Naar inhoud

VoorbereidenWoordenschat

Woordenschat

Examenwoorden

Leer het in context. Hoor het. Maak het van jou.

21 woorden
NederlandInburgering B1 · route 2021Dagelijkse routine + officiële bronnen · voorbeeldvragen

Kies een dagelijkse situatie

Woorden gegroepeerd per situatie die je in het examen tegenkomt.

Thema:

Wonen

21 woorden

Niveau

Wonen · B1

iets nieuws in de plaats zetten werkwoord

to replace

We moeten de kapotte lamp in de gang vervangen.We moeten de kapotte lamp in de gang vervangen.

Wonen · B1

een stuk grond zelfstandig naamwoord

terrain; grounds; field

Een deel van dat terrein is van mij.Een deel van dat terrein is van mij.

Wonen · B1

wat van jou is zelfstandig naamwoord

possession; property

Al mijn bezit past in twee koffers.Al mijn bezit past in twee koffers.

Wonen · B1

op slot doen; beëindigen werkwoord

to lock; to close; to take out (insurance)

Vergeet niet de deur af te sluiten.Vergeet niet de deur af te sluiten.

Wonen · B1

in totaal zijn werkwoord

to amount to

De huur bedraagt 900 euro per maand.De huur bedraagt 900 euro per maand.

Wonen · B1

een vergadering; het deel van een stoel waar je op zit zelfstandig naamwoord

session; sitting; seat

De zitting van de stoel moet gerepareerd worden.De zitting van de stoel moet gerepareerd worden.

Wonen · B1

in hetzelfde huis wonen werkwoord

to live together

Wij wonen al drie jaar samen.Wij wonen al drie jaar samen.

Wonen · B1

geven wat nodig is; van tevoren zien werkwoord

to provide (with); to foresee

Is de kamer voorzien van een bad?Is de kamer voorzien van een bad?

Wonen · B1

een huis veranderen; groenten telen werkwoord

to renovate; to grow (crops)

We gaan volgend jaar onze keuken verbouwen.We gaan volgend jaar onze keuken verbouwen.

Wonen · B1

in de vuilnisbak doen werkwoord

to throw away

Gooi batterijen niet weg bij het gewone afval.Gooi batterijen niet weg bij het gewone afval.

Wonen · B1

een open doos of kom zelfstandig naamwoord

container; bin; tray

Gooi het oude papier in de blauwe bak.Gooi het oude papier in de blauwe bak.

Wonen · B1

een bak voor afval zelfstandig naamwoord

rubbish bin; trash can

Tom heeft geen vuilnisbak.Tom heeft geen vuilnisbak.

Wonen · B1

het omhoog gaan zelfstandig naamwoord

rise; increase

Er is een sterke stijging van de huurprijzen.Er is een sterke stijging van de huurprijzen.

Wonen · B1

iemand met wie je in één huis woont zelfstandig naamwoord

housemate; roommate

Mijn huisgenoot kookt vanavond voor ons allemaal.Mijn huisgenoot kookt vanavond voor ons allemaal.

Wonen · B1

te weinig van iets zelfstandig naamwoord

shortage; deficit

Er is een groot tekort aan woningen in Nederland.Er is een groot tekort aan woningen in Nederland.

Wonen · B1

van glas gemaakt bijvoeglijk naamwoord

glass; made of glass

We hebben een nieuwe glazen tafel gekocht.We hebben een nieuwe glazen tafel gekocht.

Wonen · B1

een grote troep zelfstandig naamwoord

mess; junk; rubbish

Wat een rotzooi in je kamer!Wat een rotzooi in je kamer!

Wonen · B1

iets wat geregeld is voor mensen zelfstandig naamwoord

facility; provision

In deze wijk zijn veel voorzieningen, zoals winkels en scholen.In deze wijk zijn veel voorzieningen, zoals winkels en scholen.

Wonen · B1

iets met treden om omhoog te klimmen zelfstandig naamwoord

ladder

Ik zal de ladder voor je vasthouden.Ik zal de ladder voor je vasthouden.

Wonen · B1

van of voor iedereen samen bijvoeglijk naamwoord

common; shared; joint

We hebben een gemeenschappelijke tuin met de buren.We hebben een gemeenschappelijke tuin met de buren.

Wonen · B1

rommel; een groep soldaten zelfstandig naamwoord

mess; junk; troop

Ik moet deze troep opruimen.Ik moet deze troep opruimen.

Tik op de luidspreker om een woord te horen. De meeste woorden hebben een neurale tekst-naar-spraakopname; andere gebruiken je browserstem. Betekenissen en voorbeelden zijn AI-ondersteund en nog niet door een docent gecontroleerd. Dit is een geselecteerde woordenbibliotheek, geen garantie op alle examenwoorden. Bewaar nuttige woorden en herhaal ze regelmatig.