Naar inhoud

Woordenlijst contact met mensen — Nederlandse woorden A1–B1 met voorbeeldzinnen (2026)

150 Nederlandse woorden over contact met mensen voor het inburgeringsexamen en NT2, op niveau (A1–B1), met betekenis en voorbeeldzin. Gratis en te printen.

Niveau A1

58 woorden

mijnpronoun

van mij

Mijn moeder woont in Rotterdam.
de mande · noun

een volwassen mens die geen vrouw is

De man van mijn zus werkt in een ziekenhuis.
hunpronoun

van hen

Ze komen met hun kinderen.
de vrouwde · noun

een volwassen vrouwelijk mens

Mijn vrouw werkt in een school.
het kindhet · noun

een jong mens

Het kind speelt in de tuin.
de moederde · noun

je vrouwelijke ouder

Mijn moeder kookt heel lekker.
de vaderde · noun

je mannelijke ouder

De auto van mijn vader is nieuw.
samenadverb

met elkaar

Ik heb samen met mijn ouders gegeten.
pratenverb

met iemand spreken

Misschien moeten we toch maar even praten.
de vriendde · noun

iemand die je graag mag

Hij is een oude vriend van mij.
elkaarpronoun

de een de ander

Laten we in contact met elkaar blijven.
kennenverb

weten wie of wat iemand is

Hoe heb je je vrouw leren kennen?
het meisjehet · noun

een jong kind dat geen jongen is

Is het een jongen of een meisje?
jongadjective

niet oud

Mijn broer is twee jaar jonger dan ik.
brengenverb

iets of iemand ergens heen doen gaan

Ik breng mijn dochter elke ochtend naar school.
de familiede · noun

je ouders, broers, ooms enz.

Ik weet dat je je familie mist.
levenverb

bestaan; niet dood zijn

Mijn grootvader leeft nog.
lachenverb

geluid maken als iets grappig is

Ik heb je nog nooit zien lachen.
lijkenverb

eruitzien als

Je lijkt op je vader.
trouwenverb

man en vrouw worden

Wij zijn vorig jaar getrouwd.
de mevrouwde · noun

beleefd woord voor een vrouw

Kan ik u helpen, mevrouw?
de ouderde · noun

vader of moeder

Ik heb samen met mijn ouders gegeten.
liefadjective

aardig; vriendelijk

Ze is inderdaad een lief meisje.
de zoonde · noun

een mannelijk kind

Tom is de vriend van mijn zoon.
huilenverb

tranen hebben, wenen

Tom is nog steeds aan het huilen.
de broerde · noun

zoon van je ouders

Ik dacht dat hij mijn broer was.
de zusde · noun

dochter van je ouders

Ik heb mijn zus een pop gegeven.
de dochterde · noun

kind dat een meisje is

Tom zei dat hij een dochter had.
hetenverb

als naam hebben

Hoe heet je? Ik heet Anna.
boosadjective

kwaad

Je ziet eruit alsof je boos bent.
aardigadjective

vriendelijk

Jullie waren allemaal zo aardig tegen me.
de vriendinde · noun

vrouw die een vriend is

Ik wacht op een vriendin van me.
de hondde · noun

huisdier dat blaft

Ik wou dat ik een hond had.
schreeuwenverb

heel hard roepen

Je hoeft niet tegen me te schreeuwen.
het feesthet · noun

viering met vrienden

Hij nodigde mij uit voor het feest.
ontmoetenverb

iemand zien en leren kennen

Ik heb hem maar één keer ontmoet.
de kaartde · noun

stuk karton; plattegrond

Ik stuur je een kaart voor je verjaardag.
het cadeauhet · noun

iets wat je aan iemand geeft

Ik heb een cadeau voor je gekocht.
verdrietigadjective

niet blij

Af en toe voel ik me verdrietig.
de omade · noun

moeder van je vader of moeder

Mijn oma vindt het leuk om te naaien.
de relatiede · noun

band tussen mensen

Tom had een moeizame relatie met zijn vader.
de kusde · noun

een zoen

Mag ik je een kus geven?
welkomadjective

je bent blij dat iemand komt

Jullie zijn altijd welkom bij mij.
het afscheidhet · noun

het weggaan en gedag zeggen

Het is nooit gemakkelijk om afscheid te nemen.
bedankenverb

dank je zeggen

Tom heeft mij bedankt voor het geschenk.
de groetde · noun

iets wat je zegt als je iemand ziet

Doe de groeten aan je vader.
eenzaamadjective

alleen en niet blij

Ik wist niet dat je eenzaam was.
blondadjective

met lichtgeel haar

Tom heeft blond haar en groene ogen.
glimlachenverb

lachen zonder geluid

De verkoper glimlachte vriendelijk naar ons.
de verjaardagde · noun

de dag dat je geboren bent

Mijn verjaardag is pas over een maand.
ziensadverb

alleen in: tot ziens

Tot ziens, Tom.
blaffenverb

geluid van een hond

Heb je de hond horen blaffen?
jarigadjective

vandaag je verjaardag hebben

Over drie dagen ben ik jarig.
het telefoonnummerhet · noun

het nummer om iemand te bellen

Geef me jouw telefoonnummer, voor de zekerheid.
goedenavondinterjection

groet in de avond

Goedenavond, mag ik uw kaartje zien?
feliciterenverb

iemand geluk wensen

Ik wil je feliciteren met je verjaardag.
opvangenverb

pakken; zorgen voor

Mijn moeder vangt na school de kinderen op.
koffiedrinkenverb

samen koffie drinken

Zullen we morgen samen koffiedrinken?

Niveau A2

92 woorden

halenverb

iets gaan pakken en meenemen

Ik haal de kinderen om drie uur van school.
zorgenverb

helpen en letten op

Ik zorg voor mijn oude moeder.
noemenverb

een naam geven; zeggen

Ik noem mijn moeder nog steeds mama.
de jongende · noun

een jong kind dat geen meisje is

De jongen is brood aan het eten.
de heerde · noun

beleefd woord voor een man

Dames en heren, welkom!
de liefdede · noun

sterk gevoel voor iemand

Het was liefde op het eerste gezicht.
de oomde · noun

broer van je vader of moeder

Mijn oom heeft mij een boek gegeven.
het gevoelhet · noun

wat je voelt

Tom heeft een goed gevoel voor humor.
de neefde · noun

zoon van je broer, zus, oom of tante

Mijn neef is iets ouder dan ik.
kwaadadjective

boos; slecht

Mijn vader was kwaad op me.
knikkenverb

je hoofd op en neer bewegen

Tom en Mary knikken beiden instemmend.
verliefdadjective

vol liefde voor iemand

Die meisjes zijn allebei verliefd op je.
het bezoekhet · noun

het bezoeken van iemand; gasten

We krijgen vanavond bezoek.
het contacthet · noun

verbinding met iemand

Je kan altijd contact met me opnemen.
vechtenverb

elkaar slaan; strijden

Kijk! Twee jongens zijn aan het vechten.
vrolijkadjective

blij

Tom ziet er best vrolijk uit.
de ruziede · noun

boos praten met elkaar

Ik wil geen ruzie maken met Tom.
de pade · noun

vader

Waarom is mijn pa in de keuken?
het gezinhet · noun

ouders met hun kinderen

Ik ben opgegroeid in een arm gezin.
voorstellenverb

iemand laten kennismaken; een idee geven

Mag ik mijn vrouw aan u voorstellen?
fluisterenverb

heel zacht praten

Waarom is iedereen aan het fluisteren?
vriendelijkadjective

aardig

Die verpleegster is heel vriendelijk en beleefd.
de meidde · noun

meisje

Hoi meiden, hoe gaat het?
gezelligadjective

leuk en fijn samen

Het is hier gezellig.
vandaanadverb

van die plaats

Waar kom je vandaan?
de damede · noun

beleefd woord voor vrouw

Ik ken geen van deze vijf dames.
de gastde · noun

bezoeker

Je bent onze gast van de week.
dromenverb

beelden zien in je slaap; wensen

Ik droom vaak over mijn familie.
de traande · noun

water uit je ogen als je huilt

Hij heeft geen traan gelaten.
vierenverb

een feest houden voor iets

We vieren morgen de verjaardag van mijn moeder.
herkennenverb

zien dat je iets of iemand al kent

Ik herkende je bijna niet.
sociaaladjective

met of voor andere mensen

Hij is erg sociaal en maakt snel vrienden.
de schatde · noun

iets heel waardevols; lieve persoon

De piraten begroeven de schat in de grond.
het huwelijkhet · noun

het getrouwd zijn

Zij feliciteerden hem met zijn huwelijk.
kussenverb

een zoen geven

In Nederland kussen mensen elkaar drie keer.
bezoekenverb

naar iemand of een plek toe gaan

Ik kan je niet elke dag bezoeken.
het lidhet · noun

iemand die bij een club of groep hoort

Tom wordt misschien lid van ons team.
trotsadjective

blij over wat jij of een ander gedaan heeft

Ik ben heel trots op mijn zoon.
de ventde · noun

man, kerel

Ik kan die vent niet uitstaan.
de spijtde · noun

gevoel dat je iets liever niet had gedaan

Het spijt me. Ik ben het vergeten.
organiserenverb

iets regelen en voorbereiden

Wij organiseren een feest voor zijn verjaardag.
de babyde · noun

heel jong kind

Mijn vrouw heeft net een baby gekregen.
het grafhet · noun

plek waar een dode begraven ligt

Elk jaar bezoeken we het graf van mijn opa.
verstoppenverb

iets op een geheime plek leggen

Ik zag mijn moeder de taart verstoppen.
kruipenverb

op handen en knieën bewegen

De baby kan al kruipen.
het geheimhet · noun

iets wat niemand mag weten

Een geheim bewaren heb ik nooit gekund.
vertrouwenverb

geloven dat iemand eerlijk is

Ik weet dat we Tom kunnen vertrouwen.
volwassenadjective

niet meer een kind

Het is vast moeilijk om volwassen te zijn.
de grapde · noun

iets grappigs

Zeg me dat het een grap is.
gemeenadjective

niet aardig, gemeen

Waarom doe je zo gemeen tegen mij?
het verdriethet · noun

gevoel als je heel triest bent

Hij verborg zijn verdriet achter een glimlach.
meegaanverb

samen met iemand gaan

Tom en ik zullen met Mary meegaan.
het respecthet · noun

waardering voor iemand

Zijn dappere daad leverde hem respect op.
de opade · noun

de vader van je vader of moeder

Opa heeft het voor mij gekocht!
begravenverb

in de grond leggen

Mijn oma werd op het dorpskerkhof begraven.
zwaaienverb

je hand heen en weer bewegen

De kinderen zwaaien naar de trein.
de lachde · noun

het geluid als je lacht

Ze heeft een mooie lach.
scheidenverb

uit elkaar halen of gaan

Mijn ouders zijn vorig jaar gescheiden.
wensenverb

hopen dat iets gebeurt

Ik wens je een goede dag, Tom.
dankbaaradjective

blij met wat iemand voor je doet

Ik ben je dankbaar voor je hulp.
het berichthet · noun

informatie die je stuurt

Ik heb een bericht naar Tom gestuurd.
de kerelde · noun

een man, een vent

Ik weet dat Tom een aardige kerel is.
omgaanverb

met iemand of iets om kunnen gaan

Kunnen we minstens met elkaar leren omgaan?
knapadjective

mooi om te zien; slim

Ze zei dat hij er knap uitzag.
het vertrouwenhet · noun

geloof dat iemand goed en eerlijk is

Ik ben mijn vertrouwen in hem verloren.
strengadjective

met veel regels, niet mild

Tom was erg streng voor zijn kinderen.
jaloersadjective

je wilt hebben wat een ander heeft

Ik ben niet jaloers op Tom.
uitnodigenverb

vragen of iemand komt

Je mag uitnodigen wie je wilt.
logerenverb

een tijdje bij iemand slapen

Bedankt dat ik bij je mocht logeren.
afsprekenverb

een tijd en plek kiezen om elkaar te zien

Laten we afspreken bij het station.
verlegenadjective

stil en snel onzeker bij anderen

Ze is niet zo verlegen als vroeger.
het medelijdenhet · noun

je voelt je verdrietig voor een ander

Ik heb medelijden met jouw toekomstige echtgenote.
de begrafenisde · noun

het begraven van iemand die dood is

Veel mensen kwamen naar de begrafenis van mijn opa.
prettigadjective

fijn, aangenaam

Prettig kennis met u te maken.
aanbiedenverb

iets geven of voorstellen

Mag ik je een drankje aanbieden?
smekenverb

heel dringend vragen

Het kind smeekte zijn moeder om een ijsje.
de ringde · noun

sieraad om je vinger; cirkel

Mary deed de ring om haar vinger.
vergevenverb

niet meer boos zijn om iets

Ik kan het je niet vergeven.
groetenverb

hallo zeggen

Doe de groeten aan je vader.
de bruidde · noun

vrouw die gaat trouwen

U mag nu de bruid kussen.
thuiskomenverb

naar huis komen

Mijn vader zal om zeven uur thuiskomen.
de jeugdde · noun

de tijd dat je jong bent

Dit park herinnert me aan mijn jeugd.
de vriendschapde · noun

het vrienden zijn

Ware vriendschap is meer waard dan geld.
de verrassingde · noun

iets wat je niet verwacht

Ik weet dat het een verrassing is.
verrassenverb

iemand iets onverwachts geven

Het zou leuk zijn om Tom te verrassen.
de zusterde · noun

zus; verpleegster

Ze kocht een woordenboek voor haar zuster.
hartelijkadjective

vriendelijk en warm

De meisjes hebben ons hartelijk begroet.
het stelhet · noun

twee mensen die samen zijn

Ze zijn al tien jaar een stel.
tegenkomenverb

toevallig zien

Het kan zijn dat ik Tom tegenkom.
goedemorgeninterjection

groet in de ochtend

Goedemorgen, hoe maakt u het?
kletsenverb

gezellig praten over niets bijzonders

We zaten gezellig te kletsen in het café.
blazenverb

lucht uit je mond duwen

Het kind blaast de kaarsjes op de taart uit.

Andere thema’s

Betekenissen gemaakt met hulp van AI · nog niet gecontroleerd Level data: NT2Lex (UCLouvain), CC BY-NC-SA 4.0. Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR). Definitions and translations: EUpassway (AI-assisted).