Naar inhoud

Woordenlijst eten en drinken — Nederlandse woorden A1–B1 met voorbeeldzinnen (2026)

150 Nederlandse woorden over eten en drinken voor het inburgeringsexamen en NT2, op niveau (A1–B1), met betekenis en voorbeeldzin. Gratis en te printen.

Leren met woordkaarten

Niveau A1

42 woorden

etenverb

voedsel in je mond nemen

Ik ben een peer aan het eten.
graagadverb

met plezier

Ik wil graag een kop thee.
zonderpreposition

niet met

Ik drink koffie zonder suiker.
het waterhet · noun

vloeistof om te drinken

Ik zou graag wat meer water willen.
drinkenverb

vloeistof in je mond nemen

Wil je iets drinken?
lekkeradjective

goed van smaak; fijn

Het eten ziet er erg lekker uit.
zettenverb

iets ergens neerzetten

Zal ik koffie zetten?
het etenhet · noun

wat je eet; de maaltijd

Het eten staat op tafel.
de koffiede · noun

warme drank van bonen

Geeft u me een kopje koffie, alstublieft?
de kopde · noun

beker; hoofd

Wil je een kop koffie?
de theede · noun

warme drank van blaadjes

Wat denk je van een kop thee?
het bierhet · noun

alcoholische drank van graan

Ik heb nog een kratje bier gekocht.
de flesde · noun

glazen of plastic ding voor drinken

Er is geen wijn in de fles.
de hongerde · noun

zin in eten

Ik wist dat je honger zou hebben.
het vleeshet · noun

eten van een dier

Je kan niet alleen maar vlees eten.
het caféhet · noun

plek waar je iets kunt drinken

Vlak om de hoek is er een café.
de melkde · noun

witte drank van een koe

Wil je melk in je koffie?
het bordhet · noun

plat ding om van te eten; bord langs de weg

De ober kwam met een nieuw bord.
het restauranthet · noun

plek waar je betaalt om te eten

Ik heb een goed Mexicaans restaurant gevonden.
het eihet · noun

dat leggen kippen

Ik eet elke ochtend een gekookt ei.
het fruithet · noun

appels, peren, bananen enzovoort

Vers fruit is goed voor je gezondheid.
de groentede · noun

bijv. wortels, sla, spinazie

Hoe heet deze groente in het Engels?
favorietadjective

wat je het leukst vindt

Wat is je favoriete gerecht?
mageradjective

dun, met weinig vet

Mager vlees is gezonder dan vet vlees.
de taartde · noun

zoet gebak, bijvoorbeeld op een verjaardag

Tom is een taart aan het bakken.
de aardappelde · noun

groente die onder de grond groeit

Tom heeft een grote zak aardappelen gekocht.
zoetadjective

met veel suiker

Deze thee is te zoet voor mij.
de boterhamde · noun

snee brood met beleg

Tom was een boterham aan het eten.
de koekde · noun

gebakken zoet ding

Proef deze koek eens.
de appelde · noun

ronde vrucht

Ik ben een appel aan het eten.
de pizzade · noun

Italiaans gerecht

Ik heb pizza besteld met de telefoon.
de papde · noun

warm eten van melk en granen

Mijn kinderen eten 's ochtends graag pap.
de chocolade · noun

zoet eten van cacao

Soms wil je gewoon chocola eten.
de frisdrankde · noun

een zoet drankje zonder alcohol

We bestelden friet en frisdrank.
de sinaasappelde · noun

een ronde oranje vrucht

Ik ben een sinaasappel aan het persen.
de patatde · noun

gefrituurde stukjes aardappel

Tom eet het liefst patat met ketchup.
de hamburgerde · noun

broodje met gebakken gehakt

Ik heb een hamburger voor je besteld.
de colade · noun

een zoete bruine frisdrank

Mag ik een cola zonder ijs?
de/het appelsapde/het · noun

sap van appels

Willen jullie nog een beetje appelsap?
de caloriede · noun

een eenheid van energie in eten

Een appel heeft weinig calorieën.
de spaghettide · noun

lange dunne pasta

Tom heeft spaghetti voor het avondeten gemaakt.
de stroopwafelde · noun

dun koekje met stroop ertussen

Bij de koffie eet ik graag een stroopwafel.

Niveau A2

108 woorden

het stukhet · noun

een deel van iets

Ik heb het laatste stuk pizza opgegeten.
heerlijkadjective

erg lekker; fijn

Watermeloen smaakt heerlijk op een hete dag.
het broodhet · noun

eten gebakken van meel

De jongen is brood aan het eten.
het glashet · noun

drinkbeker; doorzichtig materiaal

Ik zou wel een glas water willen.
de wijnde · noun

drank van druiven

Ik zal wat wijn voor je halen.
de visde · noun

dier dat in het water leeft

Gisteren heb ik een grote vis gevangen.
kokenverb

eten klaarmaken; heet worden tot 100 graden

Tom zegt dat hij goed kan koken.
de drankde · noun

iets om te drinken, vaak alcohol

Drank is slecht voor de gezondheid.
het voedselhet · noun

eten

Zout helpt voedsel te conserveren tegen bederf.
het ontbijthet · noun

eerste maaltijd van de dag

Ik poets mijn tanden na het ontbijt.
delenverb

iets met anderen samen hebben

Zullen we de pizza delen?
de kaasde · noun

eten gemaakt van melk

Uit melk maken we kaas en boter.
het ijshet · noun

bevroren water; iets kouds en zoets

De meeste kinderen zijn dol op ijs.
de kipde · noun

een vogel op de boerderij; het vlees daarvan

De kip was een beetje droog.
de maaltijdde · noun

eten op een vaste tijd

Het was echt een voortreffelijke maaltijd.
snijdenverb

met een mes in stukken maken

Tom is het brood aan het snijden.
proevenverb

een beetje eten om te weten hoe het smaakt

Wil je niet wat van mijn wijn proeven?
de suikerde · noun

iets zoets voor in koffie of thee

Ik doe geen suiker in mijn koffie.
het meshet · noun

iets om mee te snijden

Kun je me een mes geven voor het brood?
de kande · noun

een pot met een tuit voor drinken

Zet de kan water maar op tafel.
de pande · noun

iets om in te koken

Haal de pan van het vuur.
de smaakde · noun

hoe iets in je mond smaakt

Ik hou van de smaak van champignons.
vetadjective

met veel vet

Dit vlees is me te vet.
versadjective

net gemaakt of geplukt

Vers fruit is goed voor je gezondheid.
bestellenverb

vragen om iets te krijgen of te kopen

Bent u nu klaar om te bestellen?
opetenverb

alles eten

Ga je dat stuk taart opeten?
heetadjective

heel warm

Pas op, de soep is heet!
bakkenverb

in de oven of pan klaarmaken

Tom is een cake aan het bakken.
de lunchde · noun

eten in het midden van de dag

Ik neem meestal een broodje als lunch.
de soepde · noun

warm vloeibaar eten

Wat is de soep van de dag?
de trekde · noun

zin in eten

Hoe wist je dat ik trek had?
het zouthet · noun

wit poeder dat je op eten doet

Breng op smaak met zout en peper.
de geurde · noun

wat je met je neus ruikt

Ik hou van de geur van koffie.
het gerechthet · noun

eten dat je klaarmaakt

Welke vegetarische gerechten kan je aanbevelen?
de bekerde · noun

een kopje zonder oor, of een prijs

De beker is gevuld met water.
de komde · noun

diep bord

Ik eet een kom soep.
de oliede · noun

vloeibaar vet

Je kan olie en water niet mengen.
de potde · noun

bak of pan

Er is nauwelijks koffie over in de pot.
schenkenverb

inschenken; cadeau geven

Zal ik nog wat koffie voor je schenken?
de hapde · noun

een beetje eten in je mond

Ze nam een hap uit de appel.
klaarmakenverb

gereedmaken; eten koken

Ik liet mijn zoon het avondeten klaarmaken.
de slokde · noun

een beetje drinken

Neem hier een slok van.
de slade · noun

groene bladgroente

Wil je wat sla bij het eten?
de dorstde · noun

zin om te drinken

Ik heb op het moment geen dorst.
de boterde · noun

vet van melk, op brood

Uit melk maken we kaas en boter.
scheppenverb

met een lepel of schep pakken

Ze schept soep in de kommen.
ontbijtenverb

's ochtends eten

Wij ontbijten meestal om zeven uur.
de koolde · noun

groente met bladeren; zwarte brandstof

Een kool kost op de markt één euro.
het terrashet · noun

plek buiten bij een café om te zitten

Bij mooi weer zitten we graag op een terras.
de worstde · noun

vlees in een lange vorm

Ik koop een worst bij de slager.
de rijstde · noun

witte korrels die je kookt

We hebben rijst met curry gegeten gisteravond.
mengenverb

dingen door elkaar doen

Meng de bloem met de eieren en de melk.
proostinterjection

wat je zegt als je drinkt met anderen

Proost op een lang en gelukkig leven!
slapadjective

niet sterk, niet strak

Ik heb mijn koffie graag slap.
het vethet · noun

olie of boter; wat dik maakt

Dit vlees bevat veel vet.
de chipde · noun

dunne gebakken aardappel; stukje in een computer

Tom heeft de hele zak chips opgegeten.
het avondetenhet · noun

het eten in de avond

Tom was te laat voor het avondeten.
het spekhet · noun

vet vlees van een varken

Is het veilig om rauw spek te eten?
smakenverb

een bepaalde smaak hebben

Niet alle rode appels smaken hetzelfde.
lunchenverb

het middageten eten

Zullen we morgen samen lunchen?
het kruidhet · noun

een plant voor smaak of medicijn

Voeg wat kruiden toe aan de soep.
de nootde · noun

een vrucht met een harde schil; een muziektoon

Het eekhoorntje eet een noot.
de ovende · noun

een apparaat om eten in te bakken

Verwarm de oven voor op 130 graden.
de honingde · noun

zoet eten dat bijen maken

Honing op een muffin smaakt goed.
smerenverb

iets dun over iets uitstrijken

's Ochtends hou ik ervan honing op mijn toast te smeren.
de knoflookde · noun

een sterk ruikende groente voor in het eten

De soep heeft meer knoflook nodig.
de oberde · noun

iemand die in een restaurant eten brengt

Vergeet de ober geen fooi te geven.
de peperde · noun

een scherp kruid

Geef me het zout en de peper, alsjeblieft.
de jusde · noun

saus van vlees

Wil je jus bij de aardappelen?
biologischadjective

zonder gif of kunstmest

Deze supermarkt verkoopt alleen biologisch eten.
de wortelde · noun

oranje groente; deel van een plant in de grond

Hij heeft een hekel aan wortels.
de vruchtde · noun

wat aan een boom of plant groeit

Verse vruchten zijn goed voor uw gezondheid.
de uide · noun

een groente die je doet huilen als je hem snijdt

Behalve uien kan ik alles eten.
de erwtensoepde · noun

dikke soep van erwten, ook snert

Ik heb gisteren een grote kom erwtensoep gegeten.
de kalkoende · noun

een grote vogel die je kunt eten

Heb je al eens kalkoen gegeten?
zoutadjective

met veel zout

De soep is veel te zout.
zuuradjective

met een scherpe smaak, zoals citroen

De melk is zuur geworden.
de hamde · noun

vlees van een varken, vaak op brood

Wil je een plakje ham voor me snijden?
gietenverb

vloeistof uit iets laten lopen

Giet het kokende water over het theezakje.
de chocolademelkde · noun

melk met chocolade

Ik heb een warme chocolademelk nodig.
de beschuitde · noun

een droog, rond en knapperig broodje

Bij een geboorte eten we beschuit met muisjes.
de plakde · noun

een dun stuk

Ik wil graag een plak kaas op mijn brood.
serverenverb

eten of drinken op tafel zetten

Het ontbijt wordt tot tien uur geserveerd.
de pastade · noun

Italiaans deeg zoals spaghetti

Ik heb de pasta te lang gekookt.
de saladede · noun

koud gerecht met sla en groenten

Leer me hoe je een salade maakt.
de schotelde · noun

een klein bord onder een kopje

Zet het kopje op de schotel.
het vathet · noun

een grote ronde bak voor vloeistof

In de kelder staat een vat wijn.
de puddingde · noun

zacht zoet toetje

Als toetje eten we vanille pudding.
de hoornde · noun

hard puntig ding op de kop van een dier

Ik had graag twee bollen ijs in één hoorn alstublieft.
de kaneelde · noun

bruin kruid, zoet van smaak

Ik doe wat kaneel op mijn appeltaart.
roerenverb

met een lepel draaien in eten

Kook tien minuten en roer constant.
smakelijkadjective

lekker

Eet smakelijk!
het meelhet · noun

gemalen graan

Brood wordt van meel gemaakt.
smullenverb

met veel plezier eten

De kinderen smulden van de pannenkoeken.
de fooide · noun

extra geld voor de ober

Vergeet de ober geen fooi te geven.
het ingrediënthet · noun

iets wat je in een gerecht doet

Wat zijn de ingrediënten?
de stamppotde · noun

aardappels met groente door elkaar gestampt

In de winter eten we vaak stamppot met worst.
de cakede · noun

een gebakken zoete taart

Ze heeft voor mij een cake gebakken.
slachtenverb

dieren doden voor vlees

De boer slacht geen dieren meer.
vastenverb

een tijd niet eten

Tom en Mary zijn aan het vasten.
de haringde · noun

een vis die je vaak rauw eet

Op de markt eet ik graag een haring met uitjes.
het desserthet · noun

iets zoets na het eten

Gewoonlijk neem ik dessert na het avondeten.
gaaradjective

lang genoeg gekookt

Dit vlees is niet gaar.
tappenverb

bier uit een vat in een glas doen

Tom kan goed moppen tappen.
de eetzaalde · noun

een grote ruimte om te eten

Waar is de eetzaal?
schillenverb

de schil eraf halen

Ik moet de appels schillen.
de schepde · noun

een gereedschap om te graven; een lepel vol

Wil je één schep suiker in je koffie?
bradenverb

vlees in een pan of oven bruin maken

Mijn moeder braadt de kip in de oven.

Andere thema’s

Betekenissen gemaakt met hulp van AI · nog niet gecontroleerd Level data: NT2Lex (UCLouvain), CC BY-NC-SA 4.0. Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR). Definitions and translations: EUpassway (AI-assisted).