch.
- Kunt u dat herhalen?Could you repeat that?
- Wat betekent dit woord?What does this word mean?
- Mijn kinderen gaan naar school.My children go to school.
12 woorden
Tik op een woord voor de woordkaart met meer voorbeelden.
- de schoolgebouw waar kinderen leren
- het boekpagina's met tekst om te lezen
- volgenachter iemand aan gaan; meedoen aan
- lerenkennis krijgen
- schrijvenwoorden op papier zetten
- lezentekst bekijken en begrijpen
- moeilijkniet makkelijk
- het antwoordwat je zegt op een vraag
- de taalwat mensen spreken, bijvoorbeeld Nederlands
- de lesuur op school waarin je leert
- de leerlingkind dat op school zit
- het hoofdstukdeel van een boek
Snelle quiz
Je beste score blijft in deze browser.
1het boek
2de taal
3de les
4lezen
5leren
6het antwoord
1. het boek = pagina's met tekst om te lezen
2. de taal = wat mensen spreken, bijvoorbeeld Nederlands
3. de les = uur op school waarin je leert
4. lezen = tekst bekijken en begrijpen
5. leren = kennis krijgen
6. het antwoord = wat je zegt op een vraag