Bekijk het in context
We hebben een gemeenschappelijke tuin met de buren.
We have a shared garden with the neighbours.
We hebben een gemeenschappelijke tuin met de buren.
VoorbereidenWoordenschatgemeenschappelijk
Wonen · B1
common; shared; joint bijvoeglijk naamwoord
van of voor iedereen samen
We hebben een gemeenschappelijke tuin met de buren.
We have a shared garden with the neighbours.
We hebben een gemeenschappelijke tuin met de buren.
Uitspraak is een neurale tekst-naar-spraakopname (Nederlandse stem), geen menselijke opname. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd.
Level data: NT2Lex (UCLouvain), CC BY-NC-SA 4.0. Definitions and translations: EUpassway (AI-assisted). Example sentence: EUpassway original.