Naar inhoud

Luisteren

Luisteren oefenen voor het Staatsexamen NT2 B2 (2026) — gratis

Gratis B2 Luisteren oefenen: 10 voorbeeldvragen met antwoord en uitleg, en 120 vragen in volledige oefensets. Officiële feiten over opbouw, duur, beoordeling en data, met bronnen.

Examenfeiten: opzet, tijd, beoordeling, kosten, data

Luisteren (Staatsexamen NT2 B2 (Programma II)): Computer met koptelefoon

  • Duur: 90 min
  • Beoordeling: Door de computer nagekeken; 1 punt per goed antwoord; geslaagd bij ≥ 500
  • Kosten: €50 per onderdeel, €200 voor alle vier. Geld terug als je minstens 4 weken van tevoren afmeldt. bron
  • Uitslag: Ongeveer 5 weken. Elke examendatum heeft een vaste uitslagdatum in Mijn DUO (vanaf 15.00 uur), ook per e-mail en post.
  • Volgende examendata: 6 januari 2027 · alle data

Officiële feiten, laatst gecontroleerd 26 september 2026 · volledige examengids met alle bronnen

10 voorbeeldvragen met antwoord

Gemaakt met hulp van AI · nog niet gecontroleerd door een docent Dit zijn oefenvragen in de stijl van het examen, geen echte examenvragen.

Tik op een antwoord en zie meteen de uitleg.

Vraag 1Luisteren
Toon de luistertekst

Docent: Goedemorgen allemaal. Vandaag gaat het over hitte in de stad. In de zomer is het in het centrum van een grote stad vaak een paar graden warmer dan op het platteland. Dat komt vooral door steen en asfalt: die nemen overdag warmte op en geven die 's nachts weer af. Veel mensen denken dat airco's de oplossing zijn, maar die blazen hun warme lucht gewoon naar buiten. Wat wél helpt, is groen: bomen die schaduw geven, daken met planten en minder bestrating in tuinen. Daarom zeg ik: wie de stad koel wil houden, moet niet in techniek investeren, maar in natuur.

Wat is de belangrijkste boodschap van de docent?

Vraag 2Luisteren

U hoort een deel van een college over gedrag en gezondheid.

Toon de luistertekst

Docent: In het vorige college hebben we gezien dat mensen vaak niet kiezen wat ze zelf zeggen dat ze willen. Bijna iedereen wil gezonder eten, maar in de bedrijfskantine pakken we toch het broodje kroket. Hoe komt dat? Niet omdat we niets weten over gezonde voeding. Het punt is dat we de meeste keuzes in een paar seconden maken, zonder erover na te denken. Daar maakt een aanpak gebruik van die nudging heet, in het Nederlands: een duwtje geven. Een kantine die fruit bij de kassa legt en de snacks achter in de vitrine, verkoopt aantoonbaar meer fruit. Niemand wordt iets verboden; je kunt de kroket nog steeds kopen, je moet er alleen iets meer moeite voor doen. Critici noemen dat manipulatie. Ik begrijp dat bezwaar, maar ik zou het willen omdraaien: elke kantine is al op een bepaalde manier ingericht, en die inrichting beïnvloedt ons hoe dan ook. De vraag is dus niet óf we mensen beïnvloeden, maar in welke richting. Wel vind ik dat organisaties er open over moeten zijn. Een bordje met 'wij leggen fruit vooraan omdat we gezond eten willen stimuleren' neemt de meeste kritiek al weg.

Waarom kiezen mensen in de kantine volgens de docent vaak voor ongezond eten?

Vraag 3Luisteren

U hoort een deel van een college over concentratie.

Toon de luistertekst

Docent: Wie van jullie heeft tijdens dit college al zijn telefoon gecheckt? Wees eerlijk. De meeste mensen denken dat ze prima twee dingen tegelijk kunnen doen. Maar ons brein kan zich eigenlijk maar op één taak tegelijk echt concentreren. Wat wij multitasken noemen, is in werkelijkheid heel snel wisselen tussen taken. En elke wissel kost tijd: je moet steeds opnieuw opstarten en onthouden waar je was gebleven. In experimenten doen mensen die steeds worden onderbroken, er soms veel langer over om een taak af te maken. Opvallend is dat juist mensen die denken dat ze goed kunnen multitasken, in die experimenten vaak slechter scoren. Dat betekent niet dat je nooit twee dingen tegelijk kunt doen. Wandelen en bellen gaat prima, omdat wandelen vanzelf gaat. Het probleem ontstaat bij twee taken die allebei aandacht vragen, zoals een mail schrijven terwijl je een vergadering volgt.

Wat is de belangrijkste boodschap van de docent?

Vraag 4Luisteren

U hoort een deel van een college over slaap en leren.

Toon de luistertekst

Docent: Veel studenten denken dat ze in de week voor een tentamen het meest leren door 's nachts door te werken. Ik begrijp dat wel: je hebt het gevoel dat elk extra uur studeren telt. Maar onderzoek laat iets anders zien. Tijdens de slaap, en vooral in de diepe slaap aan het begin van de nacht, wordt wat je overdag hebt geleerd als het ware opgeslagen. Je brein speelt de nieuwe informatie opnieuw af en verbindt die met wat je al wist. Wie een nacht overslaat, slaat dus ook die opslag over. In een bekend experiment leerden twee groepen een lijst woorden. De ene groep sliep daarna, de andere bleef wakker. De volgende dag wisten de slapers duidelijk meer woorden nog. Betekent dit dat je minder moet studeren? Nee. Slaap vervangt het leren niet; slaap zorgt ervoor dat wat je geleerd hebt, beter blijft hangen. Mijn advies is daarom eenvoudig: verdeel de stof over meerdere dagen, en bescherm je nachtrust juist in de laatste week. Een kort dutje overdag kan trouwens ook helpen, maar dan niet langer dan een halfuur.

Wat gebeurt er volgens de docent tijdens de slaap?

Vraag 5Luisteren

U hoort een deel van een college over de woningmarkt.

Toon de luistertekst

Docent: Als je de krant openslaat, lees je bijna elke week dat huizen weer duurder zijn geworden. De meest gehoorde verklaring is dat er te weinig wordt gebouwd. Dat klopt, maar het is maar een deel van het verhaal. Het aantal huishoudens groeit namelijk sneller dan de bevolking. Dat komt doordat mensen vaker alleen wonen: jongeren gaan eerder op zichzelf wonen, ouderen blijven langer zelfstandig, en na een scheiding heb je opeens twee woningen nodig in plaats van één. Daarnaast speelt de rente een grote rol. Toen de rente jarenlang heel laag was, konden kopers veel meer lenen. En wat gebeurt er als iedereen meer kan lenen, terwijl het aanbod gelijk blijft? Dan gaan de prijzen omhoog. Het extra leengeld kwam dus niet terecht in de portemonnee van de koper, maar in de prijs van het huis. Daarom ben ik sceptisch over maatregelen die kopers alleen maar meer geld geven, zoals subsidies voor starters. Op korte termijn helpt dat een paar mensen, maar als het aanbod niet groeit, stijgen de prijzen gewoon mee.

Waarom groeit het aantal huishoudens volgens de docent sneller dan de bevolking?

Vraag 6Luisteren

U hoort een deel van een college over politiek.

Toon de luistertekst

Docent: Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen ging ongeveer de helft van de kiezers niet stemmen. Bij Tweede Kamerverkiezingen ligt de opkomst veel hoger. Hoe komt dat? Je zou denken dat mensen de gemeente minder belangrijk vinden. Maar als je vraagt waar mensen zich het meest druk over maken, noemen ze juist lokale zaken: de woningen in de buurt, het onderhoud van straten, de zorg voor ouderen. Allemaal zaken waar de gemeente over gaat. Het probleem is dus niet dat het onderwerp mensen niet interesseert. Het probleem is dat ze niet weten wat de gemeente doet en welke partij wat wil. Lokale partijen komen nauwelijks in het landelijke nieuws, en regionale kranten hebben de afgelopen jaren veel journalisten moeten ontslaan. Wie niet weet waaruit hij kan kiezen, blijft eerder thuis. Sommige gemeenten proberen daar iets aan te doen met een eigen stemhulp op internet. Dat helpt wel een beetje, maar het lost het onderliggende probleem niet op: er is te weinig lokale journalistiek die laat zien wat de raad eigenlijk beslist.

Waarom gaan veel mensen volgens de docent niet stemmen bij gemeenteraadsverkiezingen?

Vraag 7Luisteren
Toon de luistertekst

Presentator: U bent teler van aardappels. Hoe merkt u de droogte van dit voorjaar? Boer: Nou, de grond is keihard. We mogen van het waterschap op dit moment niet sproeien uit de sloot, dus we zijn helemaal afhankelijk van regen. Presentator: Wat betekent dat voor de oogst? Boer: Die wordt waarschijnlijk kleiner, maar ik maak me meer zorgen over de lange termijn. Als dit elk jaar gebeurt, moeten we misschien overstappen op gewassen die minder water nodig hebben. Daar ben ik nu al mee aan het experimenteren op een klein stuk land.

Waar maakt de boer zich het meest zorgen over?

Vraag 8Luisteren

U hoort een deel van een college over gedrag en gezondheid.

Toon de luistertekst

Docent: In het vorige college hebben we gezien dat mensen vaak niet kiezen wat ze zelf zeggen dat ze willen. Bijna iedereen wil gezonder eten, maar in de bedrijfskantine pakken we toch het broodje kroket. Hoe komt dat? Niet omdat we niets weten over gezonde voeding. Het punt is dat we de meeste keuzes in een paar seconden maken, zonder erover na te denken. Daar maakt een aanpak gebruik van die nudging heet, in het Nederlands: een duwtje geven. Een kantine die fruit bij de kassa legt en de snacks achter in de vitrine, verkoopt aantoonbaar meer fruit. Niemand wordt iets verboden; je kunt de kroket nog steeds kopen, je moet er alleen iets meer moeite voor doen. Critici noemen dat manipulatie. Ik begrijp dat bezwaar, maar ik zou het willen omdraaien: elke kantine is al op een bepaalde manier ingericht, en die inrichting beïnvloedt ons hoe dan ook. De vraag is dus niet óf we mensen beïnvloeden, maar in welke richting. Wel vind ik dat organisaties er open over moeten zijn. Een bordje met 'wij leggen fruit vooraan omdat we gezond eten willen stimuleren' neemt de meeste kritiek al weg.

Hoe reageert de docent op de kritiek dat nudging manipulatie is?

Vraag 9Luisteren

U hoort een deel van een college over concentratie.

Toon de luistertekst

Docent: Wie van jullie heeft tijdens dit college al zijn telefoon gecheckt? Wees eerlijk. De meeste mensen denken dat ze prima twee dingen tegelijk kunnen doen. Maar ons brein kan zich eigenlijk maar op één taak tegelijk echt concentreren. Wat wij multitasken noemen, is in werkelijkheid heel snel wisselen tussen taken. En elke wissel kost tijd: je moet steeds opnieuw opstarten en onthouden waar je was gebleven. In experimenten doen mensen die steeds worden onderbroken, er soms veel langer over om een taak af te maken. Opvallend is dat juist mensen die denken dat ze goed kunnen multitasken, in die experimenten vaak slechter scoren. Dat betekent niet dat je nooit twee dingen tegelijk kunt doen. Wandelen en bellen gaat prima, omdat wandelen vanzelf gaat. Het probleem ontstaat bij twee taken die allebei aandacht vragen, zoals een mail schrijven terwijl je een vergadering volgt.

Waarom is wandelen en tegelijk bellen volgens de docent geen probleem?

Vraag 10Luisteren

U hoort een deel van een college over slaap en leren.

Toon de luistertekst

Docent: Veel studenten denken dat ze in de week voor een tentamen het meest leren door 's nachts door te werken. Ik begrijp dat wel: je hebt het gevoel dat elk extra uur studeren telt. Maar onderzoek laat iets anders zien. Tijdens de slaap, en vooral in de diepe slaap aan het begin van de nacht, wordt wat je overdag hebt geleerd als het ware opgeslagen. Je brein speelt de nieuwe informatie opnieuw af en verbindt die met wat je al wist. Wie een nacht overslaat, slaat dus ook die opslag over. In een bekend experiment leerden twee groepen een lijst woorden. De ene groep sliep daarna, de andere bleef wakker. De volgende dag wisten de slapers duidelijk meer woorden nog. Betekent dit dat je minder moet studeren? Nee. Slaap vervangt het leren niet; slaap zorgt ervoor dat wat je geleerd hebt, beter blijft hangen. Mijn advies is daarom eenvoudig: verdeel de stof over meerdere dagen, en bescherm je nachtrust juist in de laatste week. Een kort dutje overdag kan trouwens ook helpen, maar dan niet langer dan een halfuur.

Wat adviseert de docent?

Alle oefensets

Verder oefenen

Mis nooit een aanmelddeadline

Gratis e-mail 14 en 3 dagen voor elke aanmelddeadline van het Staatsexamen NT2. Geen nieuwsbrief, geen reclame; afmelden met één klik.

Vink het vakje hierboven aan om de herinneringen aan te zetten.