Naar inhoud

Startroute A1

3. Familie en vrienden

Vertellen over je familie en de mensen die je kent.

Handige zinnen

Luister en zeg elke zin hardop.

  • Ik ben getrouwd.I’m married.
  • Ik heb twee kinderen.I have two children.
  • Mijn zus woont in Utrecht.My sister lives in Utrecht.
  • Dit is mijn vriend Ahmed.This is my friend Ahmed.

12 woorden

Tik op een woord voor de woordkaart met meer voorbeelden.

Snelle quiz

Je beste score blijft in deze browser.

  1. 1leven

  2. 2lief

  3. 3de zus

  4. 4huilen

  5. 5de dochter

  6. 6trouwen

Antwoorden

1. leven = bestaan

2. lief = aardig

3. de zus = dochter van je ouders

4. huilen = tranen hebben, wenen

5. de dochter = kind dat een meisje is

6. trouwen = man en vrouw worden