Naar inhoud

Woordenlijst maatschappij — Nederlandse woorden A1–B1 met voorbeeldzinnen (2026)

150 Nederlandse woorden over maatschappij voor het inburgeringsexamen en NT2, op niveau (A1–B1), met betekenis en voorbeeldzin. Gratis en te printen.

Niveau A1

2 woorden

het landhet · noun

een staat; grond

De vlag van welk land is dit?
inzamelenverb

verzamelen, vaak voor een goed doel

De school zamelt geld in voor een goed doel.

Niveau A2

148 woorden

de koningde · noun

de man die een land regeert (vorst)

De koning heeft zijn verjaardag op 27 april.
de wereldde · noun

de aarde en alle mensen

Hij is over de hele wereld bekend.
de politiede · noun

mensen die zorgen voor veiligheid

De politie is op de hoogte gesteld.
het rechthet · noun

wat je mag of wat je toekomt

Iedereen heeft recht op onderwijs.
de koninginde · noun

vrouw van de koning; vrouwelijke vorst

Ik herinner me dat ik de koningin zag.
stelenverb

iets pakken dat niet van jou is

Iemand heeft mijn fiets gestolen.
vermoordenverb

iemand met opzet doden

In deze detective wordt een rijke man vermoord.
reddenverb

uit gevaar halen

De brandweer heeft de kat gered.
de overheidde · noun

het bestuur van een land, provincie of gemeente

De overheid betaalt een deel van de kosten.
de soldaatde · noun

iemand in het leger

Mijn grootvader was soldaat in de oorlog.
de gevangenisde · noun

gebouw voor mensen die straf krijgen

Dat kan u in de gevangenis brengen.
de agentde · noun

politieman of politievrouw

Vraag het maar aan die agent.
de vijandde · noun

iemand die tegen je is

De twee vijanden stonden recht tegenover elkaar.
de oorlogde · noun

strijd tussen landen met wapens

Mijn opa heeft de oorlog nog meegemaakt.
het wapenhet · noun

iets om mee te vechten

Wapens zijn in Nederland meestal verboden.
de partijde · noun

politieke groep; kant in een conflict

Op welke partij ga jij stemmen?
de bevolkingde · noun

alle mensen die in een land wonen

De stedelijke bevolking van Amerika neemt toe.
de diefde · noun

iemand die steelt

De politie heeft de dief opgepakt.
het geloofhet · noun

wat je gelooft, religie

In Nederland is vrijheid van geloof een grondrecht.
de wetde · noun

regel van de overheid

Iedereen moet zich aan de wet houden.
het volkhet · noun

alle mensen van een land

Een politicus zou het volk moeten dienen.
het legerhet · noun

de soldaten van een land

Hij werkt al tien jaar bij het leger.
vluchtenverb

snel weggaan voor gevaar

Wanneer ze in gevaar zijn, vluchten ze.
de rechterde · noun

iemand die in de rechtbank beslist

Het oordeel van de rechter is definitief.
het slachtofferhet · noun

iemand die schade of letsel heeft

Was het slachtoffer een man of een vrouw?
de vrijheidde · noun

vrij zijn, kunnen doen wat je wilt

Tegenwoordig neemt de persoonlijke vrijheid af.
de vredede · noun

geen oorlog; rust

Ik zou hier in vrede kunnen leven.
de strafde · noun

wat je krijgt als je iets fout doet

Wat is de straf voor deze misdaad?
openbaaradjective

voor iedereen

Heb je ooit in het openbaar gezongen?
de machtde · noun

de kracht om te beslissen over anderen

De koning maakte misbruik van zijn macht.
katholiekadjective

van de rooms-katholieke kerk

Mijn buurvrouw is katholiek opgevoed.
de priesterde · noun

een man die werkt in de kerk

De priester is in de kapel.
de burgerde · noun

iemand die in een land of stad woont

Ik ben gewoon een bezorgde burger.
de strijdde · noun

een gevecht; hard werken tegen iets

De strijd tegen armoede is nog niet voorbij.
de moordde · noun

iemand met opzet doden

De politie doet onderzoek naar de moord.
de leiderde · noun

iemand die de baas is van een groep

Mensen zullen een goede leider volgen.
de maatschappijde · noun

de samenleving; een groot bedrijf

De maatschappij verandert steeds sneller.
de misdaadde · noun

iets doen wat tegen de wet is

Wat is de straf voor deze misdaad?
de veiligheidde · noun

het veilig zijn

Ik maakte me zorgen om haar veiligheid.
de vlagde · noun

een doek met kleuren van een land

De vlag van welk land is dit?
het proceshet · noun

een reeks stappen; een rechtszaak

Het proces duurde tien opeenvolgende dagen.
de moordenaarde · noun

iemand die een ander doodt

Ik hoop dat ze de moordenaar vinden.
de inwonerde · noun

iemand die ergens woont

De stad heeft een groot aantal inwoners.
het hofhet · noun

rechtbank; plek van de koning

De zaak komt volgende maand voor het hof.
de economiede · noun

geld, handel en werk in een land

De Japanse economie is nog altijd stabiel.
de provinciede · noun

deel van een land, zoals Utrecht

Nederland heeft twaalf provincies.
de hoofdstadde · noun

belangrijkste stad van een land

Amsterdam is de hoofdstad van Nederland.
het kerkhofhet · noun

plek waar doden begraven zijn

Hij werd op dit kerkhof begraven.
stimulerenverb

aanmoedigen

De gemeente stimuleert mensen om meer te fietsen.
verbiedenverb

zeggen dat iets niet mag

De gemeente verbiedt vuurwerk in het centrum.
de doodskistde · noun

kist voor een dode

De doodskist werd langzaam naar buiten gedragen.
de rechtbankde · noun

gebouw waar de rechter beslist

Tom verscheen vandaag voor de rechtbank.
het rijkhet · noun

groot land met een keizer; de overheid

Het Rijk betaalt mee aan de nieuwe snelweg.
onschuldigadjective

niets fout gedaan

Een DNA-test bewees dat hij onschuldig was.
stemmenverb

een keuze maken bij verkiezingen

Tom is te jong om te stemmen.
nationaaladjective

van het hele land

Op nationale feestdagen zijn veel winkels dicht.
koninklijkadjective

van de koning of koningin

Het koninklijk paleis werd op een heuvel gebouwd.
arresterenverb

door de politie meegenomen worden

De politie kan Tom niet arresteren.
de politieagentde · noun

iemand die bij de politie werkt

Tom beantwoordde de vragen van de politieagent.
de bedelaarde · noun

iemand die om geld vraagt op straat

Ik geef altijd wel iets aan bedelaars.
illegaaladjective

niet toegestaan door de wet

Zwart werken is illegaal in Nederland.
de bisschopde · noun

een hoge leider in de kerk

De bisschop bezocht de kerk in ons dorp.
opkomenverb

omhoogkomen; verdedigen

We moeten voor onze rechten opkomen.
de nonde · noun

vrouw die in een klooster leeft

Je ziet er niet uit als een non.
de plichtde · noun

iets wat je moet doen

Je deed gewoon je plicht.
veroordelenverb

straf geven; zeggen dat iets slecht is

De rechter veroordeelde hem tot een boete.
de monnikde · noun

man die in een klooster leeft

Tom besloot monnik te worden.
bevrijdenverb

vrij maken

Nederland werd in 1945 bevrijd.
beschuldigenverb

zeggen dat iemand iets fout deed

Hij beschuldigde zijn buurman van diefstal.
christelijkadjective

van het christendom

Dit is een christelijke basisschool.
berovenverb

iets van iemand afpakken

Hij werd op straat van zijn tas beroofd.
de diefstalde · noun

het stelen

De politie beschuldigde hem van diefstal.
verdenkenverb

denken dat iemand schuldig is

De politie verdenkt hem van bankroof.
diversadjective

verschillend, gevarieerd

Amsterdam is een heel diverse stad.
de arrestatiede · noun

het meenemen van iemand door de politie

De politie heeft twee arrestaties verricht.
de moslimde · noun

iemand die de islam volgt

Mijn collega is moslim en viert het Suikerfeest.
de adelde · noun

families met titels, zoals graaf of baron

Vroeger had de adel veel macht.
de slaafde · noun

iemand die geen vrijheid heeft en moet werken

In de les leerden we over het leven van een slaaf.
verkrachtenverb

iemand dwingen tot seks

Verkrachten is in Nederland een zwaar misdrijf.
ontvoerenverb

iemand met geweld meenemen

In de film wordt een rijke zakenman ontvoerd.
verkiezenverb

kiezen bij een verkiezing; liever willen

Tom is erin geslaagd zich te laten verkiezen.
de stamde · noun

een groep mensen; het dikke deel van een boom

Leden van die stam vestigden zich langs de rivier.
de christende · noun

iemand die in Jezus Christus gelooft

In Nederland wonen christenen, moslims en mensen zonder geloof.
de dodede · noun

iemand die dood is

Bij het ongeluk vielen gelukkig geen doden.
de domineede · noun

een predikant in een protestantse kerk

De dominee trouwde het jonge stel in de kerk.
de boefde · noun

een dief of slechterik

De politie heeft de boef snel gepakt.
rovenverb

met geweld iets afpakken

De dieven hebben veel geld uit de winkel geroofd.
de afkomstde · noun

het land of de familie waar je vandaan komt

Hij is van Marokkaanse afkomst.
de buitde · noun

wat dieven gestolen hebben

De dieven gingen ervandoor met de buit.
vrijlatenverb

iemand of een dier laten gaan

Ze hebben de vogel weer vrijgelaten.
de bedriegerde · noun

iemand die anderen oplicht

Pas op voor bedriegers die om je bankgegevens vragen.
de indiaande · noun

iemand van de oorspronkelijke bewoners van Amerika

In het museum leerden we over het leven van de indianen.
de verdachtede · noun

iemand van wie men denkt dat hij iets fout deed

De politie heeft een verdachte aangehouden.
de strijderde · noun

iemand die vecht of strijdt

Jullie waren goede strijders.
het grondgebiedhet · noun

het land dat bij een staat hoort

Dat eiland is Amerikaans grondgebied.
de troonde · noun

de stoel van een koning

Hij zal de troon opvolgen.
de oplichterde · noun

iemand die mensen bedriegt voor geld

Tom werd belazerd door een oplichter.
het bedroghet · noun

oneerlijk gedrag om iemand te misleiden

De verkoper werd betrapt op bedrog.
het verraadhet · noun

ontrouw zijn aan iemand

Voor hem voelde dat als verraad.
vermistadjective

weg en niemand weet waar

Drie mensen worden vermist na de overstroming.
de hertogde · noun

een edelman met een hoge titel

De hertog bezit veel land.
de beschuldigingde · noun

zeggen dat iemand iets fout heeft gedaan

Dat is een zeer ernstige beschuldiging.
mishandelenverb

iemand pijn doen of slecht behandelen

Het is verboden om dieren te mishandelen.
de katholiekde · noun

iemand die katholiek gelooft

In het zuiden van Nederland wonen veel katholieken.
bedelenverb

om geld of eten vragen op straat

Ze bedelt om geld.
overtredenverb

je niet aan de regels houden

Volgens mij heb ik geen regels overtreden.
het pistoolhet · noun

een klein vuurwapen

De agent draagt een pistool op zijn heup.
de misdadigerde · noun

iemand die een misdaad pleegt

De politie heeft de misdadiger gearresteerd.
de kroonde · noun

gouden hoofdversiering van een koning

De koning draagt altijd een kroon.
het arrestatiebevelhet · noun

papier waarmee de politie iemand mag oppakken

De rechter heeft een arrestatiebevel uitgevaardigd.
plechtigadjective

heel serieus en officieel

De burgemeester hield een plechtige toespraak.
om het levenphrase

doodgaan door een ongeluk

Er kwamen drie arbeiders om het leven.
de pausde · noun

het hoofd van de katholieke kerk

De kardinalen hebben een nieuwe paus gekozen.
de veroordelingde · noun

een straf van de rechter

Na zijn veroordeling moest hij een boete betalen.
de moordaanslagde · noun

een poging om iemand te vermoorden

De minister overleefde de moordaanslag.
lamadjective

niet kunnen bewegen

Door de staking lag het hele land lam.
het ministeriehet · noun

een afdeling van de regering

Het ministerie van Onderwijs betaalt de studiefinanciering.
de verdwijningde · noun

het weg zijn zonder dat iemand weet waar

De politie onderzoekt de verdwijning van de hond.
martelenverb

iemand pijn doen om hem te laten lijden

Deze hitte martelt me.
de bezettingde · noun

het bezet zijn

Tijdens de Duitse bezetting was er weinig eten.
erenverb

respect tonen voor iemand

De stad eert de vrijwilligers met een feest.
het verdraghet · noun

een officiële afspraak tussen landen

Nederland heeft het verdrag in 1992 getekend.
de dienaarde · noun

iemand die voor een ander werkt in huis

In het kasteel werkten vroeger veel dienaren.
moordenverb

mensen doden

In detectiveboeken wordt heel wat gemoord.
de cocaïnede · noun

een verboden drug

Het bezit van cocaïne is in Nederland verboden.
misbruikenverb

verkeerd of slecht gebruiken

Hij misbruikte het vertrouwen van zijn vrienden.
de doodstrafde · noun

straf waarbij iemand wordt gedood

In Nederland bestaat de doodstraf niet meer.
het volksliedhet · noun

het officiële lied van een land

Voor de wedstrijd zingen de spelers het volkslied.
smokkelenverb

iets stiekem over de grens brengen

Het is verboden om sigaretten te smokkelen.
de legerleiderde · noun

de baas van een leger

De legerleider gaf het bevel om terug te gaan.
de autoriteitde · noun

macht, of een instantie met macht

De autoriteiten hebben de weg afgesloten.
omkopenverb

iemand geld geven om iets oneerlijks te doen

Het is strafbaar om een ambtenaar om te kopen.
de bevrijdingde · noun

het vrij worden, bijvoorbeeld na een oorlog

Op 5 mei vieren we de bevrijding van Nederland.
de arabierde · noun

iemand uit de Arabische wereld

Wij zijn Arabieren.
het zelfbeschikkingsrechthet · noun

het recht om zelf over je leven te beslissen

Door het zelfbeschikkingsrecht mag een vrouw zelf kiezen met wie ze trouwt.
de gelijkwaardigheidde · noun

iedereen is evenveel waard

Gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen is belangrijk in Nederland.
de gelijke behandelingde · noun

iedereen op dezelfde manier behandelen

Iedereen in Nederland heeft recht op gelijke behandeling.
de discriminatiede · noun

iemand anders behandelen om wie hij is

Discriminatie is in Nederland verboden.
discriminerenverb

iemand oneerlijk behandelen om afkomst, geloof of geslacht

Een werkgever mag sollicitanten niet discrimineren.
het antisemitismehet · noun

haat of discriminatie tegen Joden

De overheid wil antisemitisme en andere vormen van discriminatie tegengaan.
de vrijheid van meningsuitingde · noun

het recht om te zeggen wat je denkt

De vrijheid van meningsuiting heeft grenzen: aanzetten tot haat is verboden.
de godsdienstvrijheidde · noun

het recht om zelf je geloof te kiezen

Door de godsdienstvrijheid mag iedereen zelf een geloof kiezen, of geen geloof.
de scheiding van kerk en staatde · noun

overheid en religie bemoeien zich niet met elkaar

Door de scheiding van kerk en staat is de overheid neutraal.
de tolerantiede · noun

accepteren dat anderen anders denken of leven

Nederland staat bekend om zijn tolerantie.
de emancipatiede · noun

strijd voor gelijke rechten van een groep

Door de emancipatie werken nu veel meer vrouwen buitenshuis.
de homoseksualiteitde · noun

liefde voor iemand van hetzelfde geslacht

Discriminatie op grond van homoseksualiteit is verboden.
het homohuwelijkhet · noun

een huwelijk tussen twee mannen of twee vrouwen

Nederland was in 2001 het eerste land met het homohuwelijk.
de seksuele geaardheidde · noun

op wie je verliefd wordt: man, vrouw of beide

Je mag niemand anders behandelen om zijn seksuele geaardheid.

Andere thema’s

Betekenissen gemaakt met hulp van AI · nog niet gecontroleerd Level data: NT2Lex (UCLouvain), CC BY-NC-SA 4.0. Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR). Definitions and translations: EUpassway (AI-assisted).