Naar inhoud

Startroute A1

14. Mensen en dingen beschrijven

Zeggen hoe iemand of iets is.

Handige zinnen

Luister en zeg elke zin hardop.

  • Hij is lang en vriendelijk.He is tall and friendly.
  • Het weer is mooi.The weather is nice.
  • Deze jas is te duur.This coat is too expensive.
  • Mijn buurvrouw is erg aardig.My neighbour is very kind.

12 woorden

Tik op een woord voor de woordkaart met meer voorbeelden.

Snelle quiz

Je beste score blijft in deze browser.

  1. 1gewoon

  2. 2ander

  3. 3oud

  4. 4nieuw

  5. 5erg

  6. 6goed

Antwoorden

1. gewoon = normaal

2. ander = niet deze

3. oud = niet jong

4. nieuw = net gemaakt of gekocht

5. erg = heel

6. goed = niet slecht