Naar inhoud

Woordenlijst natuur en weer — Nederlandse woorden A1–B1 met voorbeeldzinnen (2026)

150 Nederlandse woorden over natuur en weer voor het inburgeringsexamen en NT2, op niveau (A1–B1), met betekenis en voorbeeldzin. Gratis en te printen.

Leren met woordkaarten

Niveau A1

12 woorden

vallenverb

naar beneden gaan

In de herfst vallen de bladeren af.
hardadjective

niet zacht; snel

Het regende hard de hele dag door.
de grondde · noun

de aarde onder je voeten

Er viel een appel op de grond.
de zeede · noun

groot zout water

Ze heeft een huis aan de zee.
de zonde · noun

de ster die ons licht geeft

De zon schijnt vandaag.
koudadjective

niet warm

Waarom is het hier binnen zo koud?
het eilandhet · noun

land met overal water omheen

Het eiland is het hele jaar warm.
de winterde · noun

het koude seizoen

Ik ging vaak in de winter skiën.
regenenverb

er valt water uit de lucht

Elk moment kan het beginnen te regenen.
schijnenverb

licht geven; lijken

De zon schijnt vandaag.
het noordenhet · noun

de richting boven op de kaart

De wind komt uit het noorden.
geeladjective

de kleur van een banaan

In de herfst worden de bladeren geel.

Niveau A2

138 woorden

veranderenverb

anders worden of maken

Het weer verandert hier snel.
het dierhet · noun

een levend wezen, geen mens of plant

Heb je al eens een dier getekend?
warmadjective

niet koud

Het is de hele week al warm.
donkeradjective

zonder licht

Het was erg donker in de kamer.
het weerhet · noun

hoe het buiten is: zon, regen, wind

Wat voor weer wordt het morgen?
de boomde · noun

grote plant met een stam

Een beer kan in een boom klimmen.
het boshet · noun

plek met veel bomen

Tom is in het bos verdwaald geraakt.
de rivierde · noun

stromend water door het land

Ik stak de rivier over per boot.
diepadjective

ver naar beneden

Hoe diep is het water volgens jou?
de luchtde · noun

wat je inademt; hemel

Laat alsjeblieft wat frisse lucht naar binnen.
naaradjective

niet fijn, vervelend

Wat een naar weer vandaag!
de natuurde · noun

bomen, dieren, planten buiten de stad

Ik hou van de natuur.
het beesthet · noun

dier

Op de boerderij zijn veel beesten.
de bloemde · noun

mooi gekleurd deel van een plant

Ze had een bloem in haar hand.
de aardede · noun

onze planeet; grond

De aarde is kleiner dan de zon.
de koede · noun

boerderijdier dat melk geeft

Tom is de koe aan het melken.
alweeradverb

weer, opnieuw

Het regent vandaag alweer!
de maande · noun

wat je 's nachts in de lucht ziet

Er is geen leven op de maan.
de walvisde · noun

heel groot dier in de zee

Ik heb nog nooit een levende walvis gezien.
de hemelde · noun

de lucht boven ons

Waarom zijn er sterren aan de hemel?
wildadjective

niet tam, in de natuur

Een vos is een wild dier.
de topde · noun

hoogste punt

Het uitzicht vanaf de top is erg mooi.
het grashet · noun

groene sprieten in een tuin of wei

De koeien zijn gras aan het eten.
de windde · noun

bewegende lucht

Maandag was een dag met veel wind.
de vogelde · noun

dier met veren dat kan vliegen

Tom raakte de vogel uit het oog.
de streekde · noun

een gebied

In deze streek wonen veel boeren.
natadjective

vol water, niet droog

Ze werden erg nat in de regen.
de sneeuwde · noun

witte bevroren regen

Op deze plaats valt bijna geen sneeuw.
de staartde · noun

het achterste deel van een dier

Een koe heeft een lange staart.
de steende · noun

een hard stuk van de aarde

De voorruit is door een steen gebroken.
de regende · noun

water dat uit de lucht valt

De regen valt met bakken naar beneden.
de bergde · noun

een heel hoog stuk land

We hebben een berg werk te verzetten.
stromenverb

bewegen zoals water

De rivier stroomt dwars door de stad.
droogadjective

niet nat

Mijn overhemd is nog niet droog.
het veldhet · noun

een groot stuk land met gras

Het veld staat vol met wilde bloemen.
drijvenverb

op het water blijven

Olie zal op water drijven.
jagenverb

dieren zoeken om te doden

Jagen is in de nationale parken verboden.
de muisde · noun

klein grijs dier; deel van de computer

De kat zat achter de muis aan.
het zuidenhet · noun

de richting tegenover het noorden

Hij moet wel uit het zuiden komen.
de stormde · noun

heel harde wind

Het dak is door de storm beschadigd.
het bladhet · noun

deel van een boom; vel papier

Een dood blad viel op de grond.
de stalde · noun

gebouw voor koeien of paarden

De stal is net achter de boerderij.
de schaduwde · noun

donkere plek zonder zon

Het is warm, laten we in de schaduw gaan zitten.
de takde · noun

arm van een boom

Hij knipte een tak van de boom.
helderadjective

schoon en licht; duidelijk

Het water is helder tot aan de bodem.
stralenverb

licht geven

Sterren stralen aan de hemel.
de dijkde · noun

wal tegen het water

Ik woon dicht bij de dijk.
het westenhet · noun

de richting waar de zon ondergaat

De wind waait uit het westen.
het moerashet · noun

natte, zachte grond met veel water

In het moeras leven veel bijzondere vogels.
de wolfde · noun

wild dier dat op een hond lijkt

Hij is een wolf in schaapskleren.
de vijverde · noun

klein meertje, vaak in een tuin of park

Tom wierp een steen in de vijver.
de bodemde · noun

onderkant; de grond

Het water is helder tot aan de bodem.
de warmtede · noun

het warm zijn

Door de warmte kon ik niet slapen.
het zandhet · noun

kleine korreltjes op het strand

Het zand op het strand was wit.
de slangde · noun

dier zonder poten; buis voor water

Je bent toch niet bang voor slangen?
de bijde · noun

insect dat honing maakt

Er zit een bij op de bloem.
de/het duinde/het · noun

zandheuvel bij de zee

In de zomer wandelen we graag door de duinen.
koeladjective

een beetje koud

Het is hier lekker koel.
de wolkde · noun

wit of grijs ding in de lucht

De maan verscheen van achter de wolken.
de sterde · noun

lichtje aan de hemel; beroemd persoon

Ik heb net een vallende ster gezien.
de koude · noun

lage temperatuur

Ik kan niet langer tegen die kou.
de olifantde · noun

heel groot grijs dier met slurf

Een olifant is een zeer groot dier.
de golfde · noun

beweging van het water in de zee

De golven zijn vandaag erg hoog.
de vosde · noun

wild dier met rode vacht

Een vos is een wild dier.
het varkenhet · noun

boerderijdier dat knort

Ik heb dat varken gisteren gekocht.
holadjective

leeg van binnen

Deze boomstam is van binnen hol.
het oostenhet · noun

richting waar de zon opkomt

De wind waait uit het oosten.
de haande · noun

mannetjeskip

Elke ochtend kraait de haan heel vroeg.
verdrinkenverb

doodgaan in het water

Zwem niet in deze rivier, want je kunt verdrinken.
de lentede · noun

seizoen na de winter

Veel mooie bloemen bloeien in de lente.
de gierde · noun

grote vogel die dode dieren eet

Een gier is een grote vogel die dode dieren eet.
de mistde · noun

wolk dicht bij de grond

Door de dichte mist rijden de treinen langzamer.
de bekde · noun

de mond van een dier

De vogel heeft een worm in zijn bek.
de beerde · noun

een groot wild dier met dikke vacht

Een beer kan in een boom klimmen.
de steelde · noun

het lange deel van een bloem

De bloem heeft een lange steel.
de vleugelde · noun

deel van een vogel om mee te vliegen

De vogel had een gebroken vleugel.
het seizoenhet · noun

een deel van het jaar

Het is nu het seizoen voor aardbeien.
schitterenverb

fel glanzen

De sterren schitteren aan de hemel.
de vorstde · noun

temperatuur onder nul; koning

Er wordt strenge vorst verwacht.
frisadjective

een beetje koud; nieuw en schoon

Het was fris in de schaduw van de bomen.
zwevenverb

in de lucht hangen

De wolken die in de lucht zweven zijn prachtig.
de roosde · noun

een bloem met doornen

Er staat daar een gele roos.
de pootde · noun

been van een dier of tafel

Staan ooievaars echt op één poot?
de modderde · noun

natte zachte aarde

De auto zat vast in de modder.
de tijgerde · noun

grote wilde kat met strepen

Er zijn geen wilde tijgers in Afrika.
de duifde · noun

een grijze of witte vogel

Er zit een witte duif op het dak.
het schaaphet · noun

een dier met wol

In de wei staan veel schapen.
de bolde · noun

iets ronds; tulpenbol

In het voorjaar bloeien de bollen in de tuin.
voorspellenverb

zeggen wat er gaat gebeuren

Het weerbericht voorspelt regen voor morgen.
ijskoudadjective

heel erg koud

Het is vandaag ijskoud.
de leeuwde · noun

groot wild dier, koning van de dieren

Ik was verbaasd een leeuw te zien.
stormenverb

heel hard waaien; snel ergens heen gaan

Het heeft de hele nacht gestormd.
het klimaathet · noun

het gewone weer in een gebied

Dit land heeft een mild klimaat.
hevigadjective

heel sterk

Het regende hevig vannacht.
verwoestenverb

helemaal kapotmaken

De storm heeft de hele stad verwoest.
de uilde · noun

een vogel die 's nachts actief is

Uilen kunnen in het donker zien.
het holhet · noun

een gat waar een dier woont

De vos slaapt in zijn hol.
de haasde · noun

een dier dat op een groot konijn lijkt

Een haas rent heel snel over het veld.
bloeienverb

bloemen hebben

Veel mooie bloemen bloeien in de lente.
de wormde · noun

een lang dun beestje zonder poten

Dit is een worm.
de struikde · noun

een kleine lage boom

De kat verstopt zich achter de struik.
gladadjective

waar je makkelijk op uitglijdt

De straten zijn glad, dus wees alsjeblieft voorzichtig.
de straalde · noun

een smalle lijn licht of water

Een straal zonlicht viel door het raam.
de heuvelde · noun

een kleine berg

Het oude kasteel staat op de heuvel.
de vlinderde · noun

een insect met mooie vleugels

Hij zag een vlinder op de muur.
de haaide · noun

een grote gevaarlijke vis

In het aquarium zwemt een grote haai.
waaienverb

als de wind beweegt

De wind waait uit het oosten.
zonnigadjective

met veel zon

Vandaag is het zonnig.
de kooide · noun

een hok met tralies voor dieren

Er zijn leeuwen in de kooi.
de asde · noun

wat overblijft als iets verbrand is

Na het kampvuur bleef er alleen as over.
het moshet · noun

een zacht groen plantje

Er groeit mos op het dak.
de hittede · noun

grote warmte

Ik ben niet gewend aan deze hitte.
in de luchtphrase

boven ons, in de hemel

Er zweefde een ballon in de lucht.
het roodborstjehet · noun

een klein vogeltje met een rode borst

In de winter zie ik vaak een roodborstje in de tuin.
het onweerhet · noun

weer met donder en bliksem

Ze is bang voor onweer.
de bliksemde · noun

een fel licht bij onweer

De schuur werd getroffen door bliksem.
bibberenverb

trillen van kou of angst

Ik sta te bibberen van de kou.
de hoefde · noun

de harde voet van een paard of koe

Het paard heeft een steentje in zijn hoef.
de jagerde · noun

iemand die op dieren jaagt

De jager loopt met zijn hond door het bos.
de herfstde · noun

het seizoen na de zomer

In de herfst vallen de bladeren af.
de rotsde · noun

een grote steen

De rots rolde de heuvel af.
vlakadjective

zonder bergen of bulten

Nederland is een erg vlak land.
het zwijnhet · noun

een varken, vooral een wild varken

In het bos leven wilde zwijnen.
sneeuwenverb

er valt sneeuw

Het sneeuwt al de hele ochtend.
de veerde · noun

wat een vogel op zijn lijf heeft

Er ligt een veer van een vogel op de grond.
sissenverb

een geluid maken als een slang

De slang siste naar de hond.
de bigde · noun

een jong varken

De zeug heeft tien biggen gekregen.
het lamhet · noun

een jong schaap

In de lente zie je veel lammeren in de wei.
het nesthet · noun

een huisje van een vogel

Vogels keren altijd terug naar hun nest.
het maanlichthet · noun

het licht van de maan

Het maanlicht weerkaatste op het meer.
de paddenstoelde · noun

een plant zonder bladeren die in het bos groeit

Is het veilig om deze paddenstoel te eten?
de boomstamde · noun

het dikke deel van een boom

Tom zat op een boomstam.
het zonlichthet · noun

het licht van de zon

Deze slaapkamer krijgt niet veel zonlicht.
de mugde · noun

een klein insect dat prikt

Ik ben net door een mug gestoken.
de koudede · noun

lage temperatuur

De mensen hier zijn de koude gewoon.
de molde · noun

klein dier dat onder de grond leeft

Er zitten mollen in onze tuin.
de kikkerde · noun

groen dier dat in en bij water leeft

In de sloot zit een kikker.
de waarschuwingde · noun

bericht dat er gevaar is

Het KNMI geeft een waarschuwing voor zware wind.

Andere thema’s

Betekenissen gemaakt met hulp van AI · nog niet gecontroleerd Level data: NT2Lex (UCLouvain), CC BY-NC-SA 4.0. Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR). Definitions and translations: EUpassway (AI-assisted).