Naar inhoud

Startroute A1

2. Getallen, dagen en tijd

De tijd en de dag zeggen en getallen begrijpen.

Handige zinnen

Luister en zeg elke zin hardop.

  • Hoe laat is het?What time is it?
  • Het is half drie.It’s half past two.
  • Vandaag is het maandag.Today is Monday.
  • Ik werk van negen tot vijf.I work from nine to five.

12 woorden

Tik op een woord voor de woordkaart met meer voorbeelden.

Snelle quiz

Je beste score blijft in deze browser.

  1. 1een

  2. 2de week

  3. 3het jaar

  4. 4nu

  5. 5het uur

  6. 6de dag

Antwoorden

1. een = het getal 1

2. de week = zeven dagen

3. het jaar = twaalf maanden

4. nu = op dit moment

5. het uur = zestig minuten

6. de dag = 24 uur