- Vormen
- groter / grootst
Bekijk het in context
Ze wonen in een groot huis.
They live in a big house.
Ze wonen in een groot huis.
Algemeen · A1
big; large; tall bijvoeglijk naamwoord
niet klein
Ze wonen in een groot huis.
They live in a big house.
Ze wonen in een groot huis.
Uitspraak is een neurale tekst-naar-spraakopname (Nederlandse stem), geen menselijke opname. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd.
Level data: NT2Lex (UCLouvain), CC BY-NC-SA 4.0. Definitions and translations: EUpassway (AI-assisted). Example sentence: EUpassway original.