Startroute A1
11. Werk
Zeggen welk werk je doet of zoekt.
Handige zinnen
Luister en zeg elke zin hardop.
- Wat voor werk doe je?What kind of work do you do?
- Ik werk in een winkel.I work in a shop.
- Ik zoek werk.I’m looking for work.
- Ik werk vier dagen per week.I work four days a week.
12 woorden
Tik op een woord voor de woordkaart met meer voorbeelden.
- werkeneen baan hebben; functioneren
- het werkwat je doet voor geld
- zoekenproberen te vinden
- de baasde chef op je werk
- drukveel te doen; veel mensen
- armmet weinig geld
- het kantoorplek waar je aan een bureau werkt
- de collegaiemand met wie je samenwerkt
- de computerelektronisch apparaat om mee te werken
- de organisatiegroep mensen met een doel
- het projectplan of werk met een doel
- de fabriekgebouw waar dingen gemaakt worden
Snelle quiz
Je beste score blijft in deze browser.
1de organisatie
2arm
3de fabriek
4de baas
5de collega
6de computer
1. de organisatie = groep mensen met een doel
2. arm = met weinig geld
3. de fabriek = gebouw waar dingen gemaakt worden
4. de baas = de chef op je werk
5. de collega = iemand met wie je samenwerkt
6. de computer = elektronisch apparaat om mee te werken