Algemeen · A1
lidwoord voor de-woorden en meervoud lidwoord
the (common gender; plural)
Het is twee uur in de namiddag.Het is twee uur in de namiddag.VoorbereidenWoordenschat
Woordenschat
Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.
3496 woordenWoorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.
3496 woorden
Algemeen · A1
lidwoord voor de-woorden en meervoud lidwoord
the (common gender; plural)
Het is twee uur in de namiddag.Het is twee uur in de namiddag.Algemeen · A1
bestaan; er zijn werkwoord
to be; (auxiliary) have
De winkel is op zondag gesloten.De winkel is op zondag gesloten.Algemeen · A1
ook; plus voegwoord
and
Ik heb een neef en een nicht.Ik heb een neef en een nicht.Algemeen · A1
lidwoord voor één onbepaald ding lidwoord
a; an
Ik wil graag een kopje koffie.Ik wil graag een kopje koffie.Algemeen · A1
lidwoord voor het-woorden lidwoord
the (neuter)
Het huis staat naast de kerk.Het huis staat naast de kerk.Algemeen · A1
behorend bij; afkomstig uit voorzetsel
of; from; by
Dit is de fiets van mijn broer.Dit is de fiets van mijn broer.Algemeen · A1
de persoon die spreekt voornaamwoord
I
Ik woon al twee jaar in Utrecht.Ik woon al twee jaar in Utrecht.Algemeen · A1
binnen; op de plek van voorzetsel
in; at
Ik woon in een klein dorp.Ik woon in een klein dorp.Algemeen · A1
jij (zonder nadruk) voornaamwoord
you; your (informal)
Heb je vanavond tijd?Heb je vanavond tijd?Algemeen · A1
die man of jongen voornaamwoord
he
Hij zit bij mij in de klas.Hij zit bij mij in de klas.Algemeen · A1
zij (zonder nadruk) voornaamwoord
she; they; them
Ze heeft voor mij een cake gebakken.Ze heeft voor mij een cake gebakken.Algemeen · A1
dat ding of die zaak voornaamwoord
it
Het regent vandaag de hele dag.Het regent vandaag de hele dag.Algemeen · A1
geen ja; ontkenning bijwoord
not
Ik begrijp de vraag niet.Ik begrijp de vraag niet.Algemeen · A1
boven op iets voorzetsel
on; at
Het boek ligt op de tafel.Het boek ligt op de tafel.Algemeen · A1
bezitten; krijgen werkwoord
to have
Wij hebben twee kinderen.Wij hebben twee kinderen.Algemeen · A1
die zaak; dat ding daar voornaamwoord
that; which
Dat is mijn nieuwe telefoon.Dat is mijn nieuwe telefoon.Vervoer en reizen · A1
samen; door middel van voorzetsel
with; by
Ik ga met de trein naar Amsterdam.Ik ga met de trein naar Amsterdam.Algemeen · A1
echter voegwoord
but
Ik wil wel komen, maar ik heb geen tijd.Ik wil wel komen, maar ik heb geen tijd.Algemeen · A1
verbindt twee zinnen voegwoord
that
Ik weet dat ik het mis heb.Ik weet dat ik het mis heb.Algemeen · A1
voor een infinitief; overmatig voorzetsel
to; too
Het is tijd om op te staan.Het is tijd om op te staan.Algemeen · A1
dat daar (de-woord); welke voornaamwoord
that; those; who; which
Ik heb rekeningen die ik moet betalen.Ik heb rekeningen die ik moet betalen.Algemeen · A1
ten behoeve van; eerder dan voorzetsel
for; before; in front of
Deze bloemen zijn voor jou.Deze bloemen zijn voor jou.Vervoer en reizen · A1
in de richting van voorzetsel
to; towards
Ik heb een lift naar huis nodig.Ik heb een lift naar huis nodig.Algemeen · A1
op die plaats voornaamwoord
there
Er zijn veel mensen in de winkel.Er zijn veel mensen in de winkel.Algemeen · A1
van hem voornaamwoord
his
Hij zoekt zijn sleutels.Hij zoekt zijn sleutels.Algemeen · A1
iets vertellen met woorden werkwoord
to say; to tell
De mensen zeggen dat ik dom ben.De mensen zeggen dat ik dom ben.Algemeen · A1
welk ding voornaamwoord
what; something
Wat wil je drinken?Wat wil je drinken?Algemeen · A1
vast tegen; voor iemand voorzetsel
on; at; to
Ik geef het boek aan mijn zus.Ik geef het boek aan mijn zus.Algemeen · A1
in staat zijn; mogen werkwoord
can; to be able to
Kunt u mij helpen?Kunt u mij helpen?Algemeen · A1
wij (zonder nadruk) voornaamwoord
we
Morgen gaan we naar het strand.Morgen gaan we naar het strand.Algemeen · A1
naar een plek bewegen werkwoord
to go
Het is tijd om weg te gaan.Het is tijd om weg te gaan.Tijd, data en getallen · A1
rond; op dat tijdstip voorzetsel
at; around; in order to
De les begint om negen uur.De les begint om negen uur.Algemeen · A1
daarna; in dat geval bijwoord
then; than
Eerst eten we, dan gaan we wandelen.Eerst eten we, dan gaan we wandelen.Algemeen · A1
wanneer; indien voegwoord
if; when; as
Als het regent, blijf ik thuis.Als het regent, blijf ik thuis.Algemeen · A1
eveneens bijwoord
also; too
Mijn vrouw spreekt ook Nederlands.Mijn vrouw spreekt ook Nederlands.Algemeen · A1
een grote hoeveelheid voornaamwoord
much; many; a lot
Ik zal dit met veel plezier doen.Ik zal dit met veel plezier doen.Algemeen · A1
van haar; zij als voorwerp voornaamwoord
her
Ik heb voor haar een pop gemaakt.Ik heb voor haar een pop gemaakt.Algemeen · A1
verplicht zijn werkwoord
must; to have to
Ik moet morgen vroeg werken.Ik moet morgen vroeg werken.Algemeen · A1
tot nu toe; opnieuw bijwoord
still; yet; more
Ik ben nog steeds aan het koken.Ik ben nog steeds aan het koken.Algemeen · A1
veranderen in werkwoord
to become; to get
Mijn zoon wil later dokter worden.Mijn zoon wil later dokter worden.Algemeen · A1
van binnen naar buiten voorzetsel
out of; from
Ik kom uit China.Ik kom uit China.Algemeen · A1
op deze manier; heel bijwoord
so; like this; soon
Ik kom zo, even wachten.Ik kom zo, even wachten.Familie en sociaal leven · A1
van mij voornaamwoord
my
Mijn moeder woont in Rotterdam.Mijn moeder woont in Rotterdam.Algemeen · A1
naar hier gaan werkwoord
to come
Wanneer kom je bij ons eten?Wanneer kom je bij ons eten?Algemeen · A1
dichtbij; in het huis van voorzetsel
at; near; with
Ik woon bij mijn ouders.Ik woon bij mijn ouders.Algemeen · A1
beleefde vorm van jij voornaamwoord
you (formal)
Waarmee kan ik u van dienst zijn?Waarmee kan ik u van dienst zijn?Algemeen · A1
of het een of het ander voegwoord
or; whether
Is dat een ja of een nee?Is dat een ja of een nee?Tijd, data en getallen · A1
het getal 1 telwoord
one
Ik heb één broer en twee zussen.Ik heb één broer en twee zussen.Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.